• INDEX
  • ABOUT US
  • LINKS
  • AGENDA
  •        HOME  


    New

    1. Aloysius Bertrand: L’écolier de Leyde
    2. Jacques Perk: O, noodlot!
    3. Gabriele D´Annunzio: I Poeti
    4. Mark Twain: Post-Mortem Poetry
    5. Gevelgedicht van Erik van Os in Hulten NB
    6. Expositie n.a.v. De Val van Albert Camus in ZINGERpresents Amsterdam
    7. Ed Schilders Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (3)
    8. P.C. Boutens: In eenzaamheid
    9. George Eliot: Count That Day Lost
    10. A case of identity: Doris
    11. Velimir Chlebnikov: Wind is song
    12. Edith Södergran: 3 poems
    13. Gedicht Ton van Reen: Lopen
    14. Lola Ridge: Broadway
    15. William Shakespeare: Sonnet 045
    16. Dutch Landscape: Trees
    17. Marcel Proust: Antoine Watteau
    18. Anton Chekhov: The Doctor
    19. A case of identity: Alice
    20. Willem Bilderdijk: Uitboezeming
    21. Franz Kafka: Ein Brudermord
    22. Delmira Agustini: Debout Sur Mon Orgueil Je Veux Montrer Au Soir
    23. Henry Wadsworth Longfellow: Twilight
    24. Gabriele D’Annunzio: 3 Poems
    25. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (2)
    26. Gronama gedicht: Kantoren
    27. Studium Generale UU: De biografie, een wetenschappelijk en literair genre
    28. Hans Hermans photos: Montagne
    29. Art Gallery Christian Nagel in Antwerp
    30. Mark Twain: The Danger of Lying in Bed
    31. Amy Levy: A Greek Girl
    32. Masaoka Shiki: Tanka
    33. Sappho: Sleep, darling
    34. Charles Dickens: Lucy’s Song
    35. Marina Tsvetaeva: Conversation With A Genius
    36. Virginia Woolf: The Man Who Loved His Kind
    37. Jef van Kempen: Stairs
    38. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (1)
    39. Boeken rond het Paleis 2010 in centrum Tilburg
    40. Nachrichten aus Berlin: Reflections 3
    41. Gabriele D’Annunzio: La Pioggia nel Pineto
    42. William Shakespeare: Sonnet 044
    43. Dylan Thomas: Vision and Prayer
    44. Tropenmuseum Amsterdam: Expositie Betsabeé Romero – Cars & Traces
    45. Willem Bilderdijk: Troostzang
    46. Mikhail Yuryevich Lermontov: 3 Poems
    47. Primo Levi: The Survivor
    48. J.-K. Huysmans: 10 – Ballade chlorotique (Le Drageoir aux épices)
    49. Multatuli: Idee Nr. 16
    50. Masaoka Shiki: In the coolness

    Categories

    1. -N E W S & E V E N T S
    2. EXHIBITION
    3. FICTION & NON-FICTION
    4. KEMP = MAG POETRY LIBRARY
    5. MUSEUM OF LOST CONCEPTS
    6. MUSEUM OF NATURAL HISTORY
    7. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
    8. STORY ARCHIVE
    9. ULTIMATE LIBRARY
    10. zone

    Archives

    1. September 2010
    2. August 2010
    3. July 2010
    4. June 2010
    5. May 2010
    6. April 2010
    7. March 2010
    8. February 2010
    9. January 2010
    10. December 2009
    11. November 2009
    12. October 2009
    13. September 2009
    14. August 2009
    15. July 2009
    16. June 2009
    17. May 2009
    18. April 2009
    19. March 2009
    20. February 2009
    21. January 2009
    22. December 2008
    23. November 2008
    24. October 2008
    25. September 2008
    26. August 2008
    27. July 2008
    28. June 2008
    29. May 2008
    30. April 2008
    31. March 2008
    32. February 2008
    33. January 2008
    34. December 2007
    35. November 2007

     

    1. Subscribe to new material: RSS

    Museum Boymans Rotterdam: Elixir van Pipilotti Rist

    MUSEUM BOYMANS VAN BEUNINGEN ROTTERDAM

    E L I X I R

    het video-organisme van Pipilotti Rist

    7 maart 2009 – 10 mei 2009

    De videokunstenaar Pipilotti Rist (Zwitserland, 1962) krijgt een grote tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Het museum toont acht recente werken, gemaakt in de periode 2003-2008, en twee nieuwe werken die speciaal voor het museum zijn gemaakt. De video’s, representaties van paradijselijke voorstellingen van schoonheid en onschuld, zijn te zien in een 1500m2 grote installatie die als Gesamtkunstwerk is vormgegeven door Rist.

    Pipilotti Rist ontwerpt een stelsel van transparante wanden dat de bezoeker langs de videowerken leidt. Hierin zijn onder meer de videowerken ‘Tyngdkraft, var min vän’, ‘Homo Sapiens Sapiens’ en ‘A Liberty Statue for Löndön’ te zien. De muziek en geluiden maken de droomwereld van Pipilotti Rist compleet. De soundtracks zijn gecomponeerd door haarzelf in samenwerking met Anders Guggisberg.

    In zowel haar intieme videowerken en objecten als in haar monumentale museale installaties maakt Pipilotti Rist van het visuele spektakel een zintuiglijke totaalervaring. In Museum Boijmans Van Beuningen is een nieuwe installatie te zien die onderdeel uitmaakt van de nieuwe videocyclus, gebaseerd op materiaal van haar eerste speelfilm ‘Pepperminta’ (release zomer 2009). De eerste installatie in deze cyclus is ontworpen voor het atrium van het Museum of Modern Art in New York. De opnames voor de speelfilm vonden plaats in Zwitserland, Wenen en in de Noordoostpolder. Tevens maakt Rist in één van de monumentale trappenhuizen van het museum een permanent videowerk in samenwerking met H+F Mecenaat.

    Sinds Pipilotti Rist in 1986 met haar video ‘I’m Not The Girl Who Misses Much’ haar eerste beeldende statement maakte, behoort haar werk tot het beste dat de hedendaagse kunst te bieden heeft. Tijdens grote kunstmanifestaties als de Biënnale van Venetië wist ze te verrassen met dubbelzinnige en provocatieve video’s. Door hun onbekommerde sfeer komt de schijnbare onschuld en onbeschaamde esthetiek ervan des te harder aan. Een sleutelwerk in de tentoonstelling is het zelfinterview ‘Kleines Vorstadthirn’ waar ze vanaf 1999 met tussenpozen aan werkt. Het is een persoonlijk politiek statement waarin ze als milieubewuste, maatschappijkritische kunstenaar haar positie bepaalt.

    Door intensief met video te werken, vindt Pipilotti Rist de kunst min of meer opnieuw uit. Ze werkt minstens zo zintuiglijk en gelaagd als een schilder die een wereld van verf creëert. Alleen gebruikt zij daarvoor feeërieke videobeelden op hallucinerende soundtracks. Het is haar paradijs en ze lokt ons naar binnen. Rist past ambitieuze technieken toe, zoals de fisheye-lens om extreem close-up te filmen, de adembenemende handcamera bewegingen en een ritmische, poëtische montage van shots in plaats van een chronologische montage.

    Bij de tentoonstelling wordt een rijk geïllustreerde catalogus uitgegeven door Museum Boijmans Van Beuningen, met artikelen van Paul Kempers, John Slyce, Catrien Schreuder en Emile Wennekes, vormgegeven door Irma Boom.

    MUSEUM BOYMANS VAN BEUNINGEN ROTTERDAM

    Elixir: het video-organisme van Pipilotti Rist

    7 maart 2009 – 10 mei 2009


     KEMPIS poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Van Abbe Museum: Exposition Deimantas Narkevičius

    Deimantas  Narkevičius

    The  Unanimous  Life

    28  February – 01  June  2009

    Van  Abbemuseum  Eindhoven

    In deze solotentoonstelling verkent Deimantas Narkevičius (Litouwen, 1964) de verbanden tussen opname, herinnering en verslaglegging aan de hand van een selectie uit zijn videowerken, films, sculpturen en foto’s. Dit gedeelte van zijn oeuvre reikt van vroeg werk, zoals het met oude Sovjet-filmapparatuur opgenomen Europe 54°54’ – 25°19’ (1997), tot nieuwer werk, zoals Revisiting Solaris (2007). Het legt de paradox bloot die inherent is aan de collectieve herinnering van een samenleving en de wijze waarop deze zich in de toekomst projecteert.

    Het werk van Narkevičius is te omschrijven als een vakkundige synthese van hedendaagse biografieën, waarbij lagen worden aangebracht in historisch filmmateriaal en wordt getoond hoe gemakkelijk het is om de werkelijkheid te mythologiseren. Dit grote retrospectief biedt een publiek uit Nederland en de directe omgeving voor het eerst de kans van dichtbij een aantal installaties en foto’s en een brede selectie films te zien die de kunstenaar de afgelopen tien jaar heeft geproduceerd. Verspreid over het historische oude gedeelte van het museum kan de bezoeker de ontwikkeling van Narkevičius als verhalenverteller en beeldenmaker volgen.

    Narkevičius maakt met name film en videowerk, soms ook sculpturen, foto’s en installaties. In zijn werk raakt Narkevičius aan een essentieel thema in de hedendaagse maatschappij: de manier waarop wij omgaan met tijdelijkheid en herinneringen. Vooral de overgang in Litouwen van Sovjetrepubliek naar de opbouw van een onafhankelijke democratische staat heeft Narkevičius de mogelijkheid geboden om het belang van het ontstaan van een nieuwe vorm van ‘historische tijd’ te benadrukken. In werken als Scena (2003), Energy Lithuania (2000) en met name in het recente werk Revisiting Solaris (2007) komt het belang van inzicht in het verband tussen herinneringen aan lijfelijke ervaringen en herinneringen aan fictieve gebeurtenissen duidelijk naar voren.

    Dit betekent echter niet, dat het werk van Narkevičius moet worden omschreven als documentair. Wat Narkevičius aantoont in zijn diverse werken, is dat het even gemakkelijk is om de werkelijkheid – de dingen die gebeuren of gebeurd zijn – te mythologiseren, als te ontdekken dat mythen krachtige effecten kunnen hebben, als waren zij werkelijkheid. De toeschouwer wordt vanaf het begin van een werk in een situatie geplaatst waarin hij of zij tegelijkertijd moet proberen de ‘bruikbare versie’ van het verleden te onderscheiden en zich bewust wordt van het belang van het creëren van een collectief beeld van de toekomst en de potentiële politieke implicaties daarvan.

    Deimantas Narkevičius maakte deel uit van een bredere groep kunstenaars en curatoren die begin jaren negentig opereerde vanuit de Litouwse hoofdstad Vilnius. Deze groep concentreerde zich rond het Contemporary Art Centre in Vilnius, een ruimte waar presentaties en discussies floreerden. Vilnius is nog steeds een belangrijk kunstcentrum in de regio, maar het was vooral deze periode van verandering in de jaren negentig die de kunstenaars van Narkevičius’ generatie een buitengewoon rijke ervaring bood die een bepalende invloed op hun werk heeft gehad.

    Het werk van Narkevičius is sterk beïnvloed door de cinematografische tradities van het Sovjettijdperk, en door constructivistische, conceptuele en post-conceptuele strategieën. Narkevičius maakte daar kennis mee na de hernieuwde onafhankelijkheid van Litouwen in 1991. Zijn productie beweegt zich dan ook aan beide kanten van de scheidslijn in wat zou kunnen worden omschreven als de ‘esthetische ideologie’ van de Koude Oorlog. Terwijl ten westen van de demarcatielijn van 1945 een strijd lustige oproep tot artistieke autonomie klonk, lag in het socialistische oosten de nadruk vrijwel uitsluitend op de maatschappelijke en politieke functie van kunst. Omdat Narkevičius beide kanten heeft meegemaakt, raken veel van zijn films aan de contradicties en de instrumentalisering die beide kanten eigen zijn. Hij verkent de perceptuele mogelijkheden die een verandering van systeem een kunstenaar biedt, vooral in zijn visie op de geschiedenis, die hij blijkt op te vatten als een reeks gebeurtenissen die altijd opnieuw bezien en geïnterpreteerd kunnen worden.

    Deimantas Narkevičius is voor het Van Abbemuseum inmiddels een belangrijk kunstenaar. Narkevičius won in 2008 de prestigieuze Vincent Award, die jaarlijks wordt uitgereikt in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het werk Energy Lithuania (2000) was een van de eerste aankopen die Charles Esche deed nadat hij in 2004 aantrad als directeur van het Van Abbemuseum. Het is een cruciale film; niet alleen binnen zijn oeuvre, maar ook in het proces van reflectie op de spectaculaire wereldwijde veranderingen die volgden op de ineenstorting van het reëel bestaande socialisme in 1989. Ruim een jaar lang werd deze film in het museum getoond, samen met een groep werken uit de El Lissitzky-collectie. Deze combinatie, een koppeling tussen het begin van het Sovjetexperiment en de nadagen ervan, was een manier om de scheidslijnen die in West-Europa werden ervaren te overbruggen en om een verbinding te leggen tussen het vroegere museumprogramma en het huidige beleid waarin de focus van de collectie ligt op werk uit Centraal en Oost-Europa. Sindsdien heeft het museum nog een tweede werk, Revisiting Solaris (2007), aan de collectie toegevoegd en daarmee de kunstenaar ook voor de toekomst van een belangrijke plek in Eindhoven verzekerd. Deze grote tentoonstelling is een nieuwe gelegenheid om Narkevičius beter te leren kennen en zijn werk te vergelijken met andere artistieke stellingnames uit dezelfde periode in de collectiepresentaties Plug In en Living Archive.

    The Unanimous Life is georganiseerd door Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid, in samenwerking met het Van Abbemuseum en Kunsthalle Bern.

    De bijbehorende catalogus (in het Engels en Spaans) zal eind februari door het museum Reina Sofía worden gepubliceerd en bevat essays van Christa Blümlingern, Boris Buden, Chus Martínez, Gerald Raunig en Dieter Roelstraete.

    Deimantas Narkevičius

    The Unanimous Life

     28 February – 01 June 2009

    Van Abbemuseum Eindhoven

     

    KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Festival rond Fernando Pessoa in Nederland

    P e s s o a – f e s t i v a l   U t r e c h t

    1 t/m 30 maart 2009

    Festival rond Fernando Pessoa in Nederland


    Van 1 t/m 30 maart 2009 vindt in Utrecht het festival "Pessoa in Nederland" plaats, gewijd aan de befaamde Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Het is in 2009 dertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse vertalingen van zijn werk verschenen. Het festival herdenkt de auteur met o.a. lezingen, poëzievoorstellingen, speelfilms, nieuwe Pessoa-uitgaven en de Nederlandse première van Pessoa’s nagelaten theaterfragmenten. Manuela Nogueira, Pessoa’s nicht die in haar jeugd bij de auteur in huis woonde, zal op 1 maart het festival openen.

    Pessoa werd wereldberoemd door zijn raadselachtige gebruik van tientallen alter-ego’s (‘heteroniemen’) die hij naar eigen zeggen creëerde op ‘de triomfdag’ van zijn leven. Deze ‘triomfdag’ vond plaats op 8 maart 1914, tijdens het festival exact vijfennegentig jaar geleden. In Nederland werd Pessoa in de jaren zeventig ‘ontdekt’ door vertaler August Willemsen. Het festival is tevens een eerbetoon aan deze in 2007 overleden meestervertaler.

    Sinds de eerste vertalingen die Willemsen publiceerde, geniet Pessoa een opvallend grote populariteit: zijn bundels werden enorme verkoopsuccessen en tientallen Nederlandse auteurs lieten zich inspireren door zijn werk. Onder meer Mark Boog, Arjen Duinker, Geert Buelens, Rob Schouten en Maarten Asscher zullen tijdens het festival spreken over deze invloed van Pessoa. "In elk van de gedichten van Pessoa zit een Hollands landschap", schreef de Portugese dichter Nuno Júdice. Hij zal zijn motto voor het festival zelf voordragen tijdens de openingsmanifestatie op 1 maart in theater Kikker. Voorts zijn er elk weekeinde theaterprogramma’s in Salon Saffier, optredens van o.a. Denise Jannah en Maria de Fátima en nieuwe Pessoa-uitgaven bij uitgeverij De Arbeiderspers en uitgeverij IJzer. Er vinden in totaal zestien activiteiten plaats.

     


    1 t/m 30 maart 2009 festival PESSOA IN NEDERLAND


    Een festivalmaand in Utrecht met 16 voorstellingen rond de Portugese dichter Fernando Pessoa. Met op 1 maart een grote opening in theater Kikker en later in de maand lezingen, speelfilms, optredens van Nederlandse en Portugese dichters, nieuwe Pessoa-publicaties en de première van Pessoa’s toneelteksten.

    Informatie op website: www.fernandopessoa.nl

    KEMP=MAG POETRY MAGAZINE

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Pessoa, Fernando


    Hans Hermans Natuurdagboek: Dit eiland

    D i t   e i l a n d

    Voor de zachtmoedigen, verdrukten,
    Tot geregelde arbeid onwilligen,
    Voor de met moedwil mislukten
    En de grootsch onverschilligen,

    De reine roekeloozen,
    Door het kalm leven verworpen,
    Die boven steden en dorpen
    De woestenijen verkozen,

    Die zonder een zegekrans
    Streden verloren slagen
    En ‘t liefst met hun fiere lans
    De wankelste tronen schragen;

    Voor allen, omgekomen
    Door hun dédain voor profijt,
    Slechts beheerscht door hun droomen
    De spot der bezitters ten spijt,

    Neem ik bezit van dit eiland,
    Plant ik de zwarte vlag,
    Neem iedere natie tot vijand,
    Erken slechts ‘t azuur als gezag.

    Wie nadert met goede bedoeling:
    Handel, lust of bekeering,
    Wordt geweerd aan ‘t rif door bezwering
    Of in ‘t atol door onderspoeling.

    Oovral op aarde heerscht orde,
    Men late mijn eiland met rust;
    ‘t Blijft woest, zal niet anders worden
    Zoolang ik kampeer op zijn kust.

    Jan Jacob Slauerhoff

    (1898-1936)

    Uit: Een eerlijk zeemansgraf (1936)


    Natuurdagboek Hans Hermans

    February 2009

    Poem: J. Slauerhoff  -  Photos: Hans Hermans

     © photos Hans Hermans

     KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature 

    Filed under: EXHIBITION,Hans Hermans Photos,MUSEUM OF NATURAL HISTORY,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Slauerhoff, Jan


    Charles Avery in Museum Boymans van Beuningen

    Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

    C H A R L E S   A V E R Y

    The Islanders: An Introduction

    28 februari – 7 juni 2009

    De Schotse beeldend kunstenaar Charles Avery neemt bezoekers mee op reis naar een imaginair eiland. Op aanstekelijke wijze verhaalt Avery over een land zonder naam en zonder munt, waar inwoners de toekomst kunnen voorspellen en verslaafd zijn aan Henderson’s ingelegde eieren. Tekeningen en sculpturen van mysterieuze landschappen en absurde details nodigen de kijker uit om het eiland in het eigen brein te herscheppen.

    De afgelopen vier jaar werkte Charles Avery aan een epos in woord en beeld dat het leven beschrijft op een fictief eiland voor de Schotse kust. Met behulp van teksten, tekeningen, installaties en sculpturen heeft Avery het landschap, de gewoonten en de cultuur van het eiland tot in detail beschreven en zo een uitdagende ruimte geschapen voor filosofische bespiegelingen. Met twintig tekeningen en prenten, tien objecten en twintig werken op papier met gemengde technieken, vat de tentoonstelling ’The Islanders: An Introduction’ het project tot op heden samen.

    De kunstenaar is als een premiejager die kunstvoorwerpen terugvindt en scènes uit de subjectieve wereld documenteert. Bezoekers aan de tentoonstelling ontdekken mysterieuze landschappen zoals The Eternal Forest, waar naar verluidt het mythische beest Noumenon leeft. Tot de tentoongestelde objecten behoren een grote taxidermische sculptuur van een geduchte Ridable, een schitterend voorbeeld van het dierenleven op het eiland, en de bitter-walgelijke, maar zeer verslavende met gin doordrenkte eieren die op de markt van het eiland worden verkocht. De tekeningen en sculpturen van Avery nemen ons mee op reis door een wereld waar realiteit, mythe en feiten met elkaar versmelten en waar niets is wat het lijkt.

    De kunstwerken van Avery zijn doordrongen van formalistische schoonheid, humor en een geest van filosofische bespiegeling. Avery ontleent zijn inspiratie onder meer aan zijn jeugdjaren op het eiland Mull en aan tijd doorgebracht in Rome en Hackney. Zijn werk wortelt in uiteenlopende figuren zoals William Blake, Joseph Beuys, Joseph Kosuth, Jorge Luis Borges, Ludwig Wittgenstein en P.G. Wodehouse. Na voltooiing wil Avery zijn eilandproject bundelen in lederen encyclopedische folianten.
    Charles Avery werd geboren in Oban in 1973 en woont in Londen. Hij heeft geëxposeerd in zowel Groot-Brittannië als daarbuiten. Delen van het project ‘The Islanders’ zijn eerder tentoongesteld in Galerie Arquebuse in Genève (2007) en in Galleria Sonia Rosso in Turijn (2006). Onlangs is hij geselecteerd voor de aankomende TATE Triennial in 2009.

    ‘The Islanders: An Introduction’ is de eerste in Nederland gehouden expositie van Charles Avery en wordt georganiseerd in samenwerking met Parasol Unit Foundation for Contemporary Art in Londen en de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh.

    De tentoonstelling gaat vergezeld van een boek gepubliceerd door Parasol Unit, met bijdragen van Nicolas Bourriaud, Tom Morton en Ziba de Weck Ardalan.

    Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

    CHARLES AVERY

    The Islanders: An Introduction

    28 februari – 7 juni 2009

     

     KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Het Zuidelijk Toneel & De Passie van Piet Mondriaan

     

    VICTORY BOOGIE WOOGIE

    over de passie van Piet Mondriaan


    Altijd al willen weten hoe Piet Mondriaan ertoe kwam om zwarte strepen op een wit doek te schilderen? Altijd gedacht dat hij kleurenblind was toen hij een schilderij maakte met een rode molen? Ooit geweten dat Mondriaan zijn kunst maakte voor een toekomstig ‘paradijs op aarde’?

    In de muzikale voorstelling Victory Boogie Woogie komt u (bijna) alles te weten over de denkbeelden van de schilder Piet Mondriaan (1872-1944). Regisseur en schrijver Gerardjan Rijnders liet zich voor de toneeltekst inspireren door de Trialoog die Mondriaan publiceerde in het kunsttijdschrift ‘De Stijl’. De toneeltekst, de muziek van Boudewijn Tarenskeen en de vormgeving van Marc Warning vertellen samen het verhaal van Mondriaans utopie, waarbij de vraag opdoemt: was hij een genie of een maniak?

    De boogie woogie wordt muzikaal gezien de motor van de avond, maar ook de foxtrot, de mambo en de charleston zullen al dan niet vermomd n de muzikale voorstelling Victory Boogie Woogie komt u (bijna) alles te weten over de denkbeelden van de schilder Piet Mondriaan (1872-1944). Regisseur en schrijver Gerardjan Rijnders liet zich voor de toneeltekst inspireren door de Trialoog die Mondriaan publiceerde in het kunsttijdschrift ‘De Stijl’. De toneeltekst, de muziek van Boudewijn Tarenskeen en de vormgeving van Marc Warning vertellen samen het verhaal van Mondriaans utopie, waarbij de vraag opdoemt: was hij een genie of een maniak?

    De boogie woogie wordt muzikaal gezien de motor van de avond, maar ook de foxtrot, de mambo en de charleston zullen al dan niet vermomd te horen zijn. Niet zozeer om een indruk te geven van de muzikale wereld van Mondriaan, maar veeleer om de kunstenaar met zijn stellige ideeën en stijf taalgebruik aan het dansen te krijgen.

    Victory Boogie Woogie, Mondriaans laatste werk, kreeg bekendheid toen het met geld van De Nederlandsche Bank werd aangeschaft ter gelegenheid van de overgang op de euro. Dit was nogal omstreden, omdat een dergelijk geschenk van de staat aan het Nederlandse volk niet voor iedereen te begrijpen was.

    Gerardjan Rijnders is een bekende van Het Zuidelijk Toneel. Van 1977 tot 1985 zat hij in de artistieke leiding en sindsdien keerde hij regelmatig terug als gastregisseur. Al eerder werkten Rijnders en Warning samen: memorabele voorstellingen zijn onder meer: Rotjoch (1998), Snaren (2002) en recentelijk Tragedie (2007).

    Speellijst Het Zuidelijk Toneel

     

    KEMP=MAG POETRY MAGAZINEmagazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,FICTION & NON-FICTION,DADA & DE STIJL


    Kunsthal Rotterdam: 200 jaar Prix de Rome

    Ronald Rietveld

     

     KUNSTHAL ROTTERDAM

    200 jaar Prix de Rome

    Dé kunst- en architectuurprijs van Nederland

    24 februari t/m 1 juni 2009

    Met ‘200 jaar Prix de Rome’ presenteert de Kunsthal Rotterdam in haar grote daglichthal de rijke geschiedenis van de oudste kunstprijs voor beeldende kunst en architectuur van Nederland.

    Ruim 150 schilderijen, tekeningen, objecten, maquettes en video’s bieden een unieke kijk op twee eeuwen Prix de Rome. Een groot aantal van de werken is nooit eerder tentoongesteld. Naast kunstwerken van o.a. J.E.C. Alberti, Jan Sluijters, Pier Pander en Alicia Framis geven juryrapporten, briefwisselingen en verhalen van deelnemers en winnaars een beeld van de achtergrond en ontwikkeling van de Prix de Rome. Het historische overzicht laat de kunstprijs zien als spiegel van de moderne kunst door de tijd heen, van de vroegste winnaar J.E.C. Alberti in 1808 tot de winnende foto’s van Viviane Sassen in 2008.

    De ruime en zeer gevarieerde selectie kunstwerken geeft inzicht in de veranderende opvattingen over de rol van de kunstenaar, de ideeën over kunst en architectuur in de samenleving en de ontwikkeling van het Nederlandse kunstklimaat door de jaren heen. De tentoonstelling is een bloemlezing van de kunst en architectuur van 1808 tot nu: van het idealisme van Alberti en het realisme van Charles Eyck tot het hedendaagse werk van Charlotte Schleiffert en Elspeth Diederix.


    Viviane Sassen

    Fragmenten uit juryrapporten, brieven van kunstenaars, persoonlijke verhalen van de winnaars, parafernalia en ander documentatiemateriaal kleuren de geschiedenis van de Prix de Rome verder in. Het materiaal belicht het verleden en de achtergrond van de kunstprijs en vertelt het verhaal van succes, triomf en competitie. De tentoonstelling gaat in op de ontwikkeling van de wedstrijd en de Romereis die de eerste Prix winnaars maken. Daarnaast wordt duidelijk hoe de nominatie en beoordeling van de deelnemers aan de Prix de Rome verloopt en hoe de strenge academische praktijk daarvan na 1985 drastisch verandert.


    Jan Sluijters

    Kunsthal Rotterdam: 200 jaar Prix de Rome

    KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Jane Austen: Miss Lloyd has now went to Miss Green

    J a n e   A u s t e n

    (1775 – 1817)


    Miss Lloyd has now went to Miss Green

    Miss Lloyd has now sent to Miss Green,
    As, on opening the box, may be seen,
    Some years of a Black Ploughman’s Gauze,
    To be made up directly, because
    Miss Lloyd must in mourning appear
    For the death of a Relative dear–
    Miss Lloyd must expect to receive
    This license to mourn and to grieve,
    Complete, ere the end of the week–
    It is better to write than to speak

      

    Poem of the week – February 22, 2009

    KEMP=MAG  poetry magazine 

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EDITOR'S CHOICE,Austen, Jane


    Inhuldiging gedenkplaat Paul van Ostaijen

     

            22 februari 2009

            officiële inhuldiging gedenkplaat

        Paul van Ostaijen

            aan zijn geboortehuis

            Lange Leemstraat 53

            Antwerpen



    OPPERVLAKKIGE CHARLESTON


    Als je van het meisje van Milwaukee houdt

    van het meisje houdt

    van het meisje van Milwaukee houdt

    - van de nacht vallen de sterren veel

    en blijven aan de huizen hangen

    Batschari Zigaretten Batschari Zigaretten

    Sarotti ist so süsz     und schön -

    Als je van het meisje van Milwaukee houdt

            schaak ze in een ford schaak ze in een ford

    de vader die is dominee

    de broer die woont te Chicago

    in Oklahoma woont de olieoom

    en je sienjaal een saksofoon

    schaak ze in een ford schaak ze in een ford

    de negers hebben dikke lippen

    de negers hebben dikke rode lippen

    Je voert je bruid naar Texas heen

         in Texas woont een dominee

          in Texas woont een goeie dominee

    en je sienjaal een saksofoon

        in Texas woont een dominee

    Je voert je bruid naar Texas heen

        Je stuurt een telegram naar Chicago

         de nacht is klaar

          en morgen ben-je miljoenair

           dan vin-je de methode

            de maan als lichtreklaam

    Als je van het meisje van Milwaukee houdt

    schaak ze in een ford – rem niet rem niet -

    Je voert je bruid naar Texas heen

    de negers hebben dikke lippen

    de negers hebben dikke rode lippen

    en alle dominee’s zijn goed

    Als je van het meisje van Milwaukee houdt

    van haar houdt

    ram rem de trem

    ram rem

     

    Paul van Ostaijen

    (1896-1928)

     KEMPIS poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POETRY ARCHIVE,Archive O-P,-N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EXPERIMENTAL POETRY,Ostaijen, Paul van


    Edgar Allan Poe: Six Poems

    E D G A R   A L L A N   P O E

    (1809-1849)

    Six Poems

     

    The Assignation

    Thou wast all that to me, love,
    For which my soul did pine-
    A green isle in the sea, love,
    A fountain and a shrine,
    All wreathed with fairy fruits and flowers,
    And all the flowers were mine.

    Ah, dream too bright to last!
    Ah, starry Hope! that didst arise
    But to be overcast!
    A voice from out the Future cries,
    "Onward!"- but o’er the Past
    (Dim gulf!) my spirit hovering lies
    Mute, motionless, aghast!

    For, alas! alas! with me
    The light of life is o’er!
    "No more– no more– no more,"
    (Such language holds the solemn sea
    To the sands upon the shore)
    Shall bloom the thunder-blasted tree
    Or the stricken eagle soar!

    And all my hours are trances,
    And all my nightly dreams
    Are where thy dark eye glances,
    And where thy footstep gleams-
    In what ethereal dances,
    By what Italian streams.

    Alas! for that accursed time
    They bore thee o’er the billow,
    From Love to titled age and crime,
    And an unholy pillow!–
    From me, and from our misty clime,
    Where weeps the silver willow!


     

    Alone

    From childhood’s hour I have not been
    As others were; I have not seen
    As others saw; I could not bring
    My passions from a common spring.
    From the same source I have not taken
    My sorrow; I could not awaken
    My heart to joy at the same tone;
    And all I loved, I loved alone.
    Then- in my childhood, in the dawn
    Of a most stormy life- was drawn
    From every depth of good and ill
    The mystery which binds me still:
    From the torrent, or the fountain,
    From the red cliff of the mountain,
    From the sun that round me rolled
    In its autumn tint of gold,
    From the lightning in the sky
    As it passed me flying by,
    From the thunder and the storm,
    And the cloud that took the form
    (When the rest of Heaven was blue)
    Of a demon in my view.


     

    The Haunted Palace

    In the greenest of our valleys
    By good angels tenanted,
    Once a fair and stately palace —
    Snow-white palace — reared its head.
    In the monarch thought’s dominion —
    It stood there!
    Never Seraph spread his pinion
    Over fabric half so fair.

    Banners yellow, glorious, golden,
    On its roof did float and flow —
    This — all this — was in the olden
    Time long ago —
    And every gentle air that dallied,
    In that sweet day,
    Along the rampart plumed and pallid,
    A winged odour went away.
    All wanderers in that happy valley,
    Through two luminous windows saw
    Spirits moving musically
    To a lute’s well tuned law,
    Round about a throne where sitting
    (Porphyrogene!)
    In state his glory well befitting,
    The sovereign of the realm was seen.

    And all with pearl and ruby glowing
    Was the fair palace door ;
    Through which came flowing, flowing, flowing,
    And sparkling evermore,
    A troop of echoes, whose sweet duty
    Was but to sing
    In voices of surpassing beauty,
    The wit and wisdom of their king.

    But evil things in robes of sorrow,
    Assailed the monarch’s high estate!
    Ah, let us mourn — for never morrow
    Shall dawn upon him desolate!
    And round about his home the glory,
    That blushed and bloomed,
    Is but a dim-remembered story
    Of the old time entombed.

    And travellers now within that valley,
    Through the red-litten windows, see
    Vast forms that move fantastically
    To a discordant melody;
    While, like a rapid ghastly river,
    Through the pale door;
    A hideous throng rush out forever,
    And laugh — but smile no more.


    The Valley of Unrest


    Once it smiled a silent dell
    Where the people did not dwell;
    They had gone unto the wars,
    Trusting to the mild-eyed stars,
    Nightly, from their azure towers,
    To keep watch above the flowers,
    In the midst of which all day
    The red sunlight lazily lay.
    Now each visitor shall confess
    The sad valley’s restlessness.
    Nothing there is motionless-
    Nothing save the airs that brood
    Over the magic solitude.
    Ah, by no wind are stirred those trees
    That palpitate like the chill seas
    Around the misty Hebrides!
    Ah, by no wind those clouds are driven
    That rustle through the unquiet Heaven
    Uneasily, from morn till even,
    Over the violets there that lie
    In myriad types of the human eye-
    Over the lilies there that wave
    And weep above a nameless grave!
    They wave: — from out their fragrant tops
    Eternal dews come down in drops.
    They weep: — from off their delicate stems
    Perennial tears descend in gems.


     

    The Valley Nis

    Far away — far away —
    Far away — as far at least
    Lies that valley as the day
    Down within the golden east —
    All things lovely — are not they
    Far away — far away ?

    It is called the valley Nis.
    And a Syriac tale there is
    Thereabout which Time hath said
    Shall not be interpreted.
    Something about Satan’s dart —
    Something about angel wings —
    Much about a broken heart —
    All about unhappy things:
    But "the valley Nis" at best
    Means "the valley of unrest."

    Once it smil’d a silent dell
    Where the people did not dwell,
    Having gone unto the wars —
    And the sly, mysterious stars,
    With a visage full of meaning,
    O’er the unguarded flowers were leaning:
    Or the sun ray dripp’d all red
    Thro’ the tulips overhead,
    Then grew paler as it fell
    On the quiet Asphodel.

    Now the unhappy shall confess
    Nothing there is motionless:
    Helen, like thy human eye
    There th’ uneasy violets lie —
    There the reedy grass doth wave
    Over the old forgotten grave —
    One by one from the tree top
    There the eternal dews do drop —
    There the vague and dreamy trees

    Do roll like seas in northern breeze
    Around the stormy Hebrides —
    There the gorgeous clouds do fly,
    Rustling everlastingly,
    Through the terror-stricken sky,
    Rolling like a waterfall
    O’er th’ horizon’s fiery wall —
    There the moon doth shine by night
    With a most unsteady light —
    There the sun doth reel by day
    "Over the hills and far away."


     

    Evening Star

    ‘Twas noontide of summer,
    And mid-time of night;
    And stars, in their orbits,
    Shone pale, thro’ the light
    Of the brighter, cold moon,
    ‘Mid planets her slaves,
    Herself in the Heavens,
    Her beam on the waves.
    I gazed awhile
    On her cold smile;
    Too cold— too cold for me—
    There pass’d, as a shroud,
    A fleecy cloud,
    And I turned away to thee,
    Proud Evening Star,
    In thy glory afar,
    And dearer thy beam shall be;
    For joy to my heart
    Is the proud part
    Thou bearest in Heaven at night,
    And more I admire
    Thy distant fire,
    Than that colder, lowly light.

    The End

     

     Edgar Allan Poe: Six Poems

    KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: FICTION & NON-FICTION,BOOKS,Edgar Allan Poe,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Poe, Edgar Allan


    De Ideale Vrouw 2

    D e  i d e a l e  v r o u w  2

     

    Noordbrabants Museum Den Bosch

    De ideale vrouw

    24 januari t/m/ 3 mei 2009

     

    KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature

    to be continued

    Filed under: ULTIMATE LIBRARY,The Ideal Woman


    Lauran Toorians: Ivonet Omnes

     

     I v o n e t   O m n e s

          en het begin van de

     Bretonse literatuur

     

    door  Lauran Toorians

    Het is weliswaar toeval, maar net als de literatuurgeschiedenis van het Nederlands begint ook die van het Bretons met een speelse vrijheid die een kopiist zich in de middeleeuwen veroorloofde. Voor het Nederlands hebben we zo uit ongeveer 1100 het bekende ‘pennenprobeersel’ Hebban olla vogala nestas hagunnan / hinase hic enda thu / wat unbidan we nu. Mogelijk zijn dit regels uit een liefdesliedje dat in die tijd populair was, al is over de precieze interpretatie nog lang niet iedereen het eens.

    Een paar eeuwen later – waarschijnlijk rond 1350 of enkele decennia eerder – schreef een Bretonse kopiist enkele verzen in zijn moedertaal op de wit gebleven regels in een exemplaar van de Latijnstalige Spiegel historiaal (Speculum historiale) van Vincent de Beauvais (overleden rond 1264). Hij deed dat zeven keer, verspreid door het dikke boek, en helaas leveren die losse stukjes geen samenhangend gedicht op. Toch is een nadere kennismaking met deze regels zeker op zijn plaats. In de geschiedenis van de Bretonse literatuur nemen zij een wat verweesde plaats in. Het Oudbretons (van de zesde tot en met de elfde eeuw) is redelijk goed bekend door zogenaamde glossen in Latijnstalige handschriften, maar die kunnen we niet tot de literatuur rekenen. Tot in de zeventiende eeuw spreken we vervolgens van Middelbretons, en die taal kent een uitgebreide literatuur met een sterk overwegend religieus karakter, maar we met een aantal prachtige werken. Bovendien kennen we deze Middelbretonse literatuur vrijwel uitsluitende uit vroege drukken, wat al impliceert dat werken van vóór circa 1450 uiterst zeldzaam zijn. Van de rijkdom van de Modernbretonse literatuur kan de Nederlandstalige lezer uitstekend kennis nemen door de vele vertalingen die Jan Deloof bezorgde. De fragmenten in het Parijse handschrift van de Spiegel historiaal zijn dus alleen al door hun vroege datering bijzonder. Desalniettemin worden zij in overzichten van de Bretonse literatuurgeschiedenis zelden uitvoerig besproken en meestal met enig dédain afgedaan als ‘onbelangrijk’, ‘armzalig en droog’ of ‘grof’.

    Op basis van dialectkenmerken wordt wel verondersteld dat de auteur afkomstig is uit het noorden van Bretagne, uit het bisdom Léon in het noordwesten of wellicht uit het tegenwoordig Franstalige noordoosten (Pays de Goëlo / Bro-Ouelou). Over de datering van de tekstfragmentjes bestaat enige onenigheid. Gangbaar is de datering van het handschrift ‘rond 1350’, maar de kenner van het Oud- en Middelbretons Léon Fleuriot dateerde niet alleen het handschrift eerder, ‘tegen 1330’ (vers 1330), maar suggereerde ook dat de fragmenten afkomstig zijn uit een lied dat terug zou kunnen gaan tot de elfde eeuw. Voorlopig lijkt hij de enige die deze vroege(re) datering voorstaat.

    Een van de Middelbretonse fragmenten in de Spiegel historiaal wordt met geringe variaties op drie plaatsen herhaald. Het bestaat uit twee versregels die overlopen van rijm en binnenrijm:

    An guen heguen a’m louenas

    an hegarat an lacat glas.

    Die met de blanke glimlach verheugt mij,

    die lieflijke met blauwe ogen.  

    lees meer………………………..

      

    Lees de volledige tekst van Lauran Toorians:

    Ivonet Omnes en het begin van

    de Bretonse literatuur

     

    Inleidend essay van Lauran Toorians:

    De Keltische talen

    en hun literaturen

     © Lauran Toorians

    KEMP=MAG poetry magazine

    Filed under: FICTION & NON-FICTION,CELTIC LITERATURE,FICTION & NON-FICTION,NONFICTION: ESSAYS & STORIES,Lauran Toorians


    « Continue reading

    Thank you for reading KEMP=MAG - KEMPIS POETRY MAGAZINE - magazine for art & literature