
MUSEUM BOYMANS VAN BEUNINGEN ROTTERDAM
E L I X I R
het video-organisme van Pipilotti Rist
7 maart 2009 – 10 mei 2009
De videokunstenaar Pipilotti Rist (Zwitserland, 1962) krijgt een grote tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Het museum toont acht recente werken, gemaakt in de periode 2003-2008, en twee nieuwe werken die speciaal voor het museum zijn gemaakt. De video’s, representaties van paradijselijke voorstellingen van schoonheid en onschuld, zijn te zien in een 1500m2 grote installatie die als Gesamtkunstwerk is vormgegeven door Rist.
Pipilotti Rist ontwerpt een stelsel van transparante wanden dat de bezoeker langs de videowerken leidt. Hierin zijn onder meer de videowerken ‘Tyngdkraft, var min vän’, ‘Homo Sapiens Sapiens’ en ‘A Liberty Statue for Löndön’ te zien. De muziek en geluiden maken de droomwereld van Pipilotti Rist compleet. De soundtracks zijn gecomponeerd door haarzelf in samenwerking met Anders Guggisberg.
In zowel haar intieme videowerken en objecten als in haar monumentale museale installaties maakt Pipilotti Rist van het visuele spektakel een zintuiglijke totaalervaring. In Museum Boijmans Van Beuningen is een nieuwe installatie te zien die onderdeel uitmaakt van de nieuwe videocyclus, gebaseerd op materiaal van haar eerste speelfilm ‘Pepperminta’ (release zomer 2009). De eerste installatie in deze cyclus is ontworpen voor het atrium van het Museum of Modern Art in New York. De opnames voor de speelfilm vonden plaats in Zwitserland, Wenen en in de Noordoostpolder. Tevens maakt Rist in één van de monumentale trappenhuizen van het museum een permanent videowerk in samenwerking met H+F Mecenaat.

Sinds Pipilotti Rist in 1986 met haar video ‘I’m Not The Girl Who Misses Much’ haar eerste beeldende statement maakte, behoort haar werk tot het beste dat de hedendaagse kunst te bieden heeft. Tijdens grote kunstmanifestaties als de Biënnale van Venetië wist ze te verrassen met dubbelzinnige en provocatieve video’s. Door hun onbekommerde sfeer komt de schijnbare onschuld en onbeschaamde esthetiek ervan des te harder aan. Een sleutelwerk in de tentoonstelling is het zelfinterview ‘Kleines Vorstadthirn’ waar ze vanaf 1999 met tussenpozen aan werkt. Het is een persoonlijk politiek statement waarin ze als milieubewuste, maatschappijkritische kunstenaar haar positie bepaalt.
Door intensief met video te werken, vindt Pipilotti Rist de kunst min of meer opnieuw uit. Ze werkt minstens zo zintuiglijk en gelaagd als een schilder die een wereld van verf creëert. Alleen gebruikt zij daarvoor feeërieke videobeelden op hallucinerende soundtracks. Het is haar paradijs en ze lokt ons naar binnen. Rist past ambitieuze technieken toe, zoals de fisheye-lens om extreem close-up te filmen, de adembenemende handcamera bewegingen en een ritmische, poëtische montage van shots in plaats van een chronologische montage.
Bij de tentoonstelling wordt een rijk geïllustreerde catalogus uitgegeven door Museum Boijmans Van Beuningen, met artikelen van Paul Kempers, John Slyce, Catrien Schreuder en Emile Wennekes, vormgegeven door Irma Boom.
MUSEUM BOYMANS VAN BEUNINGEN ROTTERDAM
Elixir: het video-organisme van Pipilotti Rist
7 maart 2009 – 10 mei 2009

KEMPIS poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009

Deimantas Narkevičius
The Unanimous Life
28 February – 01 June 2009
Van Abbemuseum Eindhoven
In deze solotentoonstelling verkent Deimantas Narkevičius (Litouwen, 1964) de verbanden tussen opname, herinnering en verslaglegging aan de hand van een selectie uit zijn videowerken, films, sculpturen en foto’s. Dit gedeelte van zijn oeuvre reikt van vroeg werk, zoals het met oude Sovjet-filmapparatuur opgenomen Europe 54°54’ – 25°19’ (1997), tot nieuwer werk, zoals Revisiting Solaris (2007). Het legt de paradox bloot die inherent is aan de collectieve herinnering van een samenleving en de wijze waarop deze zich in de toekomst projecteert.
Het werk van Narkevičius is te omschrijven als een vakkundige synthese van hedendaagse biografieën, waarbij lagen worden aangebracht in historisch filmmateriaal en wordt getoond hoe gemakkelijk het is om de werkelijkheid te mythologiseren. Dit grote retrospectief biedt een publiek uit Nederland en de directe omgeving voor het eerst de kans van dichtbij een aantal installaties en foto’s en een brede selectie films te zien die de kunstenaar de afgelopen tien jaar heeft geproduceerd. Verspreid over het historische oude gedeelte van het museum kan de bezoeker de ontwikkeling van Narkevičius als verhalenverteller en beeldenmaker volgen.

Narkevičius maakt met name film en videowerk, soms ook sculpturen, foto’s en installaties. In zijn werk raakt Narkevičius aan een essentieel thema in de hedendaagse maatschappij: de manier waarop wij omgaan met tijdelijkheid en herinneringen. Vooral de overgang in Litouwen van Sovjetrepubliek naar de opbouw van een onafhankelijke democratische staat heeft Narkevičius de mogelijkheid geboden om het belang van het ontstaan van een nieuwe vorm van ‘historische tijd’ te benadrukken. In werken als Scena (2003), Energy Lithuania (2000) en met name in het recente werk Revisiting Solaris (2007) komt het belang van inzicht in het verband tussen herinneringen aan lijfelijke ervaringen en herinneringen aan fictieve gebeurtenissen duidelijk naar voren.
Dit betekent echter niet, dat het werk van Narkevičius moet worden omschreven als documentair. Wat Narkevičius aantoont in zijn diverse werken, is dat het even gemakkelijk is om de werkelijkheid – de dingen die gebeuren of gebeurd zijn – te mythologiseren, als te ontdekken dat mythen krachtige effecten kunnen hebben, als waren zij werkelijkheid. De toeschouwer wordt vanaf het begin van een werk in een situatie geplaatst waarin hij of zij tegelijkertijd moet proberen de ‘bruikbare versie’ van het verleden te onderscheiden en zich bewust wordt van het belang van het creëren van een collectief beeld van de toekomst en de potentiële politieke implicaties daarvan.

Deimantas Narkevičius maakte deel uit van een bredere groep kunstenaars en curatoren die begin jaren negentig opereerde vanuit de Litouwse hoofdstad Vilnius. Deze groep concentreerde zich rond het Contemporary Art Centre in Vilnius, een ruimte waar presentaties en discussies floreerden. Vilnius is nog steeds een belangrijk kunstcentrum in de regio, maar het was vooral deze periode van verandering in de jaren negentig die de kunstenaars van Narkevičius’ generatie een buitengewoon rijke ervaring bood die een bepalende invloed op hun werk heeft gehad.
Het werk van Narkevičius is sterk beïnvloed door de cinematografische tradities van het Sovjettijdperk, en door constructivistische, conceptuele en post-conceptuele strategieën. Narkevičius maakte daar kennis mee na de hernieuwde onafhankelijkheid van Litouwen in 1991. Zijn productie beweegt zich dan ook aan beide kanten van de scheidslijn in wat zou kunnen worden omschreven als de ‘esthetische ideologie’ van de Koude Oorlog. Terwijl ten westen van de demarcatielijn van 1945 een strijd lustige oproep tot artistieke autonomie klonk, lag in het socialistische oosten de nadruk vrijwel uitsluitend op de maatschappelijke en politieke functie van kunst. Omdat Narkevičius beide kanten heeft meegemaakt, raken veel van zijn films aan de contradicties en de instrumentalisering die beide kanten eigen zijn. Hij verkent de perceptuele mogelijkheden die een verandering van systeem een kunstenaar biedt, vooral in zijn visie op de geschiedenis, die hij blijkt op te vatten als een reeks gebeurtenissen die altijd opnieuw bezien en geïnterpreteerd kunnen worden.

Deimantas Narkevičius is voor het Van Abbemuseum inmiddels een belangrijk kunstenaar. Narkevičius won in 2008 de prestigieuze Vincent Award, die jaarlijks wordt uitgereikt in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het werk Energy Lithuania (2000) was een van de eerste aankopen die Charles Esche deed nadat hij in 2004 aantrad als directeur van het Van Abbemuseum. Het is een cruciale film; niet alleen binnen zijn oeuvre, maar ook in het proces van reflectie op de spectaculaire wereldwijde veranderingen die volgden op de ineenstorting van het reëel bestaande socialisme in 1989. Ruim een jaar lang werd deze film in het museum getoond, samen met een groep werken uit de El Lissitzky-collectie. Deze combinatie, een koppeling tussen het begin van het Sovjetexperiment en de nadagen ervan, was een manier om de scheidslijnen die in West-Europa werden ervaren te overbruggen en om een verbinding te leggen tussen het vroegere museumprogramma en het huidige beleid waarin de focus van de collectie ligt op werk uit Centraal en Oost-Europa. Sindsdien heeft het museum nog een tweede werk, Revisiting Solaris (2007), aan de collectie toegevoegd en daarmee de kunstenaar ook voor de toekomst van een belangrijke plek in Eindhoven verzekerd. Deze grote tentoonstelling is een nieuwe gelegenheid om Narkevičius beter te leren kennen en zijn werk te vergelijken met andere artistieke stellingnames uit dezelfde periode in de collectiepresentaties Plug In en Living Archive.
The Unanimous Life is georganiseerd door Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid, in samenwerking met het Van Abbemuseum en Kunsthalle Bern.
De bijbehorende catalogus (in het Engels en Spaans) zal eind februari door het museum Reina Sofía worden gepubliceerd en bevat essays van Christa Blümlingern, Boris Buden, Chus Martínez, Gerald Raunig en Dieter Roelstraete.
Deimantas Narkevičius
The Unanimous Life
28 February – 01 June 2009
Van Abbemuseum Eindhoven
KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009

P e s s o a – f e s t i v a l U t r e c h t
1 t/m 30 maart 2009
Festival rond Fernando Pessoa in Nederland
Van 1 t/m 30 maart 2009 vindt in Utrecht het festival "Pessoa in Nederland" plaats, gewijd aan de befaamde Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Het is in 2009 dertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse vertalingen van zijn werk verschenen. Het festival herdenkt de auteur met o.a. lezingen, poëzievoorstellingen, speelfilms, nieuwe Pessoa-uitgaven en de Nederlandse première van Pessoa’s nagelaten theaterfragmenten. Manuela Nogueira, Pessoa’s nicht die in haar jeugd bij de auteur in huis woonde, zal op 1 maart het festival openen.
.jpg)
Pessoa werd wereldberoemd door zijn raadselachtige gebruik van tientallen alter-ego’s (‘heteroniemen’) die hij naar eigen zeggen creëerde op ‘de triomfdag’ van zijn leven. Deze ‘triomfdag’ vond plaats op 8 maart 1914, tijdens het festival exact vijfennegentig jaar geleden. In Nederland werd Pessoa in de jaren zeventig ‘ontdekt’ door vertaler August Willemsen. Het festival is tevens een eerbetoon aan deze in 2007 overleden meestervertaler.
Sinds de eerste vertalingen die Willemsen publiceerde, geniet Pessoa een opvallend grote populariteit: zijn bundels werden enorme verkoopsuccessen en tientallen Nederlandse auteurs lieten zich inspireren door zijn werk. Onder meer Mark Boog, Arjen Duinker, Geert Buelens, Rob Schouten en Maarten Asscher zullen tijdens het festival spreken over deze invloed van Pessoa. "In elk van de gedichten van Pessoa zit een Hollands landschap", schreef de Portugese dichter Nuno Júdice. Hij zal zijn motto voor het festival zelf voordragen tijdens de openingsmanifestatie op 1 maart in theater Kikker. Voorts zijn er elk weekeinde theaterprogramma’s in Salon Saffier, optredens van o.a. Denise Jannah en Maria de Fátima en nieuwe Pessoa-uitgaven bij uitgeverij De Arbeiderspers en uitgeverij IJzer. Er vinden in totaal zestien activiteiten plaats.
.jpg)
1 t/m 30 maart 2009 festival PESSOA IN NEDERLAND
Een festivalmaand in Utrecht met 16 voorstellingen rond de Portugese dichter Fernando Pessoa. Met op 1 maart een grote opening in theater Kikker en later in de maand lezingen, speelfilms, optredens van Nederlandse en Portugese dichters, nieuwe Pessoa-publicaties en de première van Pessoa’s toneelteksten.
Informatie op website: www.fernandopessoa.nl
KEMP=MAG POETRY MAGAZINE
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Pessoa, Fernando
.jpg)
.jpg)
D i t e i l a n d
Voor de zachtmoedigen, verdrukten,
Tot geregelde arbeid onwilligen,
Voor de met moedwil mislukten
En de grootsch onverschilligen,
De reine roekeloozen,
Door het kalm leven verworpen,
Die boven steden en dorpen
De woestenijen verkozen,
Die zonder een zegekrans
Streden verloren slagen
En ‘t liefst met hun fiere lans
De wankelste tronen schragen;
Voor allen, omgekomen
Door hun dédain voor profijt,
Slechts beheerscht door hun droomen
De spot der bezitters ten spijt,
Neem ik bezit van dit eiland,
Plant ik de zwarte vlag,
Neem iedere natie tot vijand,
Erken slechts ‘t azuur als gezag.
Wie nadert met goede bedoeling:
Handel, lust of bekeering,
Wordt geweerd aan ‘t rif door bezwering
Of in ‘t atol door onderspoeling.
Oovral op aarde heerscht orde,
Men late mijn eiland met rust;
‘t Blijft woest, zal niet anders worden
Zoolang ik kampeer op zijn kust.
Jan Jacob Slauerhoff
(1898-1936)
Uit: Een eerlijk zeemansgraf (1936)

Natuurdagboek Hans Hermans
February 2009
Poem: J. Slauerhoff - Photos: Hans Hermans
![]()
© photos Hans Hermans
KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: EXHIBITION,Hans Hermans Photos,MUSEUM OF NATURAL HISTORY,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Slauerhoff, Jan

Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam
C H A R L E S A V E R Y
The Islanders: An Introduction
28 februari – 7 juni 2009
De Schotse beeldend kunstenaar Charles Avery neemt bezoekers mee op reis naar een imaginair eiland. Op aanstekelijke wijze verhaalt Avery over een land zonder naam en zonder munt, waar inwoners de toekomst kunnen voorspellen en verslaafd zijn aan Henderson’s ingelegde eieren. Tekeningen en sculpturen van mysterieuze landschappen en absurde details nodigen de kijker uit om het eiland in het eigen brein te herscheppen.
De afgelopen vier jaar werkte Charles Avery aan een epos in woord en beeld dat het leven beschrijft op een fictief eiland voor de Schotse kust. Met behulp van teksten, tekeningen, installaties en sculpturen heeft Avery het landschap, de gewoonten en de cultuur van het eiland tot in detail beschreven en zo een uitdagende ruimte geschapen voor filosofische bespiegelingen. Met twintig tekeningen en prenten, tien objecten en twintig werken op papier met gemengde technieken, vat de tentoonstelling ’The Islanders: An Introduction’ het project tot op heden samen.
De kunstenaar is als een premiejager die kunstvoorwerpen terugvindt en scènes uit de subjectieve wereld documenteert. Bezoekers aan de tentoonstelling ontdekken mysterieuze landschappen zoals The Eternal Forest, waar naar verluidt het mythische beest Noumenon leeft. Tot de tentoongestelde objecten behoren een grote taxidermische sculptuur van een geduchte Ridable, een schitterend voorbeeld van het dierenleven op het eiland, en de bitter-walgelijke, maar zeer verslavende met gin doordrenkte eieren die op de markt van het eiland worden verkocht. De tekeningen en sculpturen van Avery nemen ons mee op reis door een wereld waar realiteit, mythe en feiten met elkaar versmelten en waar niets is wat het lijkt.
De kunstwerken van Avery zijn doordrongen van formalistische schoonheid, humor en een geest van filosofische bespiegeling. Avery ontleent zijn inspiratie onder meer aan zijn jeugdjaren op het eiland Mull en aan tijd doorgebracht in Rome en Hackney. Zijn werk wortelt in uiteenlopende figuren zoals William Blake, Joseph Beuys, Joseph Kosuth, Jorge Luis Borges, Ludwig Wittgenstein en P.G. Wodehouse. Na voltooiing wil Avery zijn eilandproject bundelen in lederen encyclopedische folianten.
Charles Avery werd geboren in Oban in 1973 en woont in Londen. Hij heeft geëxposeerd in zowel Groot-Brittannië als daarbuiten. Delen van het project ‘The Islanders’ zijn eerder tentoongesteld in Galerie Arquebuse in Genève (2007) en in Galleria Sonia Rosso in Turijn (2006). Onlangs is hij geselecteerd voor de aankomende TATE Triennial in 2009.
‘The Islanders: An Introduction’ is de eerste in Nederland gehouden expositie van Charles Avery en wordt georganiseerd in samenwerking met Parasol Unit Foundation for Contemporary Art in Londen en de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh.
De tentoonstelling gaat vergezeld van een boek gepubliceerd door Parasol Unit, met bijdragen van Nicolas Bourriaud, Tom Morton en Ziba de Weck Ardalan.
Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam
CHARLES AVERY
The Islanders: An Introduction
28 februari – 7 juni 2009

KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009

VICTORY BOOGIE WOOGIE
over de passie van Piet Mondriaan
Altijd al willen weten hoe Piet Mondriaan ertoe kwam om zwarte strepen op een wit doek te schilderen? Altijd gedacht dat hij kleurenblind was toen hij een schilderij maakte met een rode molen? Ooit geweten dat Mondriaan zijn kunst maakte voor een toekomstig ‘paradijs op aarde’?
In de muzikale voorstelling Victory Boogie Woogie komt u (bijna) alles te weten over de denkbeelden van de schilder Piet Mondriaan (1872-1944). Regisseur en schrijver Gerardjan Rijnders liet zich voor de toneeltekst inspireren door de Trialoog die Mondriaan publiceerde in het kunsttijdschrift ‘De Stijl’. De toneeltekst, de muziek van Boudewijn Tarenskeen en de vormgeving van Marc Warning vertellen samen het verhaal van Mondriaans utopie, waarbij de vraag opdoemt: was hij een genie of een maniak?
De boogie woogie wordt muzikaal gezien de motor van de avond, maar ook de foxtrot, de mambo en de charleston zullen al dan niet vermomd n de muzikale voorstelling Victory Boogie Woogie komt u (bijna) alles te weten over de denkbeelden van de schilder Piet Mondriaan (1872-1944). Regisseur en schrijver Gerardjan Rijnders liet zich voor de toneeltekst inspireren door de Trialoog die Mondriaan publiceerde in het kunsttijdschrift ‘De Stijl’. De toneeltekst, de muziek van Boudewijn Tarenskeen en de vormgeving van Marc Warning vertellen samen het verhaal van Mondriaans utopie, waarbij de vraag opdoemt: was hij een genie of een maniak?
De boogie woogie wordt muzikaal gezien de motor van de avond, maar ook de foxtrot, de mambo en de charleston zullen al dan niet vermomd te horen zijn. Niet zozeer om een indruk te geven van de muzikale wereld van Mondriaan, maar veeleer om de kunstenaar met zijn stellige ideeën en stijf taalgebruik aan het dansen te krijgen.
Victory Boogie Woogie, Mondriaans laatste werk, kreeg bekendheid toen het met geld van De Nederlandsche Bank werd aangeschaft ter gelegenheid van de overgang op de euro. Dit was nogal omstreden, omdat een dergelijk geschenk van de staat aan het Nederlandse volk niet voor iedereen te begrijpen was.
Gerardjan Rijnders is een bekende van Het Zuidelijk Toneel. Van 1977 tot 1985 zat hij in de artistieke leiding en sindsdien keerde hij regelmatig terug als gastregisseur. Al eerder werkten Rijnders en Warning samen: memorabele voorstellingen zijn onder meer: Rotjoch (1998), Snaren (2002) en recentelijk Tragedie (2007).
Speellijst Het Zuidelijk Toneel

KEMP=MAG POETRY MAGAZINE – magazine for art & literature
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,FICTION & NON-FICTION,DADA & DE STIJL

Ronald Rietveld
KUNSTHAL ROTTERDAM
200 jaar Prix de Rome
Dé kunst- en architectuurprijs van Nederland
24 februari t/m 1 juni 2009
Met ‘200 jaar Prix de Rome’ presenteert de Kunsthal Rotterdam in haar grote daglichthal de rijke geschiedenis van de oudste kunstprijs voor beeldende kunst en architectuur van Nederland.
Ruim 150 schilderijen, tekeningen, objecten, maquettes en video’s bieden een unieke kijk op twee eeuwen Prix de Rome. Een groot aantal van de werken is nooit eerder tentoongesteld. Naast kunstwerken van o.a. J.E.C. Alberti, Jan Sluijters, Pier Pander en Alicia Framis geven juryrapporten, briefwisselingen en verhalen van deelnemers en winnaars een beeld van de achtergrond en ontwikkeling van de Prix de Rome. Het historische overzicht laat de kunstprijs zien als spiegel van de moderne kunst door de tijd heen, van de vroegste winnaar J.E.C. Alberti in 1808 tot de winnende foto’s van Viviane Sassen in 2008.
De ruime en zeer gevarieerde selectie kunstwerken geeft inzicht in de veranderende opvattingen over de rol van de kunstenaar, de ideeën over kunst en architectuur in de samenleving en de ontwikkeling van het Nederlandse kunstklimaat door de jaren heen. De tentoonstelling is een bloemlezing van de kunst en architectuur van 1808 tot nu: van het idealisme van Alberti en het realisme van Charles Eyck tot het hedendaagse werk van Charlotte Schleiffert en Elspeth Diederix.

Viviane Sassen
Fragmenten uit juryrapporten, brieven van kunstenaars, persoonlijke verhalen van de winnaars, parafernalia en ander documentatiemateriaal kleuren de geschiedenis van de Prix de Rome verder in. Het materiaal belicht het verleden en de achtergrond van de kunstprijs en vertelt het verhaal van succes, triomf en competitie. De tentoonstelling gaat in op de ontwikkeling van de wedstrijd en de Romereis die de eerste Prix winnaars maken. Daarnaast wordt duidelijk hoe de nominatie en beoordeling van de deelnemers aan de Prix de Rome verloopt en hoe de strenge academische praktijk daarvan na 1985 drastisch verandert.

Jan Sluijters
Kunsthal Rotterdam: 200 jaar Prix de Rome
KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009

J a n e A u s t e n
(1775 – 1817)
Miss Lloyd has now went to Miss Green
Miss Lloyd has now sent to Miss Green,
As, on opening the box, may be seen,
Some years of a Black Ploughman’s Gauze,
To be made up directly, because
Miss Lloyd must in mourning appear
For the death of a Relative dear–
Miss Lloyd must expect to receive
This license to mourn and to grieve,
Complete, ere the end of the week–
It is better to write than to speak
Poem of the week – February 22, 2009

KEMP=MAG poetry magazine
Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EDITOR'S CHOICE,Austen, Jane
![]()

22 februari 2009
officiële inhuldiging gedenkplaat
Paul van Ostaijen
aan zijn geboortehuis
Lange Leemstraat 53
Antwerpen

OPPERVLAKKIGE CHARLESTON
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
van het meisje houdt
van het meisje van Milwaukee houdt
- van de nacht vallen de sterren veel
en blijven aan de huizen hangen
Batschari Zigaretten Batschari Zigaretten
Sarotti ist so süsz und schön -
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
schaak ze in een ford schaak ze in een ford
de vader die is dominee
de broer die woont te Chicago
in Oklahoma woont de olieoom
en je sienjaal een saksofoon
schaak ze in een ford schaak ze in een ford
de negers hebben dikke lippen
de negers hebben dikke rode lippen
Je voert je bruid naar Texas heen
in Texas woont een dominee
in Texas woont een goeie dominee
en je sienjaal een saksofoon
in Texas woont een dominee
Je voert je bruid naar Texas heen
Je stuurt een telegram naar Chicago
de nacht is klaar
en morgen ben-je miljoenair
dan vin-je de methode
de maan als lichtreklaam
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
schaak ze in een ford – rem niet rem niet -
Je voert je bruid naar Texas heen
de negers hebben dikke lippen
de negers hebben dikke rode lippen
en alle dominee’s zijn goed
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
van haar houdt
ram rem de trem
ram rem
Paul van Ostaijen
(1896-1928)
![]()
KEMPIS poetry magazine
Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POETRY ARCHIVE,Archive O-P,-N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EXPERIMENTAL POETRY,Ostaijen, Paul van
.jpg)
E D G A R A L L A N P O E
(1809-1849)
Six Poems
The Assignation
Thou wast all that to me, love,
For which my soul did pine-
A green isle in the sea, love,
A fountain and a shrine,
All wreathed with fairy fruits and flowers,
And all the flowers were mine.
Ah, dream too bright to last!
Ah, starry Hope! that didst arise
But to be overcast!
A voice from out the Future cries,
"Onward!"- but o’er the Past
(Dim gulf!) my spirit hovering lies
Mute, motionless, aghast!
For, alas! alas! with me
The light of life is o’er!
"No more– no more– no more,"
(Such language holds the solemn sea
To the sands upon the shore)
Shall bloom the thunder-blasted tree
Or the stricken eagle soar!
And all my hours are trances,
And all my nightly dreams
Are where thy dark eye glances,
And where thy footstep gleams-
In what ethereal dances,
By what Italian streams.
Alas! for that accursed time
They bore thee o’er the billow,
From Love to titled age and crime,
And an unholy pillow!–
From me, and from our misty clime,
Where weeps the silver willow!
Alone
From childhood’s hour I have not been
As others were; I have not seen
As others saw; I could not bring
My passions from a common spring.
From the same source I have not taken
My sorrow; I could not awaken
My heart to joy at the same tone;
And all I loved, I loved alone.
Then- in my childhood, in the dawn
Of a most stormy life- was drawn
From every depth of good and ill
The mystery which binds me still:
From the torrent, or the fountain,
From the red cliff of the mountain,
From the sun that round me rolled
In its autumn tint of gold,
From the lightning in the sky
As it passed me flying by,
From the thunder and the storm,
And the cloud that took the form
(When the rest of Heaven was blue)
Of a demon in my view.

The Haunted Palace
In the greenest of our valleys
By good angels tenanted,
Once a fair and stately palace —
Snow-white palace — reared its head.
In the monarch thought’s dominion —
It stood there!
Never Seraph spread his pinion
Over fabric half so fair.
Banners yellow, glorious, golden,
On its roof did float and flow —
This — all this — was in the olden
Time long ago —
And every gentle air that dallied,
In that sweet day,
Along the rampart plumed and pallid,
A winged odour went away.
All wanderers in that happy valley,
Through two luminous windows saw
Spirits moving musically
To a lute’s well tuned law,
Round about a throne where sitting
(Porphyrogene!)
In state his glory well befitting,
The sovereign of the realm was seen.
And all with pearl and ruby glowing
Was the fair palace door ;
Through which came flowing, flowing, flowing,
And sparkling evermore,
A troop of echoes, whose sweet duty
Was but to sing
In voices of surpassing beauty,
The wit and wisdom of their king.
But evil things in robes of sorrow,
Assailed the monarch’s high estate!
Ah, let us mourn — for never morrow
Shall dawn upon him desolate!
And round about his home the glory,
That blushed and bloomed,
Is but a dim-remembered story
Of the old time entombed.
And travellers now within that valley,
Through the red-litten windows, see
Vast forms that move fantastically
To a discordant melody;
While, like a rapid ghastly river,
Through the pale door;
A hideous throng rush out forever,
And laugh — but smile no more.
The Valley of Unrest
Once it smiled a silent dell
Where the people did not dwell;
They had gone unto the wars,
Trusting to the mild-eyed stars,
Nightly, from their azure towers,
To keep watch above the flowers,
In the midst of which all day
The red sunlight lazily lay.
Now each visitor shall confess
The sad valley’s restlessness.
Nothing there is motionless-
Nothing save the airs that brood
Over the magic solitude.
Ah, by no wind are stirred those trees
That palpitate like the chill seas
Around the misty Hebrides!
Ah, by no wind those clouds are driven
That rustle through the unquiet Heaven
Uneasily, from morn till even,
Over the violets there that lie
In myriad types of the human eye-
Over the lilies there that wave
And weep above a nameless grave!
They wave: — from out their fragrant tops
Eternal dews come down in drops.
They weep: — from off their delicate stems
Perennial tears descend in gems.

The Valley Nis
Far away — far away —
Far away — as far at least
Lies that valley as the day
Down within the golden east —
All things lovely — are not they
Far away — far away ?
It is called the valley Nis.
And a Syriac tale there is
Thereabout which Time hath said
Shall not be interpreted.
Something about Satan’s dart —
Something about angel wings —
Much about a broken heart —
All about unhappy things:
But "the valley Nis" at best
Means "the valley of unrest."
Once it smil’d a silent dell
Where the people did not dwell,
Having gone unto the wars —
And the sly, mysterious stars,
With a visage full of meaning,
O’er the unguarded flowers were leaning:
Or the sun ray dripp’d all red
Thro’ the tulips overhead,
Then grew paler as it fell
On the quiet Asphodel.
Now the unhappy shall confess
Nothing there is motionless:
Helen, like thy human eye
There th’ uneasy violets lie —
There the reedy grass doth wave
Over the old forgotten grave —
One by one from the tree top
There the eternal dews do drop —
There the vague and dreamy trees
Do roll like seas in northern breeze
Around the stormy Hebrides —
There the gorgeous clouds do fly,
Rustling everlastingly,
Through the terror-stricken sky,
Rolling like a waterfall
O’er th’ horizon’s fiery wall —
There the moon doth shine by night
With a most unsteady light —
There the sun doth reel by day
"Over the hills and far away."
.jpg)
Evening Star
‘Twas noontide of summer,
And mid-time of night;
And stars, in their orbits,
Shone pale, thro’ the light
Of the brighter, cold moon,
‘Mid planets her slaves,
Herself in the Heavens,
Her beam on the waves.
I gazed awhile
On her cold smile;
Too cold— too cold for me—
There pass’d, as a shroud,
A fleecy cloud,
And I turned away to thee,
Proud Evening Star,
In thy glory afar,
And dearer thy beam shall be;
For joy to my heart
Is the proud part
Thou bearest in Heaven at night,
And more I admire
Thy distant fire,
Than that colder, lowly light.
The End
Edgar Allan Poe: Six Poems
KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
Filed under: FICTION & NON-FICTION,BOOKS,Edgar Allan Poe,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Poe, Edgar Allan
.jpg)
D e i d e a l e v r o u w 2














Noordbrabants Museum Den Bosch
De ideale vrouw
24 januari t/m/ 3 mei 2009
.jpg)
KEMP=MAG poetry magazine – magazine for art & literature
to be continued
Filed under: ULTIMATE LIBRARY,The Ideal Woman
.jpg)
![]()
I v o n e t O m n e s
en het begin van de
Bretonse literatuur
![]()
door Lauran Toorians
Het is weliswaar toeval, maar net als de literatuurgeschiedenis van het Nederlands begint ook die van het Bretons met een speelse vrijheid die een kopiist zich in de middeleeuwen veroorloofde. Voor het Nederlands hebben we zo uit ongeveer 1100 het bekende ‘pennenprobeersel’ Hebban olla vogala nestas hagunnan / hinase hic enda thu / wat unbidan we nu. Mogelijk zijn dit regels uit een liefdesliedje dat in die tijd populair was, al is over de precieze interpretatie nog lang niet iedereen het eens.
Een paar eeuwen later – waarschijnlijk rond 1350 of enkele decennia eerder – schreef een Bretonse kopiist enkele verzen in zijn moedertaal op de wit gebleven regels in een exemplaar van de Latijnstalige Spiegel historiaal (Speculum historiale) van Vincent de Beauvais (overleden rond 1264). Hij deed dat zeven keer, verspreid door het dikke boek, en helaas leveren die losse stukjes geen samenhangend gedicht op. Toch is een nadere kennismaking met deze regels zeker op zijn plaats. In de geschiedenis van de Bretonse literatuur nemen zij een wat verweesde plaats in. Het Oudbretons (van de zesde tot en met de elfde eeuw) is redelijk goed bekend door zogenaamde glossen in Latijnstalige handschriften, maar die kunnen we niet tot de literatuur rekenen. Tot in de zeventiende eeuw spreken we vervolgens van Middelbretons, en die taal kent een uitgebreide literatuur met een sterk overwegend religieus karakter, maar we met een aantal prachtige werken. Bovendien kennen we deze Middelbretonse literatuur vrijwel uitsluitende uit vroege drukken, wat al impliceert dat werken van vóór circa 1450 uiterst zeldzaam zijn. Van de rijkdom van de Modernbretonse literatuur kan de Nederlandstalige lezer uitstekend kennis nemen door de vele vertalingen die Jan Deloof bezorgde. De fragmenten in het Parijse handschrift van de Spiegel historiaal zijn dus alleen al door hun vroege datering bijzonder. Desalniettemin worden zij in overzichten van de Bretonse literatuurgeschiedenis zelden uitvoerig besproken en meestal met enig dédain afgedaan als ‘onbelangrijk’, ‘armzalig en droog’ of ‘grof’.
Op basis van dialectkenmerken wordt wel verondersteld dat de auteur afkomstig is uit het noorden van Bretagne, uit het bisdom Léon in het noordwesten of wellicht uit het tegenwoordig Franstalige noordoosten (Pays de Goëlo / Bro-Ouelou). Over de datering van de tekstfragmentjes bestaat enige onenigheid. Gangbaar is de datering van het handschrift ‘rond 1350’, maar de kenner van het Oud- en Middelbretons Léon Fleuriot dateerde niet alleen het handschrift eerder, ‘tegen 1330’ (vers 1330), maar suggereerde ook dat de fragmenten afkomstig zijn uit een lied dat terug zou kunnen gaan tot de elfde eeuw. Voorlopig lijkt hij de enige die deze vroege(re) datering voorstaat.
Een van de Middelbretonse fragmenten in de Spiegel historiaal wordt met geringe variaties op drie plaatsen herhaald. Het bestaat uit twee versregels die overlopen van rijm en binnenrijm:
An guen heguen a’m louenas
an hegarat an lacat glas.
Die met de blanke glimlach verheugt mij,
die lieflijke met blauwe ogen.
lees meer………………………..
![]()
Lees de volledige tekst van Lauran Toorians:
Ivonet Omnes en het begin van
de Bretonse literatuur
![]()
Inleidend essay van Lauran Toorians:
De Keltische talen
en hun literaturen
![]()
© Lauran Toorians
KEMP=MAG poetry magazine
Filed under: FICTION & NON-FICTION,CELTIC LITERATURE,FICTION & NON-FICTION,NONFICTION: ESSAYS & STORIES,Lauran Toorians
Thank you for reading KEMP=MAG - KEMPIS POETRY MAGAZINE - magazine for art & literature