
Nederlands Uitvaart Museum Amsterdam
tot 26 september 2010
Foto’s Paul Fusco
FUNERAL TRAIN
Zwaaien naar het lichaam van Kennedy
Fotograaf Paul Fusco van het foto-agentschap Magnum maakte in 1968 een unieke serie foto’s die nu voor het eerst in Nederland wordt geëxposeerd. Voor ‘Funeral train’ reist Fusco op 8 juni 1968 mee op een bijzondere trein van New York naar Washington. Op die trein bevindt zich het lijk van Robert F. Kennedy. De presidentskandidaat en tweede zoon van de Kennedy’s is dan drie dagen eerder in Los Angeles vermoord. Paul Fusco portretteert duizenden rouwenden die langs het spoor de vermoorde presidentskandidaat uitzwaaien. Tot en met 26 september is een selectie van deze foto’s te zien in Tot Zover, het Nederlands Uitvaart Museum in Amsterdam.
Deze foto’s van Paul Fusco zijn in de Verenigde Staten lange tijd verborgen gebleven en pas in 1998, ruim dertig jaar na dato, voor het eerst gepubliceerd in George Magazine. En na Londen in 2007 worden de foto’s nu voor de tweede keer in Europa tentoongesteld. ‘Funeral train’ is na ‘Trace Elements’ van Seiichi Furuya de tweede expositie die gast-curator Erik Kessels voor het Uitvaart Museum samenstelt. Kessels (1966) is medeoprichter en creatief directeur van communicatiebureau KesselsKramer en publiceerde eerder fotoboeken en -magazines als ‘In almost every picture’, ‘Bangkok Beauties’ en ‘Useful Photo-graphy’. Hij was ook verantwoordelijk voor de tentoonstelling ‘Loving your pictures’ in Utrecht en Arles. Daarnaast is hij dit jaar ook een van de curatoren van het New York Photo Festival.

Normaal gesproken duurt een treinreis van New York naar Washington vier uur, maar deze trein doet er twee keer zo lang over vanwege de toegestroomde mensen langs het spoor. Fusco ziet honderdduizenden mensen die de door hen zo geliefde presidentskandidaat een laatste eer bewijzen. Het is een dwarsdoorsnede van het Amerikaanse volk. Er komen armen en rijken voorbij, zwart, blank, geüniformeerden, mensen met ontblote lichamen en nonnen.
De foto’s laten zien dat de mensen stuk voor stuk oprechte emoties tonen voor een man die ze niet van dichtbij kenden, maar wel in hun hart hebben gesloten. Je ziet dat sommigen elkaar omarmen en steun zoeken in hun verdriet. En er zijn ook vrolijke gezichten, omdat ze de kans krijgen te laten zien dat ze van een man houden die hen plotseling is ontnomen. De een neemt plechtig afscheid met een hand op zijn hart. Een ander zwaait en een enkeling salueert of het nu een boerenzoon of sheriff is. De foto’s van Fusco tonen de ontreddering en toewijding van het Amerikaanse volk aan een familie die stond voor hoop en een betere toekomst. Een van de opvallendste beelden is die van het gezin dat op volgorde van lengte staat. Alsof de ouders willen laten zien dat zij, net als de Kennedy’s, een aantal talentvolle kinderen paraat hebben staan. Wie goed kijkt ziet dat er in deze foto drie jongens in de camera kijken. Je zou er haast een jonge John, Robert en Edward Kennedy in zien.
.jpg)
Net als bij de uitvaart van Amerikaanse presidenten als Lincoln, Roosevelt en Eisenhower wordt de jonge presidentskandidaat Robert F. Kennedy per trein langs rouwende mensen geleid. Drie dagen eerder, op 5 juni 1968 is Kennedy kort na middernacht in een hotel in Los Angeles vermoord. Hij hield daar een dankrede voor zijn overwinning op de voorverkiezingen in Californië en wilde met zijn bewakers via de achteringang het hotel verlaten. Toen hij daar het hotelpersoneel nog de handen schudde dook –volgens de officiële lezing- Sirhan Sirhan onverwachts op en loste van dichtbij een aantal kogels. Ondanks dat Kennedy door een bewaker naar achteren werd getrokken werd hij in zijn hoofd en oksel geraakt. Een dag later overleed hij in een ziekenhuis.
Robert F. Kennedy was kort na de moord op Martin Luther King Jr. en John F. Kennedy, de derde invloedrijke man binnen vijf jaar die publiekelijk werd vermoord. Zijn overlijden maakte in ons land en de rest van Europa misschien minder indruk dan de moord op John F. Kennedy en Martin Luther King Jr., maar in de Verenigde Staten was dit de aanslag die alle hoop bij de bevolking wegnam.
Paul Fusco (1930) is een fotograaf van het beroemde foto-agentschap Magnum en hij begon zijn carrière als nieuwsfotograaf tijdens de oorlog in Korea. Zijn werk verscheen in LIFE, Time magazine, Newsweek en The Sunday Times. Hij bracht ook verschillende fotoboeken uit als ‘Chernobyl Legacy’ en exposeerde onder meer in het Metropolitan Museum of Art in New York, The Photographers’ Gallery in Londen en op het International Festival of Photojournalism in Perpignan. De complete serie foto’s van Funeral train is ook in boekvorm verschenen. Van dit boek heeft de broer van Robert, de vorig jaar overleden senator Edward Kennedy, het voorwoord heeft geschreven.
Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover – Kruislaan 124, 1097 GA Amsterdam
► Website Nederlands Uitvaart Museum
kempis poetry magazine
Filed under: -N E W S & E V E N T S,-Art & Poetry News 2010,EXHIBITION,Galerie des Morts
.jpg)
Over de grens
Cees van Raak (tekst)
Martje Ingenhoven (foto’s)
D o o d k i n d j e
Men heeft het kindje, wit en recht,
Uit ‘t wiegje in een kleine kist gelegd,
En wit en zwart, o simpel onderscheid,
Zijn slaap en dood, zijn tijd en eeuwigheid.
Hij is hier maar even geweest.
Men gaf hem op ‘t geboortefeest
Van hand tot hand, tot, stil en lief,
Een gast hem kussend aan de lippen hief.
En allen keken. later is gezegd:
Hij gaf een zuiver klein geluid,
Verschrikt en schoon, zooals een nieuwe fluit,
Die men probeert en peinzend nederlegt.
Willem de Mérode
Sedert de zestiende eeuw zijn geschilderde en getekende portretten van opgebaarde doden bekend, in het begin als recht voorbehouden aan vorsten, adel en clerus. Het vroegste voorbeeld in de Noordelijke Nederlanden is het schilderij waarop de doodgeschoten Willem van Oranje staat afgebeeld. Na de moordaanslag door Balthasar Gerards op 10 juli 1584 in de Prinsenhof te Delft, lag Willem van Oranje lange tijd opgebaard, zodat de begrafenis geregeld kon worden en het volk afscheid van hem nemen kon. Sommigen wilden een beeltenis maken, maar dit was verboden uit angst dat zijn vijanden de kans zouden benutten om de dode te bespotten met ongepaste prenten. Eén man echter maakte wel schetsen van de overleden prins. Of hij hiermee het verbod van de Staten-Generaal trotseerde, of dat hij als enige toestemming ervoor had verkregen, is onbekend. Hoe dan ook, deze Christiaen Jansz. van Bieselingen schilderde op grond van zijn schetsen twee haast identieke schilderijtjes van de opgebaarde prins. Deze doodsportretten worden in Delft (in de Prinsenhof, tegenover de kogelgaten) en Zaltbommel bewaard.
De oudste zoon van Willem van Oranje, Filips Willem, werd op zijn praalbed, omgeven door treurenden, afgebeeld op een (anoniem) schilderij. Hij stierf te Brussel op 21 februari 1618. Een aantal jaren later overleed de tweede zoon van Willem van Oranje, prins Maurits. Hij werd in april 1625 op zijn doodsbed geschilderd door A.P. van de Venne. Dit betreffende de eerste, bekende doodsportretten van leden van het huis Oranje-Nassau.
Eveneens in de zestiende eeuw ontstond in (nota bene) Vlaanderen het genre van kinderen op hun doodsbedje. Het overgrote deel van nog bestaande afbeeldingen van opgebaarde kinderen stamt echter uit de Noorderlijke Nederlanden en wel uit de eeuw daarop. Vaak zijn de kinderen versierd met gevlochten kransen, soms heeft het kind een bloem of boeketje in de hand. Dit gebruik heeft tot in onze dagen stand gehouden, zoals op een aantal van de hierin opgenomen foto’s te zien is.
In de loop van deze zeventiende eeuw liet ook de hogere burgerij zich meer en meer voor de eeuwigheid afbeelden. Het doodsportret, ofwel het post mortem portret, verspreidde zich op de duur vanuit de kerk naar half openbare ruimten als de pastorie (geestelijken) en naar de particuliere woning (burgers).
Uit de achttiende eeuw zijn nauwelijks doodsportretten overgeleverd. Het was de tijd van de rationele en op vooruitgang gerichte Verlichting, waarbij de dood meer een randverschijnsel werd. Letterlijk in de zin dat uit het oogpunt van hygiëne (ook een ideaal van de Verlichting) begraafplaatsen buiten de bebouwde kom aangelegd dienden te worden; het kerkhof verdween uit het centrum van de gemeenschap.
Uit het begin van de negentiende eeuw dateert in onze contreien het dodenmasker. Niet alleen het gezicht, maar ook handen van bijzondere personen werden afgegoten in gips, brons of marmer. Momenteel zijn er bijna dertig exemplaren van Nederlandse dodenmaskers bekend.
Onder invloed van de romantiek won ook het doodsportret weer terrein, zeker toen omstreeks 1850 de fotografie zijn intrede deed. Direct al bij de komst van het daguerrotype nam deze post mortem fotografie een hoge vlucht. De foto’s kwamen in het familie-album terecht of werden verwerkt in een medaillon. Ook het carte de visite-portret en het bidprentje memoreerden niet zelden de trekken van de beminde dode kort na zijn stervensuur.
Bij dit alles blijkt het funeraire kinderportret het meest voor te komen. Met andere woorden: juist overleden kinderen werden op een post mortem foto afgebeeld, niet in de laatste plaats omdat vaak een afbeelding van het gestorven kind tijdens zijn of haar leven ontbrak.
De algemene acceptatie van post-mortem fotografie in de negentiende eeuw blijkt duidelijk uit allerlei bewaard gebleven opnames van vooraanstaande of minder bekende doden. Uit de rouwcultus rondom de leden van het koninklijk huis stammen diverse doodsportretten in gravure of lithografie. Ze waren verkrijgbaar voor het grote publiek. Dit gold bijvoorbeeld voor een portret van de op 3 juni 1877 gestorven koningin Sophie van Wurtemberg, eerste gemalin van koning Willem III. Zij werd op haar doodsbed gefotografeerd en de afdrukken van deze opname waren te koop. Zoiets zou nu ondenkbaar zijn.
Een ander voorbeeld. In 1866 verscheen in Utrecht het curieuze boekje ‘May‘ uitgegeven door de ouders van May Twist die in 1866 op zesjarige leeftijd overleed. Het is een kleine dichtbundel met als frontispice een post-mortem foto van het meisje. Toen zij op 30 mei 1866 stierf lieten haar ouders dit boekje uitgeven. Naast Nederlandse, Engelse en Franse gedichten over het sterven van kinderen – in die jaren van cholera-epidemieën een algemeen verschijnsel – werden ook May’s laatste woorden opgetekend.
Zoals gezegd, de confrontatie met een dode was in die tijd algemeen geaccepteerd. De rouwcultus van de late negentiende eeuw verwachtte zelfs van de nabestaanden dat die een souvenir van de dierbaar gestorvenen bij zich droegen of wegschonken. Natuurlijk was het dragen van portretten in medaillons, in armbanden en kettingen niet alleen de rouwenden voorbehouden. In de reeks verliefd, verloofd, getrouwd behoorde (en behoort) het fotoportret tot de amoureuze parafernalia. Echter in combinatie met haarlokken en haarwerken krijgt het een ‘zwaarder’ accent. De haarfestisj vormde niet alleen in een specifiek element in het amoureuze verkeer, maar ook in de doodscultus. Medaillons waarin verwerkt afgeknipte lokken van de dierbare, sieraden uit haar gevlochten, schilderijtjes van haar gemaakt, het waren vooral producten van huisvlijt, maar deze zogeheten rouwhaarwerken konden ook op bestelling worden geleverd.
Aan het begin van de twintigste eeuw werden post mortem foto’s gebruikt om in een plaquette – een mechanische montage op bijvoorbeeld emaille of porselein – op een grafsteen verwerkt te worden. Dit gebruik blijkt net over de grens met België tot voor kort een welhaast bloeiend bestaan geleid te hebben.
Op het Oude Kerkhof aan de Kwakkelstraat te Turnhout wemelt het van deze plaquettes ofwel portret-medaillons. Vele graven zijn er mee getooid, sommige dragen kleine trossen: vier of zes medaillons aan een graf ("Begraafplaats van de familie…") zijn geen uitzondering. De meeste opnamen zijn bij leven genomen, maar op een significant aantal foto’s zijn de doden reeds dood. Tweemaal dood zou je kunnen zeggen: opgebaard (post mortem gefotografeerd en bevestigd aan het grafmonument) en daadwerkelijk in het graf gelegd..
Daarbij betreft het in de meeste gevallen medaillons met overleden kinderen, hier dus ook veruit de meest voorkomende categorie. Ik kende post mortem foto’s van kinderen wel, vooral via boeken, maar nog nooit had ik zulke opnamen in zo’n grote getale op een begraafplaats gezien – in de buitenlucht dus
In 1990 is over deze rustplaats een boek verschenen, onder de titel ‘Elks deel op ‘t laatste is het graf. Een Turnhouts verhaal over begraven en het oude kerkhof‘ van de hand van H. de Kok en E. Wauters. In dit boek wordt opmerkelijk genoeg geen enkele melding van dit fotografisch fenomeen gemaakt. Was het dan zó veel voorkomend in België? Of was het juist voor deze streek, of zelfs: voor deze stad, voor deze dodenakker, usance? Dit laatste wordt namelijk versterkt door enkele naamsvermeldingen op de rand van een aantal medaillons; hoogstwaarschijnlijk betreft het de namen van Turnhoutse fotozaken. Met als specialisatie het ensceneren van een ontroerend tafereel: een pas gestorven kind, gekleed in een wit doodskleedje, op een bedje gelegd, vaak getooid met bloemen, soms met een rozenkrans in de handjes. Vervolgens op de gevoelige plaat vastleggen en de opname mechanisch verwerken in een porseleinen medaillon.
De portretten werden vervaardigd vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw, met een opvallende piek in de oorlogsjaren 1941 en 1942, maar ik ontdekte ook een medaillon die gemaakt bleek in het begin van de jaren zeventig. Zo kort geleden!
Alle hierna opgenomen foto’s zijn gemaakt op één dag – zondag 4 januari 2004 – en op hetzelfde kerkhof: het Oude Kerkhof aan de Kwakkelstraat te Turnhout, België. Het is een selectie. De opnamen zijn zonder tekst (geen naam, geen jaartal, geen familieleden) en ze zijn niet chronologisch opgenomen. Anders gezegd: het gaat alleen om de opname, om het post mortem fotomedaillon, een curieus cultuurhistorisch fenomeen.
Het zijn bijzondere foto’s van over de grens.



Geraadpleegde literatuur:
Boudewijn Büch: ‘Kindergraven in Nederland’, in: Maatstaf 1983/2.
Diversen: ‘Postume Portretten’, special Kunstschrift 1997/4.
H. de Kok, E. Wauters: Elks deel op ‘t laatste is het graf. Een Turnhouts verhaal over begraven en het oude kerkhof (Dienst Stadspromotie en Geschiedkundige Kring Taxandria, Turnhout, 1990).
C. Leeflang (samenstelling, inleiding): De dichter en de dood. Een bundel doodenlyriek (Utrecht, 1946).
Cees van Raak: Vorstelijk begraven en gedenken. Funeraire geschiedenis van het huis Oranje-Nassau (Thoth, Bussum, 2003).
B.C. Sliggers (eindredactie): Naar het lijk. Het Nederlandse doodsportret 1500-heden (Teylers Museum, Haarlem, 1998).
D. Snoep: ”k Zal eeuwig U beminnen, eeuwig U waarderen En in gedagten dagelyks met U verkeeren’, in: Kunstschrift 1985/3.
kempis poetry magazine
Filed under: FICTION & NON-FICTION,NONFICTION: ESSAYS & STORIES,Cees van Raak,EXHIBITION,Galerie des Morts,KEMP = MAG POETRY LIBRARY,MODERN POETRY,Raak, Cees van
.jpg)












Alter Domfriedhof St. Hedwig Berlin
Der alte Domfriedhof der St.-Hedwigs-Gemeinde wurde 1834 geweiht und ist der älteste noch bestehende katholische Friedhof Berlins. Er ist etwa über zwei Hektar groß. 1849 wurden hier 429 Opfer der Choleraepidemie begraben, 1866 nochmals 1.111 Opfer derselben Krankheit. Durch die Einebnung des Mauerstreifens 1961 sowie den Bau der zweiten Mauer 1967 gingen eine Reihe von architektonisch und historisch bedeutsamen Grabstätten verloren, an die heute ein Gedenkstein auf der freien Rasenfläche sowie ein stehengebliebener Mauerrest vor dem Friedhof erinnern.
Nachrichten aus Berlin: unser Korrespondent Anton K. berichtet
kempis poetry magazine
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Nachrichten aus Berlin

.jpg)







Fish: An aquatic animal: any of numerous cold-blooded strictly aquatic craniate vertebrates that include the bony fishes and usually the cartilaginous and jawless fishes and that have typically an elongated somewhat spindle-shaped body terminating in a broad caudal fin, limbs in the form of fins when present at all, and a 2-chambered heart by which blood is sent through thoracic gills to be oxygenated. The flesh of fish used as food. Any of more than 30,000 species of predominantly cold-blooded vertebrates found worldwide in fresh and salt water. Living species range from the primitive lampreys and hagfishes through the cartilaginous sharks, skates, and rays to the abundant and diverse bony fishes. Species range in length from 0.4 in. (10 mm) to more than 60 ft (20 m). The body is generally tapered at both ends. Most species that inhabit surface or midwater regions are streamlined or are flattened side to side; most bottom dwellers are flattened top to bottom. Tropical species are often brightly coloured. Most species have paired fins and skin covered with either bony or toothlike scales. Fishes generally respire through gills. Most bony fishes have a swim bladder, a gas-filled organ used to adjust swimming depth. Most species lay eggs, which may be fertilized externally or internally. Fishes first appeared more than 450 million years ago.
Joep Eijkens photos
kempis poetry magazine
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Joep Eijkens Photos

.jpg)









Fusilladeplaats en Oorlogsgraven
“Gorp en Rovert” (Hilvarenbeek NL)
15 augustus 1942, bericht uit een landelijke krant:
"Aangezien ondanks de uiterst dringende uitnoodiging van den Wehrmachtsbefehlhaber General der Flieger Christiansen de daders van den springstofaanslag in Rotterdam te laf zijn geweest om zich aan te melden, zijn de volgende gijzelaars aangepakt en hedenmorgen doodgeschoten:
- Mr. Robert Baelde, maatschappelijk werker, *22 juli 1907, woonplaats Rotterdam
- Willem Ruijs, directeur Rotterdamsche Lloyd, *25 augustus 1894, woonde in Rotterdam
- Otto Ernst Gelder, Graaf van Limburg Stirum, substituut officier van Justitie, geboren 13 april 1893, woonplaats Velp
- Christoffel Bennekers, hoofdinspecteur van politie, *28 mei 1894, woonplaats Rotterdam
- Alexander, Baron Schimmelpenninck van der Oije, landeigenaar, *21 december 1913, woonplaats Schuddebeurs “
In de vroege ochtend van 15 augustus 1942 werden door de Duitsers 5 personen in de bossen van "Gorp en Rovert" te Goirle (tegenwoordig gemeente Hilvarenbeek) gefusilleerd. Als eerder in gijzeling genomen Nederlanders werden zij gefusilleerd op bevel van Generaal der Flieger Christiansen als represaille voor de sabotage op 7 augustus 1942 aan een spoorlijn in Rotterdam.
De fusilladeplaats is te vinden in het uitgestrekte bosgebied “Gorp en Rovert” in de driehoek Hilvarenbeek / Goirle / Poppel (België).
Toegang aan de oostzijde van de N 283 Goirle-Poppel, ongeveer 1 km vóór de grens met België. Boven bij de witte slagboom hangt een oranje bord met “←15 AUG. 1942”, verder is de route alleen te voet of per fiets begaanbaar. Na ± 2 km op een kruising rechtsaf, na ± 300 meter nogmaals rechtsaf waarna 100 meter verder de omheinde executieplaats, met aan de zijkant 2 graven, is bereikt. De overige 3 personen zijn door hun familie elders herbegraven.
(Bron: http://www.oorlogsmusea.nl)
Photos: Ton van Kempen
kempis poetry magazine
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Ton van Kempen Photos,FICTION & NON-FICTION,WAR & PEACE
.jpg)



















G A L E R I E D E S M O R T S XVII
Les Morts de Tilburg NL (Gilzerbaan) – © photos kempis
kempis poetry magazine – magazine for art & literature

m u s e u m o f l o s t c o n c e p t s
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts
.jpg)








.jpg)





G A L E R I E D E S M O R T S XVI
Les Morts de De Moer NL – © photos kempis
kempis poetry magazine – magazine for art & literature

m u s e u m o f l o s t c o n c e p t s
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts
.jpg)

.jpg)
Luise Köningin von Preussen

Heinrich von Treitschke
.jpg)
Franz Liszt

Anton Brückner

Paul Wegener
Museum Hamburger Bahnhof Berlin
Totenmasken
Nachrichten aus Berlin
Photos Anton K.
kempis poetry magazine
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Nachrichten aus Berlin

















Eéndagskerkhof
Op 18 november 2009 vroeg het ‘Collectif Les Morts de la Rue’ in Parijs aandacht voor 217 daklozen en andere mensen die sinds april de dood hebben gevonden op straat. Dat gebeurde in de vorm van een Cimetière éphémère, wat je zou kunnen vertalen met ‘ééndagskerkhof’. En zo veranderde die 18e november de tegenover het Louvre gelegen Place du Palais Royal in een tijdelijke begraafplaats: 217 op de grond gelegde papieren banieren en elk banier droeg een naam en een roos. Bij sommige overledenen lag een gedicht, bij een enkele een foto zodat de overledene ook een gezicht kreeg. Vaak werd ook de doodsoorzaak vermeld. Menig slachtoffer bleek door geweld aan zijn of haar eind gekomen te zijn. Zoals Disan Popovitch, ‘met ingeslagen schedel teruggevonden in een koffer’. Hij was 42, zes jaar jonger dan de gemiddelde leeftijd van 48 waarop de 217 overleden bleken te zijn…
Joep Eijkens
Photos: Joep Eijkens ©
k e m p i s p o e t r y m a g a z i n e
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts,EXHIBITION,Joep Eijkens Photos,EXHIBITION,K=M in Paris
.jpg)


















G A L E R I E D E S M O R T S XV
Les morts de Sprang-Capelle NL – © photos kempis
kempis poetry magazine – magazine for art & literature

m u s e u m o f l o s t c o n c e p t s
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts
.jpg)


















G A L E R I E D E S M O R T S XIV
Les Morts de Loon op Zand NL – © photos kempis
kempis poetry magazine – magazine for art & literature

m u s e u m o f l o s t c o n c e p t s
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts
.jpg)


.jpg)


















.jpg)
G A L E R I E D E S M O R T S XIII
Les morts de Tilburg NL (De Schans) – © photos kempis
kempis poetry magazine – magazine for art & literature

m u s e u m o f l o s t c o n c e p t s
Filed under: EXHIBITION,Galerie des Morts
Thank you for reading KEMP=MAG - KEMPIS POETRY MAGAZINE - magazine for art & literature