• INDEX
  • ABOUT US
  • LINKS
  • AGENDA
  •        HOME  


    New

    1. Aloysius Bertrand: L’écolier de Leyde
    2. Jacques Perk: O, noodlot!
    3. Gabriele D´Annunzio: I Poeti
    4. Mark Twain: Post-Mortem Poetry
    5. Gevelgedicht van Erik van Os in Hulten NB
    6. Expositie n.a.v. De Val van Albert Camus in ZINGERpresents Amsterdam
    7. Ed Schilders Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (3)
    8. P.C. Boutens: In eenzaamheid
    9. George Eliot: Count That Day Lost
    10. A case of identity: Doris
    11. Velimir Chlebnikov: Wind is song
    12. Edith Södergran: 3 poems
    13. Gedicht Ton van Reen: Lopen
    14. Lola Ridge: Broadway
    15. William Shakespeare: Sonnet 045
    16. Dutch Landscape: Trees
    17. Marcel Proust: Antoine Watteau
    18. Anton Chekhov: The Doctor
    19. A case of identity: Alice
    20. Willem Bilderdijk: Uitboezeming
    21. Franz Kafka: Ein Brudermord
    22. Delmira Agustini: Debout Sur Mon Orgueil Je Veux Montrer Au Soir
    23. Henry Wadsworth Longfellow: Twilight
    24. Gabriele D’Annunzio: 3 Poems
    25. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (2)
    26. Gronama gedicht: Kantoren
    27. Studium Generale UU: De biografie, een wetenschappelijk en literair genre
    28. Hans Hermans photos: Montagne
    29. Art Gallery Christian Nagel in Antwerp
    30. Mark Twain: The Danger of Lying in Bed
    31. Amy Levy: A Greek Girl
    32. Masaoka Shiki: Tanka
    33. Sappho: Sleep, darling
    34. Charles Dickens: Lucy’s Song
    35. Marina Tsvetaeva: Conversation With A Genius
    36. Virginia Woolf: The Man Who Loved His Kind
    37. Jef van Kempen: Stairs
    38. Ed Schilders: Pietro Aretino. De geschiedenis van een reputatie (1)
    39. Boeken rond het Paleis 2010 in centrum Tilburg
    40. Nachrichten aus Berlin: Reflections 3
    41. Gabriele D’Annunzio: La Pioggia nel Pineto
    42. William Shakespeare: Sonnet 044
    43. Dylan Thomas: Vision and Prayer
    44. Tropenmuseum Amsterdam: Expositie Betsabeé Romero – Cars & Traces
    45. Willem Bilderdijk: Troostzang
    46. Mikhail Yuryevich Lermontov: 3 Poems
    47. Primo Levi: The Survivor
    48. J.-K. Huysmans: 10 – Ballade chlorotique (Le Drageoir aux épices)
    49. Multatuli: Idee Nr. 16
    50. Masaoka Shiki: In the coolness

    Categories

    1. -N E W S & E V E N T S
    2. EXHIBITION
    3. FICTION & NON-FICTION
    4. KEMP = MAG POETRY LIBRARY
    5. MUSEUM OF LOST CONCEPTS
    6. MUSEUM OF NATURAL HISTORY
    7. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
    8. STORY ARCHIVE
    9. ULTIMATE LIBRARY
    10. zone

    Archives

    1. September 2010
    2. August 2010
    3. July 2010
    4. June 2010
    5. May 2010
    6. April 2010
    7. March 2010
    8. February 2010
    9. January 2010
    10. December 2009
    11. November 2009
    12. October 2009
    13. September 2009
    14. August 2009
    15. July 2009
    16. June 2009
    17. May 2009
    18. April 2009
    19. March 2009
    20. February 2009
    21. January 2009
    22. December 2008
    23. November 2008
    24. October 2008
    25. September 2008
    26. August 2008
    27. July 2008
    28. June 2008
    29. May 2008
    30. April 2008
    31. March 2008
    32. February 2008
    33. January 2008
    34. December 2007
    35. November 2007

     

    1. Subscribe to new material: RSS

    Landloperskerkhof Wortel & Merksplas (B) -1-

    Landloperskerkhof Wortel  & Merksplas (B)

    Van de landbouwkolonies die in 1822 in Merksplas en Wortel (B) werden opgericht, was Wortel een "vrije kolonie", bestaande uit een 125-tal hoevetjes. Het project mislukte, en na de Belgische Onafhankelijkheid werden alle boerderijen gesloopt. Vanaf 1870 koopt de Belgische Staat alle gronden en gebouwen op beide plaatsen op. Tot 1893 stonden alle "rijksweldadigheidskoloniën" in deze regio onder Hoogstraats bestuur. Daarna kreeg Merksplas een eigen directie en fungeerde Wortel als een soort bijhuis. Het was een "maison de refuge" voor bedelaars en landlopers die in de landbouw werden ingezet. Vanaf 1945 komt Wortel onder toezicht van het Bestuur der Strafinrichtingen. Sinds 1955 functioneert de instelling onafhankelijk.

    Na de afschaffing van de Wet op de Landloperij in 1993 wordt Wortel een strafinrichting met een halfopen regime (arbeid in werkplaatsen die buiten het cellulair gedeelte gelegen zijn). Men begint aan de bouw van een nieuwe cellulaire afdeling die in 1996 in gebruik genomen wordt. Zo biedt de gevangenis tegenwoordig plaats aan 150 gedetineerden. Het betreft een groep veroordeelden met straffen onder de 3 jaar die beschikken over een geldig verblijfsstatuut in België. Ook veroordeelden tot meer dan 3 jaar die reeds genieten van penitentiair verlof kunnen naar Wortel worden doorverwezen. Het merendeel van de misdrijven betreft diefstallen en drugsdelicten. Er verblijven in Wortel nog 10 landlopers (hun gemiddelde leeftijd is 64!) die vrijwillig het regime van de strafinrichting hebben aanvaard.

    Het kerkhof, met zo’n 170 witte betonnen kruisjes, is het merkwaardigste overblijfsel van de landloperskolonie. Op de kruisjes hangt een loden plaatje met een nummer, een naam, een datum van geboorte en overlijden. In zeldzame gevallen staat er zelfs geen naam, alleen een nummer en de letters RWK (afkorting van rijksweldadigheidskolonie). Het zijn de graven van de eenzaamsten onder landlopers, degenen die ’zonder familie’ zijn gestorven. Enkele graven dateren van 2003. Dat komt doordat de oudste landlopers na de afschaffing van de landloperij in 1993 het ’voorrecht’ kregen in de gebouwen van de kolonie hun laatste levensdagen te slijten.

     

     

    Landloperskerkhof Wortel & Merksplas 1 – België

    Begraafplaats Merksplas photos KEMP=

    KEMP=MAG -kempis poetry magazine

    Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Historia Belgica


    Ton van Reen gedicht: De terminator van het Vondelpark

     

    De terminator van het Vondelpark

    door Ton van Reen

     

    Op een late verslapen zondagnamiddag, rond het uur van herkauwen,

    gebeurt er een wonder, in een dommelend stadspark in Amsterdam

    zachte grassen, bewasemd door gefilterd fijnstof van eeuwen

    onder de koelte van bomen, soorten uit alle windstreken geroofd

     

    Dames en heren van stand en van stadsadel wandelen over de paden

    van faam dromend, zichzelf en elkaar uitroepend tot beroemdheden

    zoals schrijvers met haast Vergeten Namen als Huygens, Vondel en Cats,

    kooplieden als Polak en van Gennep, Van Oorschot en Lubberhuizen

    koningen met bloed aan de handen en moordenaars als Van Heutz en Piet Hein

    minzaam kijken ze vanaf de wollige wolken die op deze namiddag overdrijven neer

    op het Amsterdams herenvolk, dat bij daglicht bedeesd lijkt, en proper

    en verschoond blijft van de hoeren, de horken en de heiligen van de nacht

    ver van de morgensterren die zich vroeg in de middag, moe van het ochtendwerk

    in hun bakfietsen, op het zomergras of in de perken te slapen hebben gelegd

    beschenen door een wulpse zon, gesneden uit een schilderij van Van Gogh

    waar het licht honingzoet, geiler dan geel en in wellust vanaf druipt

     

    Geen mens is er op bedacht dat dit het moment is van een wonder

    maar toch, net als rampen gebeuren ook wonderen steeds onverwacht,

    de aarde knalt als een fles champagne die wordt ontkurkt

    men schrikt en ziet: Ho! Kan dit? Opeens is er het kind

    zo maar ligt het daar op het pad, een kind klein als een konijn

    alsof het uit de grond komt, uit een rattenhol of een molshoop

    het bevrijdt zich van de scherven van baarmoeder aarde en kijkt rond

     

    Blind is het niet. Het heeft ogen die de ogen van mensen doorboren

    en hen recht in hun hart treffen. Ze voelen zich schuldig

    woorden heeft het te over, zijn mond is een open boek

    waaruit een kreet klinkt die als een woord door het park galmt

    de mensen huiveren, bang als ze zijn voor woorden die iets betekenen

     

    Bang zijn ze, want niemand wil zich verantwoorden voor deze geboorte

    zo onvoorzien, niemand wil het ouderschap dragen van zo maar een kind

    geen vrouw heeft het willig gedragen, geen man wil de verwekker zijn

    van een kind dat geboren wordt op een onvermoed moment in een stadspark

    waar mensen rusteloos rondwandelen om zich aan elkaar te vertonen

    - ‘Goedemiddag meneer Em. Dag mevrouw Pee. Hoe gaat het met Ha?’ -

    maar er niet zijn om betrokken te raken bij een kind, zo klein, zo teer

    dat hen zo maar voor de voeten wordt geworpen om te worden gevoed

    en om liefde vraagt

     

    Het kind schuiert de moederkoek van aarde van zich af

    tweehandig, bekwaam, naakt vraagt het om te worden gekleed

    maar de mensen zijn besluiteloos, niemand voelt zich aangesproken

    het is makkelijker om over liefde te schrijven dan om liefde te geven

    aan een kind, een beetje vies, dat zo maar, onverwacht op deze lome namidddag

    wordt geboren en waar men de handen niet aan vuil wil maken

     

    Het kind kijkt rond, het verwacht te worden omarmd om dat wat het is: kind

    maar het vindt geen warmte in de ogen van de aarzelende omstanders

    die niet begrijpen dat het wonder hen nodig heeft om een wonder te zijn

    en, bang voor eigen verantwoording, bang voor plichten

    bekvechten over een kind dat te vondeling zou zijn gelegd in het gras

    over een moeder die ontaard is en haar kind in de steek heeft gelaten

     

    Niemand praat over de noden van het kind, over voeding en kleding

    niemand die begrijpt dat het kind de examinator van hun leven is

    de ijkmeester van hun gedrag, de terminator van hun gevoelens

     

    Het kind keert zich van hen af en kruipt door perken en gras weg

    als een slak laat het een spoor van nat zilver achter zich

    glimmend, zacht, als de tranen van de vroedmeesterpad

    alsof het bewust een spoor nalaat en hoopt dat toch nog iemand het wil vinden

     

    Het kruipt weg van de mensen die geen weet hebben van de liefde

    waarover ze hun mond vol hebben, liefde is voor hen de borrelpraat

    waarmee ze hun liefdeloze boeken over eigenliefde vol plempen

    de kassakrakers die het teken zijn van een harteloze tijd en lege letteren

    het volk dat stikt van eigendunk, mannen en vrouwen zonder hart

    die er van dromen dat ze hier later in brons zullen staan, kil en harteloos

    net als al de vereeuwigde moordenaars en de pratende apen van de tv

    zoals ze in leven al blijken te zijn, leeglopers, als mens afgedankt

     

    Ze horen het kind huilen en roepen dat iemand voor het wicht moet zorgen

    maar niemand die de zorg op zich neemt, hun schrijverstijd is te kostbaar

    zij zijn altijd bezig met zichzelf, hun woordenbrij, hun driftige geschriften

     

    Het kind verdwijnt, maar als iedereen opgelucht is en weer beleefd wordt

    - ‘Er is niets gebeurd meneer Em, een klein incident.,

    Het moet een hoer zijn geweest die haar kind te vondeling heeft gelegd.

    Gelukkig hebben we daarvoor het Leger des Heils, mevrouw Pee.

    Die in God gelovende idioten zijn toch nog ergens goed voor.’

    Zeg dat wel, meneer Em, ze ruimen het menselijk vuil.’

    Maar jij, je schrijft toch ook over hoeren? En jouw man…?’

    Ach meneer Em, jij snapt dat toch wel, wat ik schrijf is literatuur.’ -

    zien de mensen hoe uit het park een ster ten hemel stijgt, glanzend

    en recht op de gloeiende zon van Van Gogh afgaat, het licht oogst

    en het met bakken tegelijk op de welwillende wandelaars uitgiet

    zoveel licht dat het de mensen blind maakt,

    - ‘Meneer Em, waar ben je?’

    Mevrouw Pee, ik ben hier’ -

    zo verblindt dat ze in het volle licht in het donker staan en elkaar moeten aanraken

    in de nanacht van hun leven, in de verduistering van hun geweten

     

    Nog minuten lang hangt het licht als een bolbliksem boven het park

    een ster door de aarde verwekt en aan de mensen ontstegen

    boven de hoofden van hulpeloze lieden die te laat begrijpen

    dat ze de sloper van hun hart hebben gezien die kwam om hen te oordelen

    God, zo iemand of zoiets, die hen te licht heeft bevonden en hen voor goed

    in het donker, in de leegte van hun bestaan achterlaat

     

    Zo zal God keer op keer weer verschijnen

    onverwacht, vermomd als een kind dat zich aan de aarde ontworstelt

    en de modderkorst van menselijk vuil van zich afwast

     

    en oordeelt


     

    Poem of the week – August 30, 2009

    Ton van Reen: De terminator van het Vondelpark

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,Reen, Ton van


    Friedrichswerdersche Kirche in Berlin

    Friedrichswerdersche  Kirche

    Karl Friedrich Schinkel und Johann Wolfgang von Goethe

    Johann Wolfgang von Goethe

    Immanuel Kant

    ‘Bacchantin auf dem Panther’ von Theodor Kalide

    Carl August Struensee von Carlsbach

    Luise von Preußen

    Alexander von Humboldt

    Christian Daniel Rauch

     Nachrichten aus Berlin

    Unser Korrespondent Anton K. berichtet:

    Friedrichswerdersche Kirche

    In der Friedrichswerderschen Kirche sind Skulpturen des frühen 19. Jahrhunderts ausgestellt. Erbaut von 1824 bis 1830 nach Plänen Karl Friedrich Schinkels stellt die Friedrichswerdersche Kirche mit ihren Werken das wohl authentischste Gebäude seines Schöpfers dar.

    Die Friedrichswerdersche Kirche gehört seit 1987 zur Berliner Nationalgalerie. Im Kirchenschiff sind Werke klassizistischer Bildhauer der Berliner Schule ausgestellt mit Skulpturen von Christian Daniel Rauch, Johann Gottfried Schadow, Emil Wolff und anderen.

    Neben Werken aus dem Berliner Schloss sind insbesondere auch Bildnisse von Geistesgrößen wie Immanuel Kant, Johann Wolfgang von Goethe und den Brüdern Humboldt ausgestellt. Auf der Empore ist eine Ausstellung über Leben und Werk Karl Friedrich Schinkels zu sehen.

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine – magazine for art & literature 

    Filed under: EXHIBITION,Nachrichten aus Berlin


    Karel van de Woestijne gedicht: De moeder en de zoon

    Karel van de Woestijne

    (1878-1929)


    De moeder en de zoon

     

    De moeder

    Ik draag u aan mijn hart, al ben ik járen-zwaar.

    Voelt ge mijn adem als een vlamken op uw haar?…

     

    De zoon

    Ach, zwijg: ge zijt een vróuw langs leêge levens-straten….

     

    De moeder

    Hoe, heb ik niet mijn zoen op uw gelaat gelaten?

     

    De zoon

    Uw zoen is op mijn mond gelijk mijn tranen: zóut….

     

    De moeder

    Mijn zoon, mijn zóon; ik ben voor u als duister goud.

    Zíet ge mij niet, om u zoo troostloos-droef te wanen?

     

    De zoon

    Mijn moeder, ‘k zie u vréemd in ‘t licht van mijne tranen….

     

    De moeder

    Bemínt ge mij dan niet, mijn kind?… Zie hoe ge leeft

    in iedren tragen traan die in mijne oogen beeft.

    Ziet ge niet heel uw leve’ in mijn grijze oogen leven?

     

    De zoon

    Neen, arme moeder….

     

    De moeder

    Noch uw wonder-dolste daên

    die vrédig als een herfst over mijn lippen gaan,

    mijn zóon?

     

    De zoon

    Ik heb mijn wil een hárder beeld gegeven;

    een ándre vrouwe leeft voor mijne onsterflijkheid….

    Des ben ik droef, o vrouw die mijne moeder zijt.

    Kán ik nog de’ uwe zijn?

     

    De moeder

    Helaas, de schoone dagen

    om uwe liefde en vreugde in deemoed stil gedragen;…

    - en thans, in úwe aanwezigheid, zoo gansch alléen…

    Ziet ge niet dat ik ween?

     

    De zoon

    … Ziet ge niet dat ik ween?

     

     kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Woestijne, Karel van de


    Galerie Anita Berber – 5

     

     Galerie Anita Berber – 5

    (Anita Berber 1899-1928)

    KEMP=MAG kempis poetry magazine

    Filed under: EXHIBITION,Anita Berber,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EXPERIMENTAL POETRY,Berber, Anita


    Hans Hermans photos: An die Natur

     

    Friedrich Hölderlin

    (1784-1843)

     

    An die Natur


    Da ich noch um deinen Schleier spielte,
    Noch an dir, wie eine Blüte hing,
    Noch dein Herz in jedem Laute fühlte,
    Der mein zährtlichbebend Herz umfing,
    Da ich noch mit Glauben und mit Sehnen
    Reich, wie du, vor deinem Bilde stand,
    Eine Stelle noch für meine Tränen,
    Eine Welt für meine Liebe fand,

    Da zur Sonne noch mein Herz sich wandte,
    Als vernähme seine Töne sie,
    Und die Sterne seine Brüder nannte
    Und den Frühling Gottes Melodie,
    Da im Hauche, der den Hain bewegte,
    Noch dein Geist, dein Geist der Freude sich
    In des Herzens stiller Welle regte,
    Da umfingen goldne Tage mich.

    Wenn im Tale, wo die Quell mich kühlte,
    Wo der jugendlichen Sträuche Grün
    Um die stillen Felsenwände spielte
    Und der Aether durch die Zweige schien,
    Wenn ich da, von Blüten übergossen,
    Still und trunken ihren Othem trank
    Und zu mir, von Licht und Glanz umflossen,
    Aus den Höhn die goldne Wolke sank -

    Wenn ich fern auf nackter Heide wallte,
    Wo aus dämmernder Geklüfte Schoß
    Der Titanensang der Ströme schallte
    Und die Nacht der Wolken mich umschloß,
    Wenn der Sturm mit seinen Wetterwogen
    Mir vorüber durch die Berge fuhr
    Und des Himmels Flammen mich umflogen,
    Da erschienst du, Seele der Natur !

    Oft verlor ich da mit trunknen Tränen
    Liebend, wie nach langer Irre sich
    In den Ozean die Ströme sehnen,
    Schöne Welt ! in deiner Fülle mich;
    Ach ! da stürzt ich mit den Wesen allen
    Freudig aus der Einsamkeit der Zeit,
    Wie ein Pilger in des Vaters Hallen,
    In die Arme der Unendlichkeit.-

    Seid gesegnet, goldne Kinderträume,
    Ihr verbargt des Lebens Armut mir,
    Ihr erzogt des Herzens gute Keime,
    Was ich nie erringe, schenktet ihr !
    O Natur ! an deiner Schönheit Lichte,
    Ohne Müh und Zwang entfalteten
    Sich der Liebe königliche Früchte,
    Wie die Ernten in Arkadien.

    Tot ist nun, die mich erzog und stillte,
    Tot ist nun die jugendliche Welt,
    Diese Brust, die einst ein Himmel füllte,
    Tot und dürftig, wie ein Stoppelfeld;
    Ach ! es singt der Frühling meinen Sorgen
    Noch, wie einst, ein freundlich tröstend Lied,
    Aber hin ist meines Lebens Morgen,
    Meines Herzens Frühling ist verblüht.

    Ewig muß die liebste Liebe darben,
    Was wir liebten, ist ein Schatten nur,
    Da der Jugend goldne Träume starben,
    Starb für mich die freundliche Natur;
    Das erfuhrst du nicht in frohen Tagen,
    Daß so ferne dir die Heimat liegt,
    Armes Herz, du wirst sie nie erfragen,
    Wenn dir nicht ein Traum von ihr genügt.

     

    Hans Hermans Natuurdagboek Augustus 2009

    Photos: Hans Hermans

    Gedicht Friedrich Hölderlin: An die Natur

    kempis poetry magazine

    Filed under: EXHIBITION,Hans Hermans Photos,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Hölderlin, Friedrich,MUSEUM OF NATURAL HISTORY


    Programma Boekenmarkt Tilburg – zondag 30 augustus 2009

    BOEKENMARKT TILBURG

    Zondag 30 augustus 2009

    12e editie Boeken rond het paleis


    Boekenmarkt Tilburg

    Op zondag 30 augustus staat de Tilburgse binnenstad weer volledig in het teken van het boek. Dan organiseert Stichting dr. P.J. Cools in het centrum van Tilburg voor de 12e keer ‘Boeken rond het Paleis’: de grootste boekenmarkt van Zuid-Nederland. Meer dan 300 kramen, met vooral oude maar soms ook nieuwe boeken, staan opgesteld op het Willemsplein, Stadhuisplein en Koningsplein. De ware boekliefhebber kan zijn of haar hart ophalen. Er worden, bij mooi weer, zeker 30.000 bezoekers verwacht uit heel Nederland en Vlaanderen.

    De boekenmarkt is geopend van 10 tot 17 uur en de toegang is gratis.

    Om 11.00 uur zal wethouder Joost Möller de boekenmarkt openen in het Paleis-Raadhuis.

     

    3 halen – 2 betalen in de bibliotheek

    De bibliotheek sluit natuurlijk ook aan bij de boekenmarkt. Van 10 tot 17 uur zijn tweedehands boeken uit de collectie te koop in het Bibliotheektheater. Bibliotheekleden zijn extra voordelig uit want voor hen geldt de speciale Uit met je Biebpaskorting: 3 halen = 2 betalen


    Literair programma met Joke van Leeuwen in het Paleis-Raadhuis

    Stichting Cools organiseert een literair programma van Joke van Leeuwen – auteur, illustrator, performer én stadsdichter van Antwerpen- samen met pianiste Caroline Deutman. Zij zullen poëzie ten gehore brengen, met alle soorten muziek. Het wordt een programma, voor jong en oud, waarbij Joke van Leeuwen graag het publiek betrekt.

    Van 11.30 – 12.30 in het Paleis-Raadhuis. De toegang is gratis.

    Installatie Cees van Raak tot stadsdichter van Tilburg in het Paleis-Raadhuis

    Volgens traditie wordt tijdens Boeken rond het Paleis de nieuwe stadsdichter in het Paleis-Raadhuis geïnstalleerd. Cees van Raak valt de eer te beurt om de vierde stadsdichter van Tilburg te worden voor de periode van 2009 – 2011. Wethouder Ton Horn zal de installatie verrichten. Aan het programma werken o.a. ook mee het Theater van de Verloren Tijd en de huidige stadsdichter Frank van Pamelen.

    Van 13.30 – 14.30 in het Paleis-Raadhuis. De toegang is gratis.

     

    Voordracht stadsdichter Cees van Raak in Bibliotheek Tilburg Centrum

    Om 15.30 uur draagt de nieuwe stadsdichter Cees van Raak een aantal van zijn gedichten voor. Ook het ‘Theater van de Verloren Tijd’ zal een aantal gedichten ten gehore brengen. Een literaire verrassing voor jong en oud!

    Van 15.30 – 16.00 uur in Bibliotheek Tilburg Centrum. De toegang is gratis.

     

    KEMP=MAG kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    Filed under: -N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Kinderstadsdichtwedstrijd Tilburg: Inzendtermijn verlengd

     Kinderstadsdichtwedstrijd Tilburg

    Inschrijven kan nog tot 15 december 2009!

    De inzendtermijn van de wedstrijd voor de verkiezing van de eerste Kinderstadsdichter van Tilburg wordt verlengd. Dit maakte de jury gisteren bekend. Veel kinderen die graag een gedicht in hadden willen zenden zijn door de schoolvakanties niet in de gelegenheid geweest om mee te doen en krijgen nu alsnog een kans. ‘De verkiezing van de eerste Kinderstadsdichter is een pilotproject en dat vraagt om wat flexibiliteit. Daarom benoemen we de eerste Kinderstadsdichter eenmalig niet tijdens ‘Boeken rond het paleis’ en krijgen kinderen wat langer de tijd om hun bijdrage in te sturen’, aldus de jury.

    De sluitingsdatum van de Kinderstadsdichtwedstrijd wordt nu 15 december. Alle kinderen tot 14 jaar uit Tilburg en omstreken die graag gedichten schrijven en het ook leuk vinden om ze voor te dragen, worden uitgenodigd om met een gedicht mee te dingen naar de titel van Kinderstadsdichter. Zij kunnen voor die datum een grappig, ontroerend of pakkend gedicht over Tilburg insturen dat past binnen het thema: ik schrijf – mijn stad.

    De winnaar wordt benoemd tot eerste Kinderstadsdichter van Tilburg voor een periode van anderhalf jaar, tot ‘Boeken rond het Paleis’ in augustus 2011. De Kinderstadsdichter mag zijn of haar winnende gedicht voordragen tijdens de officiële benoeming op Gedichtendag donderdag 28 januari 2010. Daarnaast zal de Kinderstadsdichter zichzelf gedurende zijn of haar aanstellingstermijn op een aantal andere momenten presenteren. Verder worden de beste drie dichters beloond met mooie boeken, en de mooiste bijdragen aan de wedstrijd zullen in een boekje worden uitgegeven.

    De verkiezing van Kinderstadsdichter wordt georganiseerd door Stichting Dr. P.J. Cools, Cultuurconcepten.nl en Bibliotheek Midden-Brabant

    Inzenden voor 15 december 2009

     

     KEMP=MAG – kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,*Children's Poetry,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,*Poets of the city of Tilburg / Stadsdichters Tilburg,-N E W S & E V E N T S,Art & Poetry News 2009


    Stéphane Mallarmé poésie: Une négresse

    Stéphane Mallarmé

    (1842-1898)

     

    Une négresse…


    Une négresse par le démon secouée
    Veut goûter une enfant triste de fruits nouveaux
    Et criminels aussi sous leur robe trouée
    Cette goinfre s’apprête à de rusés travaux:
     
    À son ventre compare heureuse deux tétines
    Et, si haut que la main ne le saura saisir,
    Elle darde le choc obscur de ses bottines
    Ainsi que quelque langue inhabile au plaisir
     
    Contre la nudité peureuse de gazelle
    Qui tremble, sur le dos tel un fol éléphant
    Renversée elle attend et s’admire avec zèle,
    En riant de ses dents naïves à l’enfant;
     
    Et, dans ses jambes où la victime se couche,
    Levant une peau noire ouverte sous le crin,
    Avance le palais de cette étrange bouche
    Pâle et rose comme un coquillage marin.


    Poem of the week - August 23, 2009

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,POEM OF THE WEEK,Archive 2009,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Mallarmé, Stéphane


    Galerie Anita Berber – 4

    Galerie Anita Berber – 4

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine

    Filed under: EXHIBITION,Anita Berber,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,EXPERIMENTAL POETRY,Berber, Anita


    Cees van Raak gedicht: De hotelkamer


    C e e s  v a n  R a a k

    (1954)

     

    De hotelkamer


    Het register neemt zijn naam en adres op

    - hoe zijn ogen razendsnel de handschrifen…

    Een sleutel met een verweerd nummer

    leidt hem naar de deur. Daarachter heropent

    de kamer de geschiedenis

    voor zijn komst (denkt hij).

     

    Hij wilde zien, hij wilde beleven.

    En het interieur eist alle aandacht.

     

    Een massief bed, ongenaakbaar, waarop

    een lichtgroene, serene sprei.

    Twee stoelen, tenger, toeschikkelijk.

    Een zware kast die slechts zijn binnenkant

    prijsgeeft. Bij het raam,

    naast de buitenwereld, een tafeltje

    met een telefoon en een beduimelde gids.

    Hij opent de deur van de badkamer…

     

    Zoveel is zeker, dit alles is reeds gebruikt.

    Attributen nu, die zwijgen, afwachten.

    Hij heeft ervoor betaald, maar de indringer

    blijft (die spanning!). Ondanks

    het bloedloze aroma van proper en orde,

    de anonieme geur van gewassen lakens, boenwas,

    is dit de plek. Hij is binnen…

     

    (zij was een bloot meisje,

    zij was een vrouw

    die haar benen spreidde)

     

    Zien is benoemen, zien is ook

    beschrijven, aanvullen, toekennen.

    De frêle nachtkastjes tonen zich, geklemd

    in de hoeken van het behang en dat bed.

    De oren van de liefde en de leugen (denkt hij),

    dadelijk openen de bolle kussens zich als ogen.

     

    Vergeet de kastdeurspiegel niet! (hoe zij

    handen omvat die haar borsten kneden,

    hoe haar hoofd naar achteren draait, haar ogen

    verwilderen, tanden zich ontbloten, hoe

    kreunend, heftig ademend, zich bevrijdend…)

     

    Plots grijpt hij zijn koffer, smijt hem op het bed,

    opent hem gehaast, graait erin en

    diept verfommeld papier op.

     

    `Sinds haar vertrek, voor mijn aankomst

    is de kamer gelucht en bezoedeld en nu ben ik er,

    tastend en dromend, omdat ik zoeken moest,

    omdat ik weten wilde hoe zij…’

     

    - hoe hij, laatste bewoner van haar rijk

    (zo denkt hij), zijn fantasie vette brokken voert.

     

    Diezelfde avond zal hij vertrekken (de gekreukelde

    sprei, een bevuilde asbak, een prop papier),

    hij kan niet meer wachten.

     

    Op 30 augustus 2009 wordt Cees van Raak tijdens de 12e editie van Boeken rond het Paleis in Tilburg, geïnstalleerd als stadsdichter van Tilburg. Cees van Raak (1954) is de vierde stadsdichter van Tilburg en is benoemd voor de periode 2009 – 2011.

    KEMP=MAG – kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,*Poets of the city of Tilburg / Stadsdichters Tilburg,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,Raak, Cees van


    Willem de Mérode: Drie gedichten

    Willem de Mérode

    (1887-1939)



    De jongen te paard

    Hij laat den wind maar waaien door zijn haren.
    Blootshoofds zit hij op ‘t steigerende paard.
    Hij lacht gelukkig; zijn onrustige aard
    Houdt van vermetelheden en gevaren

    Hij is één met zijn ros; en ‘t zal bedaren
    Als hij den drift van ‘t eigen bloed bedaart.
    Maar hij is jong, en levens snelle vaart
    Beteugelt hij eerst in kalmer jaren.

    Hij voelt de warmte van het schokkend dier
    Weldadig door zijn jonge leden stijgen,
    En weet zich rap en lenig zooals hij.

    Hij zit zoo rustig en hij lacht zoo fier
    Dat alle menschen iets gelukkigs krijgen,
    Zoo lustig galoppeert hij hen voorbij..

     

    In school

    Rustig zit de heele klas te schrijven.
    Jongens buigen over ‘t blanke schrift.
    IJverig hun lenig-jonge lijven;
    Bij de meisjes krast de harde grift.

    Annie kan ‘t niet laten om te kijken,
    Fluistert even met de blonde Brecht:
    - Zeg, wil jij eens naar mijn lintje kijken
    En ‘t wat vaster strikken om mijn vlecht? –

    Heel voorzichtig tasten Brechtjes handen
    In het voor haar hangend fijne haar,
    En ze strikt de blauwe zijden banden
    Met een blik naar mij: ik knipoog maar.

    En dan gaan weer ijvrig, griffels tikken,
    Kleine handjes rusteloos hun gang.
    Dan een grapje, met verstolen blikken,
    Doet weer lachjes leve’ in ‘t oog, op wang.

    Willem wil aan Henk een appel geven
    En nu, denkend dat ik hem niet zie,
    Legt hij, na wat schichtig kijken, even
    ‘t Kleine handje op groote Henk zijn knie.

    Zoo wordt ‘t wichtig evenwicht gebroken
    Van de tijden die eentonig gaan,
    Door een lach, een woordje zacht gesproken. –
    Ach! ‘k heb vroeger zelf ook school gegaan.

     

    In memoriam

    Er is een schaduwspel van twijgen
    en knoppen over ‘t zonnig grind,
    en bloemengeur en licht en wind
    verzaligen het grote zwijgen.

    Het is zo stil, dat het bewegen
    van ‘t licht wordt of een ver geruis
    van vleugelen ging door het huis
    en of zich engelen om u negen.

    Het is zo stil en wit dit rusten.
    Zo slapen enkel Gods gekusten,
    zo vredig licht en grondloos diep.
    De tijd valt lang voor hen die waken.
    Maar God zal samen wakker maken,
    die Hij gescheiden tot zich riep.

     

    Willem de Mérode: Drie gedichten


    kempis poetry magazine

    Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY,CLASSIC POETRY,Mérode, Willem de


    « Continue reading

    Thank you for reading KEMP=MAG - KEMPIS POETRY MAGAZINE - magazine for art & literature