• INDEX
  • ABOUT US
  • LINKS
  • AGENDA
  •        HOME  


    New

    1. Robert Frost: The Death of the Hired Man
    2. M HKA: SPIRITS OF INTERNATIONALISM
    3. Niels Landstra gedicht: Waterval
    4. Friedrich Sassoon: Suicide in the trenches
    5. Ton van Reen gedicht: de eieren man
    6. François Villon: Ballade des proverbes
    7. Elizabeth Siddal: Shepherd Turned Sailor
    8. Foto’s Hans Hermans – Gedicht Hugo Ball
    9. Bert Bevers: Ach, die continuïteit van de vergissing
    10. William Shakespeare: Sonnet 116 in de nieuwe vertaling van Cornelis W. Schoneveld
    11. Freda Kamphuis gedicht: Zebrale sacratie
    12. Freda Kamphuis photos: Colours (2)
    13. Menno ter Braak: De wereld van de dans (II)
    14. Vroeger
    15. Lewis Carroll: Poeta Fit, Non Nascitur
    16. Menno ter Braak: De wereld van de dans (I)
    17. D. H. Lawrence: Snake
    18. Heinrich von Kleist: Jünglingsklage
    19. Renée Crevel: Mais si la mort n’était qu’un mot
    20. Norbert de Vries: Het huis van een dichter. Over Pierre Kemp
    21. Luigi Pirandello: Shoot! (06)
    22. Niels Landstra: 2 gedichten
    23. Marianne Moore: Nevertheless
    24. William Shakespeare: Sonnet 115
    25. Street poetry: Against fascism
    26. Esther Porcelijn: Aabe, Weeft Getrouw
    27. John McCrae: The Anxious Dead

    Categories

    1. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
    2. FICTION & NON-FICTION – books, literary history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, dead poets corner, etc.
    3. KEMP = MAG POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
    4. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
    5. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
    6. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
    7. NEWS & EVENTS – art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists
    8. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
    9. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
    10. _

     

    1. Subscribe to new material: RSS

    Peter Goires photos: Rotterdam, February 2011

    © Peter Goires photos

    Rotterdam, February 2011

    kempis.nl poetry magazine

    More in: Dutch Landscapes, Peter Goires Photos


    Paul Boldt: 4 Gedichte

    Paul Boldt
    (1885-1921)

     

    DIE LIEBESFRAU

    – Nackt. Ich bin es nicht gewohnt.

    Du wirst so groß und so weiß,

    Geliebte. Glitzernd wie Mond,

    Wie der Mond im Mai.

    Du bist zweibrüstig,

    Behaart und muskelblank.

    So hüftenrüstig

    Und tänzerinnenschwank.

    Gib dich her! Draußen fallen

    Die Regen. Die Fenster sind leer,

    Verbergen uns … – allen, allen! –

    Wieviel wiegt dein Haar? Es ist sehr schwer.

    – Wo sind deine Küsse? Meine Kehle ist gegallt,

    Küsse du mich mit deinen Lippen!

    – Frierst du? – – – Du bist so kalt

    Und tot in deinen hellen Rippen.



    ERWACHSENE MÄDCHEN

    Wer weiß seit Fragonard noch, was es heiße,

    Zwei stracke Beine haben in dem Kleide;

    Roben gefüllt von Fleisch, als ob die Seide

    In jeder Falte mit dem Körper kreiße.

    Aus dem Korsage fahren eure Hüften

    Wie Bügeleisen in den Stoff der Röcke,

    Darauf wie Bienen auf die Bienenstöcke

    Unsere Blicke kriechen aus den Lüften.

    Ihr jugendlichen Sonnen! Fleischern Licht!

    Wir haben den Ehrgeiz der Allegorien

    Und hübschen Dinge im Gedicht.

    Ich will mit eurer Bettwärme Blumen ziehn!

    Und einen kleinen Mond aus dem Urin,

    Der sternenhell aus eurem Blute bricht!


    DIE SCHLAFENDE ERNA

    Auf einer Ottomane aus Mohär

    Liegt sie in Seidenröcken, eine Truhe

    Voll Nacktheit, und ich denke voll Unruhe

    An dein Geheimstes – schönes Sekretär.

    Die Frauen tuen Wundervolles in die Seide.

    Am Knie beginnt es. Ich will es auspellen,

    Wenn Küsse summen nach hautsüßen Stellen

    Im Bett, daß wir nicht schlafen können beide.

    Du großes Mädchen, die noch kleinen Brüste

    Schmücken dich mir. Auf den geheimen Schmuck

    Hast du die linke weiße Hand gelegt;

    Ich dachte: Soll die eine, die sie trägt –

    Die schwarze Blume welken von dem Druck?

    Und nahm die Hand weg, die ich leise küßte.


    SINNLICHKEIT

    Unter dem Monde liegt des Parks Skelett.

    Der Wind schweigt weit. Doch wenn wir Schritte tun,

    Beschwatzt der Schnee an deinen Stöckelschuhn

    Der winterlichen Sterne Menuett.

    Und wir entkleiden uns, seufzend vor Lust,

    Und leuchten auf; du stehst mit hübschen Hüften

    Und hellen Knien im Schnee, dem sehr verblüfften,

    Wie eine schöne Bäuerin robust.

    Wir wittern und die Tiere imitierend

    Fliehn wir in den Alleen mit frischen Schrein.

    Um deine Flanken steigt der Schnee moussierend.

    Mein Blut ist fröhlicher als Feuerschein!

    So rennen wir exzentrisches Ballett

    Zum Pavillon hin durch die Türe ins Bett.

     

    Paul Boldt poetry
    kempis.nl poetry magazine

    More in: Archive A-B, Boldt, Paul


    Hank Denmore: Moord in lichtdruk (52)

    Hank Denmore

    Moord in lichtdruk

    tweeënvijftig

    Greener moest Sperry al op de hoogte hebben gebracht, want toen Evelyne bij de slagboom stopte en de bewaker haar naam hoorde, mocht ze meteen doorrijden. Op parkeerterrein 12B stond McDonald haar al op te wachten. Deze keer gingen ze naar zijn kantoor. Er werd koffie gebracht en na deze gedronken te hebben vroeg McDonald: ‘Heb ik het goed begrepen dat jullie een schema hebben gevonden?"

    ‘Ja, dat heb je goed begrepen, we hebben een schema gevonden en volgens Otto moet dat van een radarinstallatie zijn.’

    ‘Heb je het bij je? Mag ik het zien?’ vroeg hij met een zenuwachtige stem. Evelyne opende haar tas en haalde het schema te voorschijn: ‘Het zat in een plastic etui, maar dat is bij de New Yorkse politie om op vingerafdrukken te worden gecontro­leerd.’

    Haastig vouwde McDonald het schema open en bekeek het titelblok. ‘Gelukkig, dit is inderdaad het schema dat we vermisten. Wat ben ik opgelucht, we hebben het voorval tot nu toe binnenskamers kunnen houden. Wat zei je? Een etui, dat kan me niets schelen.’

    ‘En wil je ook niet weten wie de dader is?’

    ‘Dat interesseert me eerlijk gezegd ook niet zoveel. Hoofdzaak is dat we het schema terug hebben. Wie de dader is moet de politie maar uitzoeken.’

    ‘Ik wil toch naar Simmons toe, volgens mij is hij de dader.’

    ‘Dan moet je naar zijn huisadres gaan, hij is gistermorgen uit het ziekenhuis ontslagen en heeft nog ziekteverlof.’

    Evelyne aarzelde even: ‘Waar kan ik mijn onkosten verhalen? We hebben nogal wat uren werk in deze zaak gestoken?’

    ‘Maakt u maar een rekening op en neem de onkosten niet te krap, Sperry zal ze graag vergoeden, we zijn veel te blij met deze af­loop.’

    Nadat McDonald haar het adres had gegeven ging Evelyne en liet een opge­luchte man achter.

    De hospita keek Evelyne argwanend aan en liet haar na enig aandrin­gen binnen. Evelyne vroeg hoe het met Simmons ging, waarop de hospita in een woordenstroom losbrak. Ze had altijd al geweten dat de verwondin­gen wel mee zouden vallen en dat meneer Simmons snel beter zou worden. Ook al beweerden haar kennis­sen dat hij zelf­moord had willen plegen, zij was overtuigd dat het een ongeluk was. Ze moesten in die grote bedrijven meer naar de mens achter de machine kijken. Steeds meer was de mens maar een onderdeel van de machine en werd er nauwelijks naar diens veiligheid gekeken. Neem nou haar aangetrouw­de zwager, die verloor zijn rechterarm bij de bediening van een niet-beveiligde machine. En denk je dat hij een uitkering kreeg? Nee hoor, hij werd ontslagen omdat ie niet meer in staat was om met machines te werken. En mijn eigen zuster’s man…

    Evelyne onderbrak de spraakwa­terval door haar hand op te heffen. ‘Mag ik weten in welk appartement hij woont?’

    Verbluft zei de vrouw: ‘Appartement? Wat krijgen we nou! Het is hier een net kosthuis en mijn mensen hebben ieder een mooie kamer. We eten altijd gezamenlijk en dan zijn we net één grote familie. Hij heeft kamer veertien, de trap op en op de tweede etage is het de derde deur links. Het kan niet missen.’

    Evelyne klopte aan op nummer veertien, een mannenstem riep gespan­nen: ‘Wie is daar?’

    ‘Evelyne Steinbruch, ik heb u in het ziekenhuis bezocht.’

    Even was het stil, toen hoorde ze een kastdeur dichtslaan. De deur ging open en Ebson Simmons stond haar, met nog steeds de linkerpols verbonden, verbijsterd aan te staren.

    ‘Hoe wist u waar ik woon? Waarom komt u mij opzoeken?’

    Evelyne keek de kamer eens rond. Het was een kraakheldere kamer, ongetwijfeld het werk van de hospita. Mannen hebben een bepaalde slag van opruimen, hier werd dat duidelijk door een vrouw gedaan.

    ‘Ik heb een nog paar vragen aan u te stellen. Als ik u was zou ik daar maar een eerlijk antwoord op geven. Het schema is terecht en is al aan Sperry Rand terugge­geven. Hebt u het aan die blauwe dame alleen om het geld verkocht?’

    Heftig slikkend keek Ebson naar haar strakke truitje dat de vorm van haar stevige borsten duidelijk toonde, toen zei hij aarzelend en haar nog steeds niet in de ogen kijkend: ‘Nee, dat is niet waar. Ik weet niets van een schema af.’

    ‘Kom, kom meneer Simmons, dat kunt u mij niet wijs maken.’

    ‘En als ik dat gedaan zou hebben, wat dan nog. Ik ben een vredelie­vend mens.’

    ‘Maar u werkt toch bij een bedrijf dat voor het ministerie van defen­sie werkt. Probeert u daar dan de ontwikkelin­gen tegen te houden?’

    Gretig die kans aangrijpend zei Simmons: ‘Ja, ook al klinkt dat raar, maar die radar maakt van straaljagers nog grotere moordmachi­nes.’

    ‘Dus u hebt wel degelijk dat schema in handen gekregen en ver­kocht. Hoeveel geld heb je er voor gekregen? Duizend dollar, tiendui­zend dollar?’

    Simmons schudde zijn hoofd: ‘Ik heb het niet verkocht. Geen dollar heb ik gekre­gen. Ook al gelooft u dat niet, het is de volle waar­heid.’

    ‘Wat u nu zegt gelooft u toch zelf niet meneer Simmons.’

    ‘En wat dan nog, ik heb niet voor niets zoveel risico genomen.’

    ‘Dus u hebt het wél verkocht! Hoeveel kreeg u er dan voor?’

    ‘Als u het toch wil weten, duizend dollar.’

    Evelyne floot even: ‘Dat is een boel geld voor een schema, dat heb je zeker aan een liefdadig­heidsin­stelling gegeven?’

    Ontkennend schudde Simmons weer met het hoofd: ‘Nee, maar dat ben ik wel van plan om te doen.’

    ‘Weet u wat, u belooft mij dat u dat geld inderdaad gaat schenken. Dan zal ik bij de politie vertellen dat u volledig hebt meegewerkt en dat zal de rechter mild stemmen. Gelukkig voor u hebben we het schema nog tijdig gevonden. Vertel me eens, hoe bent u aan die code gekomen? Daar zijn toch drie specialisten voor nodig!’

    ‘Dat is een raar verhaal, maar dat is echt de waarheid! Bij het programmeren maakte ik een paar keer een vergissing. Ik werd kwaad en sloeg een keer of drie met tien vingers tegelijk op het toetsenbord. Door een ongelooflijk toeval was dat de code.’

    Hank Denmore: Moord in lichtdruk

    kempis.nl poetry magazine

    (wordt vervolgd)

    More in: -Moord in lichtdruk


    Maartje Korstanje in Zeeuws Museum Middelburg

    Maartje Korstanje

    Zeeuws Museum Middelburg

    Soort van steen

    t/m 3 april 2011

    In de tentoonstelling ‘Soort van steen’ zijn fossiele botten uit de collectie van het Zeeuws Genootschap te zien. Er worden onder meer botten getoond van mammoeten, zeezoogdieren, neushoorns en vele andere diersoorten die zowel voor als in de grote ijstijden in Zeeland leefden.

    ‘Soort van steen’ toont versteende restanten van het leven dat zich hier een paar miljoen jaar geleden heeft afgespeeld. Hoewel we nog lang niet alles weten over de prehistorie, is de wetenschappelijke kennis van fossiele botten de laatste decennia enorm gegroeid. Deze kennis was echter niet altijd voorhanden. Vanaf het moment dat deze immense botten lang geleden opgevist werden, ontstonden er volksfantasieën, legendes en mythologische verhalen over hun herkomst. Fabelachtige monsters, draken en reuzen verschenen voor het geestesoog en bleken een inspiratiebron voor fantasierijke sagen. Behalve vanuit een wetenschappelijke of mythologische benadering, zijn de botten ook te bekijken als abstracte kunstwerken. Juist omdat deze fossielen dateren van ver voor het ontstaan van de mens, onttrekken ze zich aan iedere menselijk invloed en prikkelen ze de fantasie.

    Maartje Korstanje

    Onderdeel van de tentoonstelling is het werk van Maartje Korstanje uit Amsterdam. De van oorsprong Zeeuwse beeldend kunstenaar maakt ruimtelijke werken van onder meer karton en purschuim, die refereren aan prehistorische dieren en mythische wezens. Net zoals de fossiele botten spreken haar werken tot de verbeelding. Door het weglaten van details en het schetsmatige karakter van haar werk, maakt de kunstenaar gebruik van ons vermogen de werken tot leven te wekken.

    Maartje Korstanje

    Geboren / Born in 1982, Goes, NL

    Leeft en werkt/ Lives and works in Amsterdam, NL

     

    Educatie / Education

    2005-2007 Sandberg Institute, Fine Arts, Amsterdam, N

    2001-2005 Akademie voor kunst en vormgeving St. Joost, Breda, NL,

     

    Prijzen & Stipendia / Prizes & Stipendia

    2010 Startstipendium, Fonds BKVB (The Netherlands Foundation for Visual Arts, Design and Architecture), Amsterdam, NL

    2008 Startstipendium, Fonds BKVB (The Netherlands Foundation for Visual Arts, Design and Architecture), Amsterdam, NL

    2007 Prix de Rome (Basic Prize), Amsterdam, NL

    Solo-exposities / Solo exhibitions (selection)

    2010 Zeeuws Museum, Middelburg, NL, ‘Soort van steen’

    2010 De Bewaerschole, Burgh Haamstede, NL.

    2010 Upstream Gallery, Amsterdam, NL, ‘What if…’

    2010 ART Rotterdam, Artfair with Upstream Gallery.

    2009 StichtingIK, Vlissingen, NL

    2008 Upstream Gallery, Amsterdam, NL

    2008 Instituto Buena Bista, Curacao Centre for Contemporary Art, Curacao, N.A.

    2007 De Vleeshal, Middelburg, NL,

    Groepsexposities / Group exhibitions: (selection)

    2011 Art Rotterdam, Artfair with Upstream Gallery.

    2010 Nieuw Dakota, Amsterdam, NL, ‘Nieuw Dakota, We Like Art en Trendbeheer stunten tegen de btw verhoging’

    2010 Fabriekshal de Overkant, Amsterdam, NL, ‘Beeld Hal Werk’

    2010 Stichting Beeldende Kunst Manifestatie Heemskerk, NL, ‘Schone Schijn’.

    2010 Beeldentuin Anningahof Zwolle, NL, ‘Beelden 2010′

    2010 Kabinetten van de Vleeshal, Middelburg, NL, ‘Uit de collecties van de Vleeshal en Muhka’

    2009 Museum CODA, Apeldoorn, NL, ‘De aard van het beest’.

    2009 Hudson Valley Center for Contemporary Art, Peekskill, New York, ‘Double Dutch’.

    2009 KW14, ‘s – Hertogenbosch, NL, ‘StressedSpaces’

    2009 Kunsthal KAdE, Amersfoort, NL, ‘Wonderland, through the looking glass’

    2009 Hofstede Hongersdijk, Wilhelminadorp, NL, ‘Land, art in de Zeeuwse Wilhelminapolder’

    (initiated by SKOR, CBK Zeeland & KMWP (Koninklijke Maatschap Wilhelminapolder).

    2009 Art Brussels, Belgium, with Upstream Gallery

    2009 Corrosia, Almere, NL, ‘Zòó!’

    2008 De Service Garage, Amsterdam, NL, ‘Uit de Tijd’

    2008 SAFE, Dalfsen, NL, ‘SUBWAY #3 a parallel world called art’

    2008 Fundament, Park de Oude Warande, Tilburg, NL, ‘Lustwarande Wanderland 08′

    2008 Belmonte Arboretum, Wageningen, NL, ‘Beelden op de Berg, Exoten’

    2008 Art Rotterdam, Rotterdam, NL, with Upstream Gallery.

    2007 Kunsthuis SYB, Beetsterzwaag, NL, ‘de Raffinaderij’ with Katharina Galland & Bianca Runge.

    2007 W139, Amsterdam, NL, ‘Somewhere else / Ergens anders’ with Lucia Luptakova & Maaike van der Linden

    2007 De Appel, Amsterdam, NL, ‘PRIXDEROME.NL 2007 Beeldende Kunst’

    2007 VERBEKE FOUNDATION, Kemzeke, Belgium, ‘VIT<A>RTI’.

    2007 Mart House, Amsterdam, NL, ‘HOT and NEW’.

    2007 Art Amsterdam, Amsterdam, NL, with MartHouse.

    2006 Kunstvlaai 6, Amsterdam, NL.

    2006 CBK Zeeland, Middelburg, NL, ‘Zeeuwse Lichting #05′.

    2005 Akademie voor kunst en vormgeving St.Joost, Breda, NL, ‘Eindexamententoonstelling’.

     

    Maartje Korstanje:
    Zeeuws Museum Middelburg – Soort van steen – t/m 3 april 2011

    ► Website Maartje Korstanje

    kempis.nl poetry magazine

    photos kemp=mag

    More in: Art & Poetry News 2011, K=M Art Gallery, Maartje Korstanje


    Biografie M. Vasalis door Maaike Meijer

    Maaike Meijer

    M. Vasalis. Een biografie

    Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet.
    Maar één, het afstand doen en scheiden.
    En niet het snijden doet z`n pijn, maar het afgesneden zijn.


    Iedereen kent deze dichtregels van Vasalis (1909-1998). De liefhebbers van haar poëzie kunnen hun hart ophalen aan de publicatie van M. Vasalis. Een biografie, waarin Maaike Meijer een uniek vrouwenleven in de twintigste eeuw beschrijft. M. Droogleever Fortuyn-Leenmans was psychiater, had een gezin, onderhield vele intense vriendschappen en correspondeerde met kunstenaars, uitgevers, schrijvers en dichters. Uit een rijkdom aan ongepubliceerd materiaal rijst een fascinerende kunstenaar op die zich intensief verbond met zichzelf en anderen en die tot in haar vingertoppen leefde.

    De biografie van Vasalis, geschreven door Maaike Meijer verscheen  op 18 februari j.l. In M. Vasalis. Een biografie ontvouwt zich een uniek vrouwenleven uit de twintigste eeuw: haar jeugd in Den Haag, medicijnenstudie in Leiden, haar specialisatie tot (kinder-) psychiater, een lang verblijf in Zuid-Afrika, haar huwelijk met Jan Droogleever Fortuyn vlak voor de moeilijke oorlogsjaren in Amsterdam, hun latere verhuizing naar het noorden van het land, haar gezin en werk, de vele vriendschappen en correspondenties met andere kunstenaars, schrijvers, dichter en uitgevers. In dit intense en drukke bestaan bleek ternauwernood tijd en ruimte over voor een dichterschap, dat voor vele honderdduizenden liefhebbers een begrip werd, waarvoor Vasalis de hoogste literaire prijzen ontving.

    "Het is een verdienste van deze Vasalisbiografie dat er zo’n sterk accent op het creatieve proces wordt gelegd. Maaike Meijer, die al een kwart eeuw geleden aandacht vroeg voor de mystieke kant van Vasalis’ werk, is beslist de ideale biografe." – Jaap Goedegebuure, Trouw

    Biografie M. Vasalis door Maaike Meijer
    Uitgeverij van Oorschot Amsterdam
    ISBN 10: 9028241205
    ISBN 13: 9789028241206

    M. Vasalis
    Pseudoniem van: Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans,
    (1909-1998)

    Sub Finem

    En nu nog maar alleen
    het lichaam los te laten –
    de liefste en de kinderen te laten gaan
    alleen nog maar het sterke licht
    het rode, zuivere van de late zon
    te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan.
    Het werd, het was, het is gedaan.

    M. Vasalis
    Uit: De oude kustlijn, 2002
    Uitgeverij van Oorschot

    Angst
     
    Ik ben voor bijna alles bang geweest:
    voor ’t donker, voor figuren op het kleed
    voor stilte, voor de schorre kreet
    van de avondlijke venter, voor een feest,
    voor kijken in de tram en voor mezelf.
    Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw
    Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
    en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
    onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
    dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
    wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt
    samen met het ontluisterd licht en dat ik weet
    wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.

    M. Vasalis,
    uit Parken en Woestijnen, 1940
    Uitgeverij van Oorschot

    Luchtspiegeling
     
    Midden in deze woestenij
    van zon, stenen en droog gewas
    zie ik opeens mijn eigen land
    - onaangetast door deze brand:
    bleek water, mist over een wei.
    zie ik hoe koel en zacht dat was.

    IJl als de dunne, dode maan,
    die overdag is blijven staan,
    maar meer dan herinneringen,
    begeerlijker dan enig ding
    zie ik verre water blinken
    trachten mijn ogen het te drinken.

    M. Vasalis,
    uit Parken en Woestijnen, 1940
    Uitgeverij van Oorschot

    kempis.nl poetry magazine

    More in: Archive U-V, Art & Poetry News 2011, Vasalis, M.


    M. Vasalis: De idioot in het bad

     

    M. Vasalis

    (1909-1998)

     

    De idioot in het bad

    Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
    Haast dravend en vaak hakend in de mat,
    Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
    Gaat elke week de idioot naar ‘t bad.

    De damp die van het warme water slaat
    Maakt hem geruster : witte stoom…
    En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
    Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

    De zuster laat hem in het water glijden,
    Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
    Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
    En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

    Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
    Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
    Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
    Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

    Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
    Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
    Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
    En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

    En elke keer, dat hij uit ‘t bad gehaald wordt,
    En stevig met een handdoek drooggewreven
    En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
    Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

    En elke week wordt hij opnieuw geboren
    En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
    En elke week is hem het lot beschoren
    Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

     
    Maria Vasalis poetry
    uit Parken en Woestijnen, 1940
    Uitgeverij van Oorschot
    Poem of the week, February 27, 2011
    kempis.nl poetry magazine

    More in: Archive 2011, Vasalis, M.


    Ernst Jandl: [is wosd sogn sogn wüsd a bisl hoat...]

    Ernst Jandl
    (1925-2000)

     

    [is wosd sogn sogn wüsd a bisl hoat...]

    is wosd sogn sogn wüsd a bisl hoat
    daun vasuachsdas hoed east zoat
    waun s owa zoat nocha ned geed
    daun gschiada hoat oes bleed

     


    Ernst Jandl poetry
    From: stanzen
    Source: Lyrikline.org

    kempis.nl poetry magazine

    More in: Archive I-J, Jandl, Ernst


    Hans Hermans VR-panoramafotografie: De Ardennen


    Panorama: De Ardennen

     

    Het maken van een 360° VR-panorama met opensource software

     

    door Hans Hermans

    Laat je niet afschrikken door de lengte en de vele te doorlopen stappen in deze tutorial. Met wat oefening is een complete flashpanorama in drie kwartier te maken.

    Een complete omschrijving hoe je een virtual reality panorama kunt maken kun je vinden op mijn site, klik hiervoor op de link onderaan. Tevens kun je hier ook de werkwijze vinden voor het maken van een little planet.

    Een 360° VR-panorama is een panorama samengesteld uit meerdere foto’s welke met een speciale viewer bekeken kan worden. Hierbij wordt het panorama op een zodanige wijze gepresenteerd dat je als kijker met de muis om je heen kunt kijken en waarbij je de indruk krijgt alsof je werkelijk op de locatie aanwezig bent.

    De VR-panorama’s zijn opgebouwd uit 16 foto’s. Op deze 16 foto’s wordt de gehele omgeving vastgelegd, dus 360° rond en 180° van onder naar boven. Deze worden vervolgens met het opensourceprogramma Hugin samengevoegd tot één panorama. Meestal maak ik echter de gehele panorama in drie verschillende belichtingen welke later met HDR software samengevoegd worden tot één optimaal belichte panorama. In het laatste geval is deze dus opgebouwd uit 48 foto’s. Het aantal te maken foto’s om de gehele omgeving vast te leggen is afhankelijk van de gebruikte camera en lens. Ik gebruik een 10mm lens (komt overeen met een 15mm lens op een compact of full frame camera).

    Fotograferen
    Bij het fotograferen kun je de foto’s het beste in het RAW formaat fotograferen, indien dit wordt ondersteund door je camera. Als je de volledige omgeving (dus 360° rond en 180° van onder naar boven) wilt vast leggen in één enkele panorama komt het erg nauw hoe de camera ronddraait bij het maken van de verschillende foto’s. Om de verschillende foto’s naadloos aan elkaar te kunnen plakken dient de camera exact over het brandpunt van de lens te draaien (het nodal point). Hiervoor zul je een speciale statiefkop nodig hebben zoals de Nodal ninja. Indien je echter enkel 360° rond fotografeert (dus niet 180° van onder naar boven) en het onderwerp zich niet te dichtbij bevindt, is het echter goed mogelijk de foto’s uit de hand te nemen. Er zullen dan wel kleine aansluitingsfouten in de panorama zitten, maar deze zullen nauwelijks zichtbaar zijn. Hoe dichterbij het onderwerp zich bevindt, hoe groter deze afwijkingen zullen zijn.

    Verder is erg belangrijk dat de instellingen van de camera bij alle foto’s exact hetzelfde zijn, de camera moet dus volledig op handmatig ingesteld worden (isowaarde, sluitertijd, diafragma, scherpstelling en witbalans). Hierbij wordt voor de belichting de gemiddelde belichting van de complete omgeving genomen. Om deze te bepalen richt je de camera op wat je denkt dat een gemiddeld belicht deel in de omgeving is. Hierop stel je de belichting van de camera in. Vervolgens richt je de camera op het lichtste deel van de omgeving en noteer je hoeveel overbelichting de camera aangeeft (meestal is dit ongeveer twee stops). Vervolgens richt je de camera op het donkerste deel van de panorama en bekijk je hoeveel onderbelichting de camera aangeeft. Als de onderbelichting overeenkomt met de overbelichting heb je de camera juist ingesteld. Tevens kun je het diafragma het beste zo klein mogelijk houden omdat dit de scherptediepte van de foto ten goede komt.

    Om een volledig goed belichte panorama te krijgen kun je het beste alle foto’s drie maal nemen in drie verschillende belichtingen (-2 stops, 0 stops, +2 stops). Door deze drie belichtingen later samen te voegen kun je een panorama creëren welke zowel in de donkerste als de lichtste delen juist belicht is. Dit is echter enkel mogelijk indien je vanaf statief werkt, omdat elke drie gemaakte foto’s pixelnauwkeurig overeen moeten komen om deze later precies goed samen te kunnen voegen. Deze werkwijze wordt later besproken.

    Lees verder over VR-panorama fotografie op de website: Hans Hermans Fotografie

    kempis.nl poetry magazine

    More in: Hans Hermans Photos, Historia Belgica


    William Shakespeare: Sonnet 68

    William Shakespeare

    (1564-1616)

    THE SONNETS

     

    68

    Thus is his cheek the map of days outworn,

    When beauty lived and died as flowers do now,

    Before these bastard signs of fair were born,

    Or durst inhabit on a living brow:

    Before the golden tresses of the dead,

    The right of sepulchres, were shorn away,

    To live a second life on second head,

    Ere beauty’s dead fleece made another gay:

    In him those holy antique hours are seen,

    Without all ornament, it self and true,

    Making no summer of another’s green,

    Robbing no old to dress his beauty new,

    And him as for a map doth Nature store,

    To show false Art what beauty was of yore.

     

    kempis.nl poetry magazine

    More in: -Shakespeare Sonnets


    Gabriele D’Annunzio: India

    Gabriele D’Annunzio
    (1863-1938)

     

    India

    India–whose enameled page unrolled
    Like autumn’s gilded pageant, ‘neath a sun
    That withers not for ancient kings undone
    Or gods decaying in their shrines of gold–

    Where were thy vaunted princes, that of old
    Trod thee with thunder–of thy saints was none
    To rouse thee when the onslaught was begun,
    That shook the tinseled sceptre from thy hold?

    Dead–though behind thy gloomy citadels
    The fountains lave their baths of porphyry;
    Dead–though the rose-trees of thy myriad dells
    Breathe as of old their speechless ecstasy;
    Dead–though within thy temples, courts, and cells,
    Their countless lamps still supplicate for thee.


    Gabriele D’Annunzio poetry
    kempis.nl poetry magazine

    More in: D'Annunzio, Gabriele


    Esther Porcelijn: Monoloog voor een man, alleen in de woestijn in een tent

    Esther Porcelijn

    Monoloog voor een man,

    alleen in de woestijn in een tent


    Man:
    Nu vroeg ik mij af, waarom krijg ik teveel?
    Teveel zand, teveel aandacht in één keer.
    Teveel mensen op één dag.
    Teveel verspreide eenzaamheid.
    Ik bouw dit. Langzaam, maar ik bouw het.
    Mijn salamander ben ik kwijt.
    Mijn vrouw is zoek.
    “Het is op,” zei ze..
    En toch telkens teveel: als dit dan dat, dan zo, dan rood, als zwart dan avond, als wit dan sneeuw, maar wit is het nooit echt.
    Alleen als ik soms door mijn wimpers kijk, in de ochtend.
    Wanneer is het ochtend, maakt het wel iets uit?
    Of ik nu slaap of niet, de tijd is verdreven.
    Ooit had ik hem, tijd..
    Er zat een tijd tussen, tussen dat ik tijd had en hem had weggejaagd.
    Toen ook ergens raakte mijn vrouw zoek.
    Poef, opeens met het zand.
    Ik dacht even dat ik het verzon.
    Dat is waarschijnlijk niet zo.
    Waarschijnlijk ben ik nog wel meer kwijt….Sommige dagen komen er mannen, drie mannen met jurken die komen langs.
    Soms zingen ze een lied.
    Ik vind drie teveel van het goede
    Enkele vogels zie ik wel.
    Vaak teveel, in elk geval teveel.
    Als er iets zou zijn als zee.. wat zou ik tevreden zijn, en vrij.
    Verkoeling.
    Maar water komt nooit alleen.
    Het is met z’n velen.
    Kon ik maar..
    Kon ik maar één water..
    Verdrink ik bijna.
    Nu ook, kijk maar: “…” (man doet alsof hij verdrinkt)
    Hoe waterig was dat?
    Mijn vrouw, mijn vrouw is weggevlogen met de vogels.
    Vier was wel genoeg voor haar denk ik..
    Mijn plek, waar ik altijd zit, is weggevaagd.
    Althans dat zou zo moeten zijn, het is niet zo, dat kan ook. Allebei..
    Één gedachte, waarom nou nooit één gedachte?
    Één vraag, maar één keer één geluid in mijn hoofd.
    De zandkorrels zijn mijn gedachten..
    Als de zon groen zou zijn, zou ik alleen daarover hoeven denken.
    Maar het is niet zo, dat kan ook. Allebei.
    1+1+1+1+1+1= iets van 8 ofzo.
    1 kan nooit alleen 1 zijn. Het is en was iets.. altijd twee.
    Teveel, teveel..
    Als ik mijn salamander nu toch had.
    Dan zou ik kunnen dromen, op mijn niet te vervagen plek.
    Kunnen dromen over de groene zon.
    (man tegen zichzelf): Blijven denken aan één ding!
    Als de zeekoe maar water heeft, veel zeekoe maar wel in zijn eentje.
    Alleene zeekoe vermoeid van de hoestsiroop..
    Waar zijn mijn vogels? Mijn witte sneeuwvogels?
    Ze waren met zoveel.. wel drie ongeveer.
    Als een ader door de sporen van een ratelslang..
    Wit is het nooit echt, ook de vogels niet..
    Als ik nooit zou liegen zou mijn plek, de plek waar ik zit, nu onder de aarde zijn.
    Maar het is omgekeerd, en dat kan ook.
    (Tegen zichzelf): Éen ding!
    Zandkorrels tellen blijft een verleiding, maar ik laat me niet verleiden..
    Niet door getallen, getallen zijn altijd teveel.
    De witte vogels, de mannen, de vogels. Ze waren weg, zoek..
    Waar blijft het, hetgeen ik…
    Nee, ja, jawel.. er is meer níet dan wél..
    Liefde.. waar is ze? De vogels, wit maar soms niet.
    Ik zit maar. Onder de grond maar dan omgekeerd.
    Die getallen.. ik laat me niet verleiden
    Ga toch weg, laat me met rust!
    Mijn lief is zoek…
    Ze is weggeweest, gegaan.. veredeld.. verregend.. laat me!
    Ze is zoek en ik laat me niet verleiden, nee! 1.
    Nee niet! (er klinkt muziek als van een orkest dat de instrumenten stemt)
    1,2,3, 1,2,3. Gevlucht! Vlucht dan!!
    Mijn groene zon, één ding! Nee! 1,2,3.. (orkest begint met een stuk van Frank Zappa)
    Laat me! Laat me!…………………. Ik ben alleen! 1,2,3…….
    (de man dirigeert)

     

    Esther Porcelijn prose & poetry

    kempis.nl poetry magazine

    More in: Porcelijn, Esther, Porcelijn, Esther


    Hank Denmore: Moord in lichtdruk (51)

    Hank Denmore

    Moord in lichtdruk

    eenenvijftig

    De kamers waren klein en veel smeriger dan in de woning van Millhouse. Een nadeel was dat Johnny een kamer als werkplaatsje had ingericht. Hier zoeken vereiste engelenge­duld, dus kreeg Tom dit op zijn bordje.
    Evelyne en Otto onderzochten de woonka­mer, daarna de slaapkamer. Toen Otto het deksel van de stortbak probeerde op te tillen begon hij te mopperen. Om water te sparen was aan de onderkant van het deksel een straat­steen gebonden. Bij het optillen van het deksel kreeg hij een golf spoelwater over zich heen. Maar ook hier was niets te vinden. In de woonkamer waren nog sporen van de marteling te zien, ingedroogde bloedsporen en een omgeval­len stoel getuigden van het drama.
    ‘Toch voel ik dat hier iets verborgen moet zijn,’ zei Evelyne.
    ‘Zeker je beroemde intuïtie?’ spotte Otto. Omdat ze niets vonden liepen ze naar Heinz. Die had al tientallen bakjes en laatjes openge­geschoven, maar behalve schroeven, moeren, allerlei soorten sloten en gereedschap had hij nog geen spoor van papier ontdekt.
    ‘Johnny moet een goed slotenmaker zijn geweest,’ zei Evelyne, ‘wat daar staat is professioneel gereedschap.’
    ‘Weet je wat ik vreemd vind,’ zei Heinz, ‘hij heeft nergens ge­bruiks­aanwij­zingen voor die ingewikkelde machinerieën liggen.’
    ‘Daar zeg je zo wat,’ zei Evelyne, ‘misschien heeft hij daar de tekening tussen ge­stopt.’ Weer werden laden en bakken opengeschoven en dichtgedaan, ondanks hun hoop vonden ze niets. Tom wees op een ingewikkelde goed geoliede machine: ‘Wat is dat voor een ding?’
    ‘Dat is een kopieerfreesmachine, daarmee kun je sleutels namaken. De origine­le span je hier in en dan wordt daar een kopie gefreesd. Het messing­afval wordt in deze bak opgevangen. Je ziet dat er door Johnny veel sleutels zijn nagemaakt, de bak is bijna vol.’
    Plotseling keken de drie elkaar aan, toen graaide Tom met een hand in de messingspa­nen: ‘Ik voel iets glads, maar ik kan er niet bij.’
    De bak werd zo goed mogelijk leeggemaakt en toen werd een precies op de bodem passende plastic hoes zichtbaar. Zenuwachtig plukte hij de hoes van de bodem en blies hem schoon.
    Hij gaf hem aan Evelyne die de hoes voorzichtig aanpakte en openmaakte. Er zat een netjes opgevouwen papier in. Ze vouwde het papier open en voor hun ogen ontvouwde zich een elektronisch schema. Trots stond in het titel­blok: "Eigen­dom Sperry Rand, U.S.A." Eindelijk was het bewuste schema gevonden.
    Terwijl Evelyne de tekening weer opvouwde hoorden ze dat er iemand aan de deur stond te rommelen. Otto deed het licht uit en de drie bleven doodstil in het werkplaatsje staan wachten.
    Iemand had geen sleutel, want het gemorrel bleef duren. Waarschijn­lijk was de bezoeker met een loper aan het proberen om het slot te openen. Toen hoorde ze dat de deurkruk werd omgedraaid, de bezoeker had dus een afgeslo­ten deur verwacht. De deur werd een paar centime­ter geopend en toen wachtte de bezoeker. Dat duurde enkele minu­ten, maar voor de drie leek het een eeuwig­heid. Toen werd de deur onein­dig langzaam verder geopend en kwam een kerel met gitzwart haar de woonkamer binnen.
    Evelyne slaakte een diepe zucht: ‘Tino Vandez­zi,’ fluisterde ze Tom in het oor. Kenne­lijk had ze haar stem niet voldoende gedempt want Tino sprong als een gespannen veer naar de tussendeur en hield een pistool met geluiddem­per op de deuropening gericht.
    ‘Eruit jullie en hier komen.’ Zijn harde stem maakte duidelijk dat er met hem niet te spotten viel.
    Evelyne gooide het schema snel tussen de gereedschappen en kwam voor Otto naar de woonka­mer. Tino maakte met het pistool een beweging dat ze hun handen omhoog moesten doen. Er zat voor het drietal niets anders op dan te gehoorzamen.
    De blauw­zwarte ogen van Tino keken Evelyne strak aan: ‘Wat zoeken jullie hier?’
    Evelyne haalde haar schouders op: ‘Dat weten we pas als we het gevon­den hebben.’
    Tino keek van Evelyne naar Otto, die ook zijn schouders ophaalde. Toen Tino naar Tom keek begon hij te lachen: ‘En meneertje, wat heb jij gevonden?’
    ‘Ik gevonden,’ zei Heinz, terwijl hij zo verbaasd mogelijk probeerde te kijken.
    Tino wees op de handen van Heinz: ‘Ja, jij hebt iets gevonden, je gaat toch niet voor je plezier in een afvalbak liggen graaien!’
    Die keek onwillekeurig naar de messingspanen die door de smeerolie op zijn handen waren blijven plakken: ‘Ik heb wel gezocht, maar niets gevonden.’ probeerde hij de situatie nog te redden.
    ‘Hier komen, alledrie,’ wees Tino naar een bank.
    ‘Gaan zitten en niet bewegen, anders gaat dit speelgoed er zich mee bemoeien. Geloof me, ik heb niks meer te verliezen, wie niet luistert gaat eraan.’
    De bank stond zo opgesteld dat Tino, terwijl hij in het werkplaatsje keek, de drie kon zien. Opeens begon hij te lachen: ‘En wie heeft er niets gevonden? Wat doet dat papier dan hier?’ Met een grijnslach kwam hij de woonkamer weer in en hield triomfantelijk het schema omhoog: ‘Hiervoor zijn al die moorden gepleegd en komen er nog drie bij, ik heb niks tegen jullie persoonlijk, maar zaken zijn zaken en die moet je goed afhandelen.’
    ‘Inderdaad en doe daarom maar geen gekke dingen, we hebben je onder schot.’ hoorden de vier vanuit de gangdeur zeggen.
    In de deuropening stonden Greener en zijn assistent Thomas, die een zware Colt gericht hield op het hart van Tino. Deze keek even of hij nog kans maakte om te ontsnappen, maar na een paar seconden zag hij de onmoge­lijk­heid daarvan in en gooide het pistool op de vloer. De inspecteur liep naar hem toe, pakte het schema af en gaf dit aan Evelyne. Toen fouilleer­de hij Tino grondig, behalve het pistool, wat Tino op de vloer had gegooid vond Greener alleen een paspoort en een bundel dollars in een geldclip. Nieuwsgierig bladerde hij in het paspoort: ‘Zo meneer Anton Siebecki, ik dacht dat je Tino Vandezzi heette. Zo te zien hebben we je nog net op tijd te pakken’
    Tino keek hem kwaad aan: ‘Denk nu niet dat je me hebt. Ze ruilen me toch tegen een of andere Amerikaan.’
    Greener liet het paspoort aan Otto zien: ‘Hier Otto, daar weet jij als vroegere paspoortspecialist alles van af. Kijk eens naar eventu­e­le fouten, want ik zie alleen een gewoon paspoort. Ik kan me niet voor­stellen dat aan dit heerschap een tweede pas op een andere naam is uitgereikt.’
    Otto bekeek de pas grondig en schudde met z’n hoofd: ‘Zo te zien is dit oké, maar op de pijnbank in ons lab zal het wel z’n geheimen prijsgeven.’ Maar Thomas stak zijn hand uit en met enige tegenzin gaf Otto de pas af.
    Greener liet Tino door Thomas de handboeien omdoen: ‘Zo Evelyne, ik denk dat die voor jaren achter slot en grendel gaat.’
    Waarop Tino zich omdraaide en bijna vrolijk zei: ‘En ik denk het niet. Mijn bazen zijn ook hier voor jullie politie te machtig.’
    Greener lachte en sloot achter Thomas en Vandezzi, alias Siebecki, de deur. Toen ging hij op de bank zitten en keek het drietal aan: ‘Dat schema heeft niet alleen de nodige doden gekost, het heeft ook de CIA in diskrediet gebracht. Rope Slayton was een CIA-agent en had van de vermissing van dat schema gehoord. Hij moet de blauwe dame gevolgd hebben en heeft haar met een Russisch pistool gedood. Omdat Johnny the Muck een tipgever was heeft hij die ook verhoord en daar het schema verborgen.’
    ‘Heeft Rope Slayton dan Johnny vermoord? Hij was toch een agent, wordt een CIA-agent niet meer gecontroleerd?’
    ‘Dat wel Otto, maar Rope had niet voor niets die bijnaam, om zijn identiteit niet prijs te geven moest hij Johnny wel ombrengen. Het perfecte paspoort van Tino Vandezzi kan alleen van de KGB komen. Niemand anders is in staat om een pas zo perfect te vervalsen. Tino zal wel een KGB-agent zijn, maar dat bewijzen is vers twee.’
    ‘Dan was de moord op Rope in die politiecel een afrekening. Hij zal daar wel door de mand zijn gevallen. Nou, ik kan alleen zeggen dat ik het een mooie opruiming vind. Ook al moest hij aan zijn eigen dekmantel denken’.
    ‘En Evelyne, wat gaan jullie doen? Brengen jullie dat schema terug? Je weet dat ik me daar niet mee mag bemoeien en mis­schien kom je de dader op het spoor.’
    ‘Wij willen dat best doen, dan kunnen we ook de rekening aan Sperry Rand presente­ren.’
    Nadat Evelyne de geleende sleutels aan Greener had terug gegeven ging die naar het hoofdbureau om zich verder met de zaak Tino bezig te houden. Evelyne ging met de SL naar Harrisburg, haar assistenten noodgedwongen met het openbaar vervoer naar het detectivebu­reau.

    Hank Denmore: Moord in lichtdruk

    kempis.nl poetry magazine

    (wordt vervolgd)

    More in: -Moord in lichtdruk


    « Read more

    Thank you for reading KEMP=MAG - kempis.nl poetry magazine - magazine for art & literature