• INDEX
  • ABOUT US
  • LINKS
  • AGENDA
  •        HOME  


    New

    1. Aloysius Bertrand: L’écolier de Leyde
    2. Jacques Perk: O, noodlot!
    3. Gabriele D´Annunzio: I Poeti
    4. Mark Twain: Post-Mortem Poetry
    5. Gevelgedicht van Erik van Os in Hulten NB
    6. Expositie n.a.v. De Val van Albert Camus in ZINGERpresents Amsterdam
    7. Ed Schilders Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (3)
    8. P.C. Boutens: In eenzaamheid
    9. George Eliot: Count That Day Lost
    10. A case of identity: Doris
    11. Velimir Chlebnikov: Wind is song
    12. Edith Södergran: 3 poems
    13. Gedicht Ton van Reen: Lopen
    14. Lola Ridge: Broadway
    15. William Shakespeare: Sonnet 045
    16. Dutch Landscape: Trees
    17. Marcel Proust: Antoine Watteau
    18. Anton Chekhov: The Doctor
    19. A case of identity: Alice
    20. Willem Bilderdijk: Uitboezeming
    21. Franz Kafka: Ein Brudermord
    22. Delmira Agustini: Debout Sur Mon Orgueil Je Veux Montrer Au Soir
    23. Henry Wadsworth Longfellow: Twilight
    24. Gabriele D’Annunzio: 3 Poems
    25. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (2)
    26. Gronama gedicht: Kantoren
    27. Studium Generale UU: De biografie, een wetenschappelijk en literair genre
    28. Hans Hermans photos: Montagne
    29. Art Gallery Christian Nagel in Antwerp
    30. Mark Twain: The Danger of Lying in Bed
    31. Amy Levy: A Greek Girl
    32. Masaoka Shiki: Tanka
    33. Sappho: Sleep, darling
    34. Charles Dickens: Lucy’s Song
    35. Marina Tsvetaeva: Conversation With A Genius
    36. Virginia Woolf: The Man Who Loved His Kind
    37. Jef van Kempen: Stairs
    38. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (1)
    39. Boeken rond het Paleis 2010 in centrum Tilburg
    40. Nachrichten aus Berlin: Reflections 3
    41. Gabriele D’Annunzio: La Pioggia nel Pineto
    42. William Shakespeare: Sonnet 044
    43. Dylan Thomas: Vision and Prayer
    44. Tropenmuseum Amsterdam: Expositie Betsabeé Romero – Cars & Traces
    45. Willem Bilderdijk: Troostzang
    46. Mikhail Yuryevich Lermontov: 3 Poems
    47. Primo Levi: The Survivor
    48. J.-K. Huysmans: 10 – Ballade chlorotique (Le Drageoir aux épices)
    49. Multatuli: Idee Nr. 16
    50. Masaoka Shiki: In the coolness

    Categories

    1. -N E W S & E V E N T S
    2. EXHIBITION
    3. FICTION & NON-FICTION
    4. KEMP = MAG POETRY LIBRARY
    5. MUSEUM OF LOST CONCEPTS
    6. MUSEUM OF NATURAL HISTORY
    7. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
    8. STORY ARCHIVE
    9. ULTIMATE LIBRARY
    10. zone

    Archives

    1. September 2010
    2. August 2010
    3. July 2010
    4. June 2010
    5. May 2010
    6. April 2010
    7. March 2010
    8. February 2010
    9. January 2010
    10. December 2009
    11. November 2009
    12. October 2009
    13. September 2009
    14. August 2009
    15. July 2009
    16. June 2009
    17. May 2009
    18. April 2009
    19. March 2009
    20. February 2009
    21. January 2009
    22. December 2008
    23. November 2008
    24. October 2008
    25. September 2008
    26. August 2008
    27. July 2008
    28. June 2008
    29. May 2008
    30. April 2008
    31. March 2008
    32. February 2008
    33. January 2008
    34. December 2007
    35. November 2007

     

    1. Subscribe to new material: RSS

    Den Haag Sculptuur 2009 presenteert: Javier Marín

     

    Den Haag  Sculptuur  2009

     

    Javier  Marín:

    Mexican  Sculptures

    9 juni  t/m  9 september 2009

     

    De Mexicaanse kunstenaar Javier Marín is door de stichting Den Haag Sculptuur uitgenodigd om zijn nieuwste beelden te tonen op het Lange Voorhout in de zomer van 2009. – in het kader van een nieuwe aanpak waarbij gekozen is voor een éénmanstentoonstelling. Dit bevordert de toegankelijkheid voor een groot publiek.

    Javier Marín maakt monumentale sculpturen in resina (kunsthars), marmer en brons, in een beeldtaal die doet denken aan het maniërisme en de barok, maar dan in een Zuid-Amerikaanse dimensie. Het is alsof je een slagveld overziet, waar een strijd tussen titanen heeft plaatsgevonden. Gigantische hoofden, liggend, of op hun kop, vullen de ruimte, of liever gezegd, ze zetten de ruimte naar hun hand. Er zijn in de tentoonstelling ook twee enorme cirkels, gevuld met fragmenten van menselijke figuren, die bij Javier Marín de associatie oproepen met Chalchihuitl, de Azteekse godin van het wassende water, die staat voor het eeuwige, steeds weer oprijzende leven. Javier Marín beleeft in zijn beelden het conflict tussen de verwoeste cultuur van de Azteken en de Olmeken, waarvan slechts fragmenten bewaard zijn gebleven, en de rijke barok van de Spaanse veroveraars van Midden- en Zuid-Amerika. De barokke versiering van kerken en kloosters, en de bijna levensechte beelden van Maria, Jezus en talloze heiligen bevestigden de macht van de Spaanse overheersing. Vanzelfsprekend heeft een verwijzing naar de kunst van de Barok voor een kunstenaar in Mexico een extra beladen betekenis. Toch is Javier Marín niet iemand die een interpretatie van zijn werk oplegt. Zijn ruiters kunnen deel uitmaken van het bezettingsleger van de Spanjaarden, de conquistadores, maar het kunnen ook verslagen manschappen zijn die terugkeren van de strijd, als overlevenden. Vervuld met open vragen neemt Javier Marín ons mee in zijn barokke fantasiewereld, vol herinneringen aan vervlogen veldslagen, maar ook met de fysieke angst voor nieuwe, onontkoombare conflicten. Hij vertelt zijn verhaal met latijns-amerikaanse exuberantie, maar ook met een levensgevoel van onze tijd. Dit is de eerste tentoonstelling van Javier Marín in Nederland; wij verwachten een grote opkomst voor deze unieke expositie.

    Javier Marín is geboren in Uruapan, in de streek van Michoacán in Mexico in 1962. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie van San Carlos in Mexico City – de stad waar hij nu werkt en woont. Hij richtte zich aanvankelijk op schilderkunst en grafiek, maar later concentreerde hij zich op het werken in terracotta, resina en brons. Vanaf 1983 nam hij deel aan een groepstentoonstelling in het Casa de la Cultura in Morelia (Mexico), maar in 1986 maakte hij zijn eerste éénmansexpositie in Mexico City. Sinds die tijd is zijn werk te zien geweest in het Museo de Bellas Artes aldaar, in de Espace Pierre Cardin in Parijs, op de 50ste Biennale van Venetië in 2005, op de Plaza de Cibeles in Madrid, op de Piazza del Duomo in Pietrasanta, en nu in de Rotonda di via Besana en op het plein voor de Scala in Milaan.

     kemp=mag – kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,EXHIBITION,K=M Art Gallery


    Hans Hermans natuurdagboek juli 2009

     

    Johann Wolfgang von Goethe

    (1749 – 1832)


    Es fing ein Knab’ ein Vögelein

    Es fing ein Knab’ ein Vögelein,
            Hm! Hm!
    Da lacht’ er in den Käfig ’nein
            Hm! Hm!
              So! So!
                Hm! Hm!

    Der freut’ sich traun so läppisch
            Hm! Hm!
    Und griff hinein so täppisch,
            Hm! Hm!
              So! So!
                Hm! Hm!

    Da flog das Meislein auf ein Haus
            Hm! Hm!
    Und lacht den dummen Buben aus,
            Hm! Hm!
              So! So!
                Hm! Hm!

     

    Hans Hermans Natuurdagboek Juli 2009

    Foto’s: Hans Hermans

    Gedicht: Johann Wolfgang von Goethe

    kemp=mag poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Goethe, Johann Wolfgang von,EXHIBITION,Hans Hermans Photos,MUSEUM OF NATURAL HISTORY


    Reactie Remco Campert op gedicht Ton van Reen

     Reactie van Remco Campert op het gedicht dat Ton van Reen

    schreef ter gelegenheid van Camperts tachtigste verjaardag

    op 28 juli 2009 en publiceerde op

    kempis poetry magazine 

     

    Lees:  Gedicht voor Remco Campert door Ton van Reen

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,Reen, Ton van


    Ton van Reen: Gedicht voor Remco Campert

     

    Gedicht voor Remco Campert

    door Ton van Reen

     

    Als je tachtig bent, zou je heel veel over willen doen

    maar bijna alles wat je hebt gedaan, zou je overslaan

    en alle reizen die je als kind, later, wilde maken

    maar waar je in alle haast nooit de tijd voor vond

    maak je alsnog, je gaat op de fiets, tas met beleg en brood

    naar Leuven en Sint Martens-Latem, om België te zien

    en lift naar Rome, geen brood maar een meisje mee

     

    En alles wat je als jongen van elf wilde worden

    - maar nooit geweest bent, omdat je niet werd uitverkoren

    zelfs nooit verkozen tot het voetbalteam van school

    nooit spreekstalmeester in het wintercircus op het plein

    of de jongen die de koeken en de limonade uit mocht delen -

    wordt je alsnog, wanneer je droomt en winnaar blijkt

    en wijn schenkt voor de gasten op je feest

     

    Soms, als je na een reis per trein

    - jij was de machinist die je altijd al had willen zijn -

    op het podium staat in Oss of Zierikzee

    verbaasd lezend uit een boek waarop jouw naam

    vol verweerde tekst, doorleefd als een missaal

    zo vaak herhaald, toch bijna uit jouw hoofd verweesd,

    maar bij het spreken, klank en tonggevoel, weer nieuw

    vraag jij je af of het jouw gedicht of gemeengoed is

     

    De kampioen die je wilde zijn, macho en meisjesdroom,

    sportheld op het basketbalveld achter het Rijksmuseum

    waar jij je zomerse dagen verspeelde, sprong, wierp

    maar je was net iets te kort en te broos om te winnen

     

    Nu krijg je ruim de tijd om alles te doen

    wat je door eigen schuld hebt nagelaten

    alle avonturen waarover je droomde haal je nu in

    op kleiner schaal: je gaat op reis door eigen huis

    de keukenkast is Afrika, de muis vergroot je uit tot leeuw

    in de rommelkamer vindt je de Himalaya, Nepal, Mongolië

    het witte kastpapier de grote sneeuwbewaaide steppe

    en na je reis over de Noordpool op het achterplat

    vind je in bed Amerika, New York, de meisjesstad

     

    Doe het, doe de dingen die je altijd wilde doen

    voel je vrij en sla het stof van jaren van je af

    vergroot de bloemen op je vensterbank tot oerwoudbos

    zit aan tafel in je keuken met Neruda, Borges en Pierre Kemp

    en schenk de wijn van het landgoed ‘Ouderdom Is Schijn’

     

    Binnen je huid van vloeipapier, met het craquelé van tijd

    blijf je die jongen van elf met lef voor tien

    die heel veel wilde, storm, veel te weinig mocht

    maar alles wilde zien wat niet gezien mocht worden

    dacht dat hij alles kon, en met een bal gedichten in de hand

    op het plein achter het museum naar de hemel sprong

     

     

    Op 28 juli 2009 wordt Remco Campert tachtig jaar

    Ton van Reen eert Remco Campert met bovenstaand gedicht

    Lees reactie Remco Campert op gedicht Ton van Reen


    Ton van Reen: Gedicht voor Remco Campert

    © Ton van Reen

    kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,Reen, Ton van


    Willem de Mérode: De Dichter

    Willem de Mérode

    (1887-1939)


    De Dichter

    Er leven velen in hem, maar zij sluimren.
    Hij mag hen niet ontwekken, en hij wacht
    Of geen zich wakker woelen zal, en zacht,
    Een duif, tot ’t leven kringlen zal en tuimlen.

    Als hij hun schaduw in de grijze nacht
    Bewegen ziet, en waagt in de gezichten
    Een licht te wekken en met hen te richten,
    Bespeurt hij dat hun masker hem veracht.

    Zij moeten zelf uit zware slaap zich breken,
    Dan zullen zij door zijne lippen spreken
    Met woorden ademwarm van liefde en nood.

    Hij was zeer moedeloos en zeide bitter:
    Bleek wordt hun slaap en ’t leven maakt mij witter.
    En toen ontwaakte een in hem en werd groot.

    Poem of the week

    July 26, 2009

    kemp=mag poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Mérode, Willem de


    Paviljoen Grotto en expositie Stardust in Oude Warande Tilburg

     S   T   A   R   D   U   S   T

    nieuw paviljoen en internationale expositie in Barok bos

    De Oude Warande Tilburg

    27.06 – 27.09.2009

     

    STARDUST

    nieuw paviljoen en internationale expositie in Barok bos

    De Oude Warande, Tilburg

    27.06 – 27.09.2009
     

    Een jaar na het succes van Lustwarande 08 – Wanderland verrijkt Fundament Barok bos De Oude Warande in Tilburg met een paviljoen, getiteld Grotto. Tegelijkertijd vindt de internationale buitenexpositie Stardust plaats.

    Stardust is geen editie van Lustwarande; deze expositie heeft niet de pretentie een stand van zaken te tonen van recente ontwikkelingen in de hedendaagse sculptuur. Stardust heeft als directe aanleiding de oplevering van Grotto, een paviljoen, dat de Australische kunstenaar Callum Morton in opdracht van Fundament voor De Oude Warande ontwierp.


    Grotto

    Grotto, met zijn spiegelende, minimalistische exterieur en grotachtige, verzonken interieur, gesitueerd in het middelpunt van het bos, respecteert het Barokke ontwerp van cultuurhistorisch erfgoed De Oude Warande op ingenieuze en spectaculaire wijze. Het paviljoen functioneert als ontmoetingsplek, als informatiecentrum tijdens exposities en als zelfstandig podium voor hedendaagse muziek. Het paviljoen, dat tevens een bescheiden horecafaciliteit herbergt, zal vijf jaar lang in De Oude Warande schitteren.

    Met het oog op het Barokke parkontwerp kon een paviljoen in De Oude Warande in feite slechts op één punt gesitueerd worden: het centrale middenpunt, van waaruit het stervormige padenpatroon gezien kan worden. De obstructie door een paviljoen op deze plek loste Callum Morton (Montreal, 1965, woont en werkt in Melbourne) op simpele en tegelijkertijd spectaculaire wijze op; hij ontwierp een onzichtbaar paviljoen. Het exterieur valt in eerste instantie niet op omdat het een spiegel is, waardoor alle acht bospaden van de ster zich in de spiegeling voortzetten. Deze continuering is slechts schijnbaar, een Barokke illusie.

    Wie het paviljoen (10 x 6 x 4m hoog) betreedt wordt opnieuw geconfronteerd met een Barokke karakteristiek; het interieur is een grotto, een kunstmatig geschapen grot, 75 centimeter verzonken onder het maaiveld. Wanden hebben kijkgaten op ooghoogte, waar door naar buiten gekeken kan worden, aangezien de glazen façade uit detectieglas bestaat: spiegel van de ene zijde, venster van de andere. ’s Avonds wordt het interieur zodanig verlicht, dat bij volledige duisternis de spiegelfunctie van het paviljoen opgeheven wordt. De spiegelende vorm maakt plaats voor een zwarte heuvel, die associaties oproept met een grafheuvel. Niet alleen heeft het paviljoen daardoor een continu veranderende vorm, betekenissen wisselen zich ook af.Stardust

    Grotto weerspiegelt in zijn essentie zowel de tijd (de Barok en heden), aspecten van moderne kunst, architectuur en entertainment als ook zijn directe omgeving, het firmament, en het universum, inclusief de mens. Gezien deze veelheid aan betekenissen heeft Fundament besloten dit werk te incorporeren in een omvangrijker project: Stardust.


    Stardust

    Wat de werken in Stardust op het eerste oog lijkt te binden is hun reflecterende of juist volledige lichtabsorberende karakter. Gepolijste materialen en objecten zijn in de kunst in de loop van de geschiedenis hoofdzakelijk gebruikt om macht te weerspiegelen en om een (directe) relatie met het goddelijke te impliceren. In de hedendaagse kunst gaat het gebruik van reflecterende materialen aanzienlijk complexer. Weliswaar levert het gebruik van reflecterende materialen een specifieke esthetiek op, verwijzend naar rijkdom, begeerte en spirituele dimensies, maar de belangrijkste drijfveer om dergelijke materialen toe te passen is gelegen in hun deregulerende kwaliteit; reflecterende werken brengen de continue onevenwichtigheid waarin de wereld verkeert tot uitdrukking. Waar de mens voortdurend streeft naar evenwicht, ontregelt deze kunst de vermeende status quo, op een manier die wars is van clichés, nooit dreigend of moralistisch, juist afstandelijk en niet zelden speels. Deze kunst wijst op de continue dialectische vooruitgang van de wereld; niets staat stil, ook niet de mens, en niets wordt bestendigd, alles is in voortdurende ontwikkeling, inclusief het sterrenstof, waaruit het universum is opgebouwd. Het is dan ook niet enkel de huid van de werken in Stardust die hen onderling verbindt, het is vooral hun betekenis. Stardust gaat uiteindelijk over het verloop van de tijd, over verlangen en over de onmogelijkheid de dood te kunnen bezweren, kortom, over de illusie van het leven.


    STARDUST

    Fundament

    Park de Oude Warande, Tilburg

    27 juni – 27 september 2009

     

     Kunstenaars

    Monica Bonvicini (I/D)

    Job Koelewijn (NL)

    Jedediah Caesar (USA)

    Terence Koh (CND/USA)

    José Pedro Croft (P)

    Germaine Kruip (NL)

    Björn Dahlem (D)

    Callum Morton (AUS)

    Sylvie Fleury (CH)

    Rona Pondick (USA)

    Dan Graham (USA)

    Ugo Rondinone (CH/USA)

    Hendrik-Jan Hunneman (NL)

    Maria Roosen (NL)

     

     curator: Chris Driessen

    open: dagelijks van 11.00-17.30

    toegang: gratis

    website: www.fundamentfoundation.nl

     

    kemp=mag poetry magazine- magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009,EXHIBITION,K=M Art Gallery


    Galerie Anita Berber – 1

     

    A n i t a   B e r b e r

    (1899-1928)

    Anita Berber (June 10, 1899 – November 10, 1928) was a German dancer, actress and writer. Anita Berber was painted by many artists, among them Otto Dix. Her lover was dancer Sebastian Droste. In 1922, Berber and Droste published a book of poems, photographs, drawings: Kokain.

    Berber’s cocaine addiction and bisexuality were matters of public chatter. She was allegedly the sexual slave of a woman and the woman’s 15-year-old daughter. She could often be seen in Berlin’s hotel lobbies, nightclubs and casinos, naked apart from a sable wrap and a silver brooch filled with cocaine. Besides being a cocaine addict, she was an alcoholic.

    Anita Berber died of tubercolosis, at the age of 29, on November 10, 1928 in a Kreuzberg hospital and was buried at St. Thomas cemetery in Neukölln.

    In 1987 Rosa von Praunheim made a film titled: Anita – Tänze des Lasters.

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine – magazine for art & Literature

    Filed under: EXHIBITION,Anita Berber,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EXPERIMENTAL POETRY,Berber, Anita


    Gemeentemuseum Den Haag: De schone slaapster

    Frederic Leighton, Flaming June, ca. 1895, olieverf op doek, 119 x 119 cm, 

    Collectie Museo de Arte de Ponce,

    Fundación Luis A. Ferré, Inc., Ponce, Puerto Rico

     
    De Schone Slaapster

     Victoriaanse schilderkunst uit het Museo de Arte de Ponce

     4 juli 2009 t/m 20 september 2009

    Gemeentemuseum Den Haag

      Het prachtige Flaming June van Frederic Leighton (1830-1896) en vijf sprookjesachtige schilderijen van Edward Burne-Jones (1833-1898) vormen de hoogtepunten van een bijzondere tentoonstelling die van 4 juli tot en met 20 september 2009 te zien is in het Gemeentemuseum Den Haag. Deze topstukken uit het Victoriaanse tijdperk maken deel uit van de collectie van het Museo de Arte de Ponce in Puerto Rico en zijn nu voor het eerst in Nederland te zien.

    De prerafaëlieten leverden de belangrijkste Engelse bijdrage aan de negentiende-eeuwse schilderkunst. Kunstenaars als Dante Gabriel Rossetti (1828-1882), John Everett Millais (1829-1896) en William Hunt (1827-1910) hadden later grote invloed op stromingen als het Symbolisme en de Esthetic Movement rond Oscar Wilde. In de Victoriaanse tijd vonden hun hoofse ideeën over de mythische schoonheid van de vrouw navolging en werd er veel aandacht besteed aan de materiaalweergave van stoffen, marmer en bloemen.

      

    Sir Edward Coley Burne-Jones,

    De prins treedt het woud binnen uit de kleine Doornroosje-serie,

    1871 – 73, olieverf op doek, 61.28 x 129.54 cm,

    Collectie Museo de Arte de Ponce, Fundación Luis A. Ferré, Inc., Ponce, Puerto Rico

     

    Frederic, Lord Leighton schilderde zijn meesterlijke Flaming June rond 1895. Het is een beeld van een onschuldige, slapende vrouw in een oranje, doorschijnende jurk waaronder haar vrouwelijke vormen voorzichtig worden bloot gegeven. De bank waarop ze ligt is bekleed met kussens en rode doeken, op de achtergrond de glinstering van de zon in de zee. Met de weelderige lijnen en warme zonnige kleuren is dit schilderij een voorbeeld van Leightons voorliefde voor klassieke schoonheid en harmonie.

    Een ander indrukwekkend doek is het monumentale De slaap van Koning Arthur in Avalon, van Edward Burne-Jones. Dit ruim zes meter brede schilderij wordt beschouwd als zijn ultieme meesterwerk waar hij van 1881 tot op de dag voor zijn dood in 1898 aan werkte om de compositie te perfectioneren. Door het grote formaat kan het schilderij alleen opgerold vervoerd worden en heeft het sinds de aankoop in de jaren 1960 het museum in Puerto Rico nooit meer verlaten. Het is dan ook zeer bijzonder dat het nu voor het eerst weer in Europa is te zien.

     

    Sir Edward Coley Burne-Jones, De slaap van Koning Arthur in Avalon,

    olieverfschets, ca. 1881, olieverf op doek, 83,2 x 288,9 cm,

    Collectie Museo de Arte de Ponce, Fundación Luis A. Ferré, Inc., Ponce, Puerto Rico

     

    In zijn onderwerpskeuze had Burne-Jones een voorkeur voor de fabelachtige wereld van sprookjes en legendes waarin hij zijn ideale wereld kon verbeelden. De cyclus van Doornroosje bijvoorbeeld bestaat uit drie fantastische werken waarin slapende menselijke figuren worden omringd door een zee van rozen. Hierin is goed te zien hoe Burne-Jones zich liet inspireren door het classicisme; zijn mensen zijn bijna onwerkelijk mooi, zijn draperieën vallen sierlijk en de composities zijn evenwichtig.

    In de expositie zijn verder nog schilderijen opgenomen van onder andere Millais, Rossetti, Seddon en Hunt. Deze intieme, hoog kwalitatieve tentoonstelling bestaat uit tien schilderijen, zes tekeningen en een gouache, en is georganiseerd in samenwerking met het Museo del Prado in Madrid en het Memphis Brooks Museum of Art in de Verenigde Staten.

     

    Dante Gabriel Rossetti, Romeinse weduwe, 1874,

    olieverf op doek, 104,8 x 93,3 cm, Collectie Museo de Arte de Ponce,

    Fundación Luis A. Ferré, Inc., Ponce, Puerto Rico

     

    kemp=mag – kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,THE PRE-RAPHAELITES,*The Pre-Raphaelites Archive,-N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Marjorie Lowry Christie Pickthall poetry: The Wife

        

    Marjorie Lowry Christie Pickthall

    (1883-1922)

     

    The Wife

    Living, I had no might
    To make you hear,
    Now, in the inmost night,
    I am so near
    No whisper, falling light,
    Divides us, dear.

    Living, I had no claim
    On your great hours.
    Now the thin candle-flame,
    The closing flowers,
    Wed summer with my name, –
    And these are ours.

    Your shadow on the dust,
    Strength, and a cry,
    Delight, despair, mistrust, –
    All these am I.
    Dawn, and the far hills thrust
    To a far sky.

    Living, I had no skill
    To stay your tread,
    Now all that was my will
    Silence has said.
    We are one for good and ill
    Since I am dead.

     

    Poem of the week

    July 19, 2009

     

    kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POETRY ARCHIVE,Archive O-P


    Anton K. berichtet: Der Mauerpark in Berlin

    DER  MAUERPARK  IN  BERLIN

     

    Nachrichten aus Berlin

    D E R   M A U E R P A R K

     Der Mauerpark ist eine Parkanlage in Berlin. Sein Name geht auf die 1961 errichtete Berliner Mauer zurück, die hier die Grenze zwischen den damaligen Bezirken Prenzlauer Berg und Wedding bildete. Die Schließung der innerstädtischen Grenze am 13. August 1961 (Bau der Berliner Mauer) trennte das Bahnhofsgelände von der an ihm entlang führenden Schwedter Straße und der Böschung zum höhergelegenen Friedrich-Ludwig-Jahn-Sportpark, jetzt heim für Fussballverein FC Union Berlin . Aufgrund des Höhenunterschieds zwischen Jahn-Sportpark und ehemaligem Bahnhofsgelände bestand für die DDR-Grenztruppen über 20 Jahre lang eine schwierige Situation. Durch einen Gebietsaustausch 1988 erwarb Ost-Berlin die östliche Hälfte des Bahnhofsgeländes, die Sektorengrenze wurde auf rund einem Kilometer Länge um 50 Meter Richtung Westen verschoben.

     Photos Anton K.

    kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: EXHIBITION,Nachrichten aus Berlin


    In memoriam: Simon Vinkenoog 1928-2009

    Foto Tom Ordelman

     

      Al wat beweegt zal in beweging blijven

    Erop en/of eronder: een keus is er niet

    Niets dat beklijft en alles zal verdwijnen

    Je leven een vuurwerk … of niet


    Simon Vinkenoog

    Dichter

    18 juli 1928 – 12 juli 2009

     

    kemp=mag – kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POETRY ARCHIVE,Archive U-V,-N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Henri Lawson: Four Poems

    H e n r y   L a w s o n

    (1867-1922)


    Interlude

    Callaghan’s Hotel

     

    There’s the same old coaching stable that was used by Cobb and Co.,

    And the yard the coaches stood in more than sixty years ago;

    And the public-private parlour, where they serve the passing swell,

    Was the shoeing forge and smithy up at Callaghan’s Hotel.

     

    There’s the same old walls and woodwork that our fathers built to last,

    And the same old doors and wainscot and the windows of the past;

    And the same old nooks and corners where the Jim-Jams used to dwell;

    But the Fantods dance no longer up at Callaghan’s Hotel.

     

    There are memories of old days that were red instead of blue;

    In the time of "Dick the Devil" and of other devils too;

    But perhaps they went to Heaven and are angels, doing well–

    They were always open-hearted up at Callaghan’s Hotel.

     

    Then the new chum, broken-hearted, and with boots all broken too,

    Got another pair of bluchers, and a quid to see him through;

    And the old chum got a bottle, who was down and suffering Hell;–

    And no tucker-bag went empty out of Callaghan’s Hotel.

     

    And I sit and think in sorrow of the nights that I have seen,

    When we fought with chairs and bottles for the orange and the green;

    For the peace of poor old Ireland, till they rang the breakfast bell–

    And the honour of Old England, up at Callaghan’s Hotel.

     


    A Mixed Battle Song


    Lo! the Boar’s tail is salted, and the Kangaroo’s exalted,

    And his right eye is extinguished by a man-o’-warsman’s cap;

    He is flying round the fences where the Southern Sea commences,

    And he’s very much excited for a quiet sort of chap.

    For his ships have had a scrap and they’ve marked it on the map

    Where the H.M.A.S. Sydney dropped across a German trap.

    So the Kangaroo’s a-chasing of his Blessed Self, and racing

    From Cape York right round to Leeuwin, from the coast to Nevertire;

    And of him need be no more said, save that to the tail aforesaid

    Is the Blue Australian Ensign firmly fixed with copper wire.

    (When he’s filled the map with white men there’ll be little to desire.)


    I was sulky, I was moody (I’m inclined to being broody)

    When the news appeared in Sydney, bringing joy and bringing tears,

    (There’s an undertone of sorrow that you’ll understand to-morrow)

    And I felt a something in me that had not been there for years.

    Though I lean in the direction of most absolute Protection

    (And of wheat on the selection)

    And, considering Congestion and the hopeless unemployed,

    I’d a notion (but I hid it) that, the way the Emden did it,

    ‘Twould be better for Australia if her "commerce" was destroyed.


    You may say that war’s a curse, but the peace curse may be worse,

    When it’s lasted till it’s rotten–rotten from the inmost core,

    To the mouldy skin which we are, in the land we call the freer–

    And I almost feel inclined to call for "Three Cheers for the War!"

    For I think, when all is over, from Magellan’s Straits to Dover,

    Things will be a great deal better than they ever were before.

    But, since "Peace" and "Right" are squalling, I’ll content myself with calling

    For three rousers–like the ringing cheers we used to give of yore–

    For the Emden!

    For the Sydney!

    And their gallant crews and captains–both of whom we’ve met before!

    And, for Kaiser William’s nevvy, we shall venture three cheers more!

    Cheers that go to end a war.

     

    Somewhere up in Queensland


    He’s somewhere up in Queensland,

    The old folks used to say;

    He’s somewhere up in Queensland,

    The people say to-day.

    But Somewhere (up in Queensland)

    That uncle used to know–

    That filled our hearts with wonder,

    Seems vanished long ago.


    He’s gone to Queensland, droving,

    The old folks used to say;

    He’s gone to Queensland, droving,

    The people say to-day.

    But "gone to Queensland, droving,"

    Might mean, in language plain,

    He follows stock in buggies,

    And gets supplies by train.


    He’s knocking round in Queensland,

    The old folks used to say;

    He’s gone to Queensland, roving,

    His sweetheart says to-day.

    But "gone to Queensland, roving"

    By mighty plain and scrub,

    Might mean he drives a motor-car

    For Missus Moneygrub.


    He’s looking for new country,

    The old folks used to say;

    Our boy has gone exploring,

    Fond parents say to-day.

    "Exploring" out in Queensland

    Might only mean to some

    He’s salesman in "the drapery"

    Of a bush emporium.


    To somewhere up in Queensland

    Went Tom and Ted and Jack;

    From somewhere up in Queensland

    The dusty cheques come back:

    From somewhere up in Queensland

    Brown drovers used to come,

    And someone up in Queensland

    Kept many a southern home.


    Somewhere up in Queensland,

    How many black sheep roam,

    Who never write a letter,

    And never think of home.

    For someone up in Queensland

    How many a mother spoke;

    For someone up in Queensland

    How many a girl’s heart broke.




    Down in the River


    I’ve done with joys an’ misery,

    An’ why should I repine?

    There’s no one knows the past but me

    An’ that ol’ dog o’ mine.

    We camp an’ walk an’ camp an’ walk,

    An’ find it fairly good;

    He can do anything but talk,

    An’ he wouldn’t if he could.


    We sits an’ thinks beside the fire,

    With all the stars a-shine,

    An’ no one knows our thoughts but me

    An’ that there dog o’ mine.

    We has our Johnny-cake an’ "scrag,"

    An’ finds ‘em fairly good;

    He can do anything but talk,

    An’ he wouldn’t if he could.


    He gets a ‘possum now an’ then,

    I cooks it on the fire;

    He has his water, me my tea–

    What more could we desire?

    He gets a rabbit when he likes,

    We finds it pretty good;

    He can do anything but talk,

    An’ he wouldn’t if he could.


    I has me smoke, he has his rest,

    When sunset’s gettin’ dim;

    An’ if I do get drunk at times,

    It’s all the same to him.

    So long’s he’s got me swag to mind,

    He thinks that times is good;

    He can do anything but talk,

    An’ he wouldn’t if he could.


    He gets his tucker from the cook,

    For cook is good to him,

    An’ when I sobers up a bit,

    He goes an’ has a swim.

    He likes the rivers where I fish,

    An’ all the world is good;

    He can do anything but talk,

    An’ he wouldn’t if he could.


    Henri Lawson: Four Poems

    kemp=mag – kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Lawson, Henry


    « Continue reading

    Thank you for reading KEMP=MAG - KEMPIS POETRY MAGAZINE - magazine for art & literature