Or see the index
Hans Hermans’ panoramafoto’s: Station Antwerpen
Werkwijze voor het maken van een VR-panorama
Een complete omschrijving hoe je een virtual reality panorama kunt maken kun je vinden op mijn site, klik hiervoor op de link onderaan. Tevens kun je hier ook de werkwijze vinden voor het maken van een little planet.
Het maken van een 360° VR panorama met opensource software
Laat je niet afschrikken door de lengte en de vele te doorlopen stappen in deze tutorial. Met wat oefening is een complete flashpanorama in drie kwartier te maken. Onderstaande werkwijze is een vrij technisch verhaal. Een 360° VR panorama is een panorama samengesteld uit meerdere foto’s welke met een speciale viewer bekeken kan worden. Hierbij wordt de panorama op een zodanige wijze gepresenteerd dat je als kijker met de muis om je heen kunt kijken en waarbij je de indruk krijgt alsof je werkelijk op de locatie aanwezig bent.
De VR panorama’s op mijn site zijn opgebouwd uit 16 foto’s. Op deze 16 foto’s wordt de gehele omgeving vastgelegd, dus 360° rond en 180° van onder naar boven. Deze worden vervolgens met het opensourceprogramma Hugin samengevoegd tot één panorama. Meestal maak ik echter de gehele panorama in drie verschillende belichtingen welke later met HDR software samengevoegd worden tot één optimaal belichte panorama. In het laatste geval is deze dus opgebouwd uit 48 foto’s. Het aantal te maken foto’s om de gehele omgeving vast te leggen is afhankelijk van de gebruikte camera en lens. Ik gebruik een 10mm lens (komt overeen met een 15mm lens op een compact of full frame camera).
Fotograferen
Bij het fotograferen kun je de foto’s het beste in het RAW formaat fotograferen, indien dit wordt ondersteund door je camera. Als je de volledige omgeving (dus 360° rond en 180° van onder naar boven) wilt vast leggen in één enkele panorama komt het erg nauw hoe de camera ronddraait bij het maken van de verschillende foto’s. Om de verschillende foto’s naadloos aan elkaar te kunnen plakken dient de camera exact over het brandpunt van de lens te draaien (het nodal point). Hiervoor zul je een speciale statiefkop nodig hebben zoals de Nodal ninja. Indien je echter enkel 360° rond fotografeert (dus niet 180° van onder naar boven) en het onderwerp zich niet te dichtbij bevindt, is het echter goed mogelijk de foto’s uit de hand te nemen. Er zullen dan wel kleine aansluitingsfouten in de panorama zitten, maar deze zullen nauwelijks zichtbaar zijn. Hoe dichterbij het onderwerp zich bevindt, hoe groter deze afwijkingen zullen zijn.
Verder is erg belangrijk dat de instellingen van de camera bij alle foto’s exact hetzelfde zijn, de camera moet dus volledig op handmatig ingesteld worden (isowaarde, sluitertijd, diafragma, scherpstelling en witbalans). Hierbij wordt voor de belichting de gemiddelde belichting van de complete omgeving genomen. Om deze te bepalen richt je de camera op wat je denkt dat een gemiddeld belicht deel in de omgeving is. Hierop stel je de belichting van de camera in. Vervolgens richt je de camera op het lichtste deel van de omgeving en noteer je hoeveel overbelichting de camera aangeeft (meestal is dit ongeveer twee stops). Vervolgens richt je de camera op het donkerste deel van de panorama en bekijk je hoeveel onderbelichting de camera aangeeft. Als de onderbelichting overeenkomt met de overbelichting heb je de camera juist ingesteld. Tevens kun je het diafragma het beste zo klein mogelijk houden omdat dit de scherptediepte van de foto ten goede komt.
Om een volledig goed belichte panorama te krijgen kun je het beste alle foto’s drie maal nemen in drie verschillende belichtingen (-2 stops, 0 stops, +2 stops). Door deze drie belichtingen later samen te voegen kun je een panorama creëren welke zowel in de donkerste als de lichtste delen juist belicht is. Dit is echter enkel mogelijk indien je vanaf statief werkt, omdat elke drie gemaakte foto’s pixelnauwkeurig overeen moeten komen om deze later precies goed samen te kunnen voegen. Deze werkwijze wordt later besproken.
Hans Hermans
kempis.nl poetry magazine
Filed under: EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Hans Hermans Photos,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica

Joep Eijkens
Het verloren paradijs van Rik Wouters
Rik Wouters (1882-1916) liet een bijzonder rijk oeuvre na. Een hoofdrol was daarin weggelegd voor zijn vrouw Nel – een ware muze. De Belgische schilder/beeldhouwer stierf op 33-jarige leeftijd in Amsterdam.
Als het om de periode gaat van zeg het einde van de 19e eeuw tot nu, zijn er niet bijster veel kunstenaars die me echt boeien. Zo sterk is dat gevoel zelfs dat ik me soms afvraag of ik wel geïnteresseerd ben in moderne beeldende kunst. In vergelijking daarmee is er naar mijn idee veel meer te beleven in de muziek en literatuur. Om nog te zwijgen van de fotografie.
Zeker, ik kan ook genieten van het werk van Matisse en Hockney – om maar een paar grote namen te noemen – maar ik wil niet ‘alles’ van hen zien of weten. Er zijn wat mij betreft eigenlijk maar drie kunstenaars voor wie dat wel geldt. En één van hen is Rik Wouters.
Ik was dan ook blij verrast te lezen dat bij De Bezige Bij een omvangrijke biografie over deze Belgische kunstenaar verschenen was. Het meer dan 500 pagina’s tellende boek werd geschreven door Eric Min die al eerder naam maakte met ondermeer zijn biografie van James Ensor.
Dubbele biografie
Bij fotoboeken kun je er bijna vergif op innemen dat er binnenin weinig goeds valt te verwachten als het boek al slecht vormgegeven is. Bij literatuur en non-fictie ligt dat vaak anders. Maar Rik Wouters. Een biografie maakt al aan de buitenkant nieuwsgierig naar de inhoud. Op de voorkant van het stofomslag staat een mooie foto van Rik Wouters en zijn vrouw Nel – zijn grote liefde én model – in wat misschien wel hun glorietijd was. Niet voor niets is de voorkant goudgeel – maar de echte verrassing zit aan de binnenkant (en op de harde cover): een prachtige snelle schets van Nel, ongeneerd wijdbeens achteroverliggend in een strandstoel, wie weet even uitrustend van het poseren.
Je zou kunnen zeggen dat Eric Min eigenlijk een dubbele biografie heeft geschreven, want de levens van de schilder/beeldhouwer en zijn model waren onverbrekelijk met elkaar verbonden. Ik denk zelfs dat Rik Wouters op de eerste plaats dankzij zijn Nel de grote kunstenaar is geworden die hij was. Haar vrouwelijkheid en lichamelijke schoonheid vormden een onuitputtelijke inspiratiebron voor hem, of ze nu naakt voor hem poseerde of bezig was met de strijk of zat te lezen. En hoewel hij daarnaast tal van andere onderwerpen vond in de hem omringende werkelijkheid, zou zijn oeuvre lang niet zo groots zijn geweest zonder al die tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken waarvoor Nel model stond.
‘Chère Moeke’
Rik Wouters werd in 1882 geboren te Mechelen als zoon van een houtbeeldhouwer/meubelmaker. Zijn vader zag hem het liefst hetzelfde ambacht uitoefenen en hoewel het even die kant op leek te gaan, volgde de zoon toch zijn eigen weg. Amper vijftien was hij toen hij zich – kort na de dood van zijn moeder – aanmeldde voor de avondlessen aan de Mechelse Academie voor Schone Kunsten. Kennelijk buiten medeweten van zijn vader die hem overigens al snel toestemming gaf om het dagonderwijs te volgen. Eric Min: ‘Het staat vast dat Wouters al in zijn tijd op de Mechelse academie als een bezetene heeft gewerkt.’
Het was in de lente van 1902 dat hij Nel Duerinckx leert kennen. Dat gebeurt in Brussel waar de jonge kunstenaar inmiddels is komen wonen en op de academie zit. Hij is 19, zij 16 en het is liefde op het eerste gezicht. ‘Uit welk schilderij ben je gestapt?’ zegt hij – een zeldzaam mooie openingszin. ‘Chère Moeke’ noemt hij haar in zijn mengeltaal van Vlaams en Frans.

Het stofomslag wordt gesierd door een foto van Rik en Nel Wouters, ca 1907-08
Armoede
Na het beëindigen van zijn militaire dienst in het najaar van 1904 betrekt het jonge stel een woning met atelier in Watermaal (tegenwoordig een gemeente die deel uitmaakt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Het jaar daarop trouwen ze. Nog geen maand later dwingt puur geldgebrek hen om tijdelijk onderdak te vinden bij Riks familie in Mechelen. Vijftien maanden duurt hun ‘ballingschap’ en het doet de liefde geen goed. Los van elkaar keren ze terug naar Brussel, waar Rik tijdelijk werk vindt in een porceleinfabriek. De armoede blijft hen achtervolgen als ze een woning hebben gevonden in de Brusselse randgemeente St.Joost-ten-Node. ‘Nel en Rik leven samen in het atelier, waar de vrouw van vlees de concurrentie van haar inhalige rivale de kunst moet dulden’, schrijft Min. Hoewel ze veel ziek is, staat Nel zowel model bij Rik als bij een schatrijke, adellijke society-kunstenaar – dat laatste om geld in het laatje te brengen. Het is deze graaf die het voor hen ook mogelijk maakt om in 1907 te verhuizen naar het landelijk gelegen Bosvoorde, nabij Watermaal.
Daar, wonend temidden van bezembinders, klompenmakers en ander arm volk, beleefden Rik en Nel Wouters paradijselijke tijden.
‘Het zotte geweld’
Zeker, financieel bleef het moeilijk – ook al was er enige steun van een Brusselse galeriehouder – maar Wouters had alles wat hij wilde om zich heen om dag in dag uit, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat te werken, te scheppen. Aanvankelijk leek hij zich op de eerste plaats te ontwikkelen tot een beeldhouwer, maar tekenen en schilderen werden gaandeweg steeds belangrijker, en uiteindelijk zouden tekeningen en schilderijen ook de hoofdmoot van zijn nalatenschap vormen.
Daar moet dan wel meteen aan toegevoegd worden dat beelden als ‘Huiselijke zorgen’ en ‘Het zotte geweld’ tot de hoogtepunten van Wouters’ oeuvre horen. Zowel de beroemde danseres Isadora Duncan als Nel was de inspiratiebron voor laatstgenoemd beeld, voorstellende een meer dan levensgrote, wild dansende naakte vrouw. Ongelooflijk om te lezen dat er vier jaar lang aan gewerkt is aan dit beeld – en dat het tot op de dag van vandaag een grote levendigheid heeft behouden, alsof de meer dan levensgrote naakte danseres nog altijd haar grandioze beweging maakt. ‘Het leven kwam zelf trillend te voorschijn uit de homp aarde’, schreef Nel over de wordingsgeschiedenis waarin ze voor zichzelf een hoofdrol opeist. ‘De laatste gedachte aan Isadora Duncan werd uitgewist. Het beeld was pure levensvreugde geworden, en het gaf uiting aan de energie waarmee Rik eraan werkte’.
Terugblik
‘La vierge folle’ heet het beeld in het Frans. En die ‘dwaze maagd’ komt ook terug in de titel van een nooit gepubliceerd manuscript waarin Nel terugblikt op haar leven met Rik Wouters. Eric Min heeft dit manuscript als bronmateriaal gebruikt, net zoals haar geautoriseerde monografie La Vie de Rik Wouters à travers son oeuvre (1944). Maar hij doet het begrijpelijkerwijze met de nodige reserve, want de schrijfster vertelt het verhaal vanuit haar eigen ‘dwingend’ perspectief.
Gelukkig stonden de biograaf diverse andere bronnen ter beschikking, waaronder talloze niet eerder gepubliceerde – vaak prachtige – brieven van Rik en Nel zelf en van diverse bevriende kunstenaars, critici en schrijvers. Ook kunstrecensies worden dankbaar en uitvoerig geciteerd – soms iets te uitvoerig naar mijn smaak – en zo krijgen we een veelzijdig beeld, waarin Wouters ook steeds geplaatst wordt in de context van zijn tijd.
Dramatische wending
Is die context aanvankelijk voor een belangrijk deel cultuurhistorisch, dat verandert rigoureus met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het leven van Rik Wouters neemt dan een dramatische wending. Het moet iets vreselijks voor hem geweest zijn om zijn paradijs en zijn geliefde in Bosvoorde te moeten verlaten om als dienstplichtig soldaat ten strijde te trekken.
Maar hij overleefde de hopeloze verdediging van Luik en de val van Antwerpen. Vond Nel als vluchtelinge onderdak bij vrienden in Scheveningen, Rik kwam als krijgsgevangene in Amersfoort terecht en vervolgens in Kamp Zeist.
‘In het kamp is weinig meer te melden dan hoofdpijn, kou en rook uit honderd pijpen’, parafraseert Min een brief die Rik Wouters op 16 november 1914 schreef aan Nel. Die ‘hoofdpijn’ speelt hem al enige jaren parten en wordt er niet minder op. ‘Al drie dagen lang kan hij niet scherp meer zien, en de bruten uit zijn barak trekken er zich niks van aan’. En hij zou zo graag weer gaan tekenen en schilderen…
Hoewel Nel gelukkig niet lang daarna in zijn buurt kon komen wonen en Wouters steeds meer vrijheid kreeg om ook buiten het kamp te leven en te werken, moest zijn eigenlijke lijdensweg nog beginnen. Na de diagnose van een ernstig ontstoken kaakholte volgt begin 1915 een reeks pijnlijke operaties en andere medische ingrepen in Utrecht. Terug uit het ziekenhuis probeert Wouters de draad weer op te pakken. Hij plaatst zelfs een advertentie in het Amersfoortsch Dagblad/De Eemlander waarin hij vraagt om een ‘Ruime, lichte Kamer (..) voor Atelier’. Zeker, hij heeft af en toe nog wel last van hoofdpijn en moet een bril dragen, maar hij wil tekenen, wil boetseren, scheppen.
Zwarte ooglap
In juni 1915 verhuisden Rik en Nel naar Amsterdam waar ze – mede dankzij welgestelde Nederlandse vrienden – een appartement konden huren aan de Derde Kostverlorenkade. ‘Vrijwel alle Amsterdamse schetsen zijn in en vanuit dit huis gemaakt’, schrijft Min, ‘in een observatiepost die iets weg heeft van Ensors zolderatelier op de hoek van de Vlaanderenstraat in Oostende’. En Wouters maakte heel veel tekeningen en aquarellen: van alles en iedereen die hij voorbij zag gaan, maar ook van Nel, altijd maar weer Nel.
En dan te weten dat zijn lichaam steeds verder afgebroken wordt. In oktober – na een eerste voorlopige diagnose van kanker – wordt hij opnieuw geopereerd en ontwaakt hij met een vreselijk toegetakeld gezicht dat Nel met schrik en afgrijzen vervult.
Maar zelfs daar in het ziekenhuis maakt hij schetsen van zijn mede-patiënten en van zichzelf. En terug thuis gaat hij ook weer schilderen en maakt zijn beroemde ‘Rik met de zwarte ooglap’, een zelfportret in pyjama. ‘Het is’, schrijft Min, ‘de tronie van een galeiboef of een beulsknecht die ons uit zijn ene, vermoeide oog aankijkt – ecce homo, zie de mens die lijdt en langzaam dood gaat’.
Laatste schilderij
Maar Rik Wouters is nog niet dood. In januari en februari 1916 krijgt hij een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum. Er is ook een mooi interview bewaard gebleven dat Maria Viola, kunstredactrice van het Algemeen Handelsblad, met de doodzieke kunstenaar had. ‘Ik werk als ik kan; was ‘k aldoor gezond geweest dan had ‘k véél meer gedaan’, noteert ze uit zijn mond. ‘Prachtstad hier, ik leef er gelukkig, als God me gezondheid geeft, dat ‘k kan bezig blijven’.
Met groot inlevingsvermogen en met tal van ontroerende details beschrijft Min in de daaropvolgende 25 bladzijden de laatste maanden van het leven van de kunstenaar. Hoe hij werkt aan zijn laatste zelfportretten, hoe hij – althans volgens de memoires van Nel – aan zijn laatste schilderij ‘De Schelvis’ werkt en op zeker moment zijn penselen en palet weggooit met de woorden ‘Ik zie niet meer!’ En ook hoe hij zich op zijn sterfbed over laat halen tot een kerkelijk huwelijk met Nel die hij kort tevoren tot enig erfgename heeft benoemd.
Rik Wouters overleed op 11 juli 1916 in aanwezigheid van zijn vader en zijn vrouw. Hij werd begraven in Buitenveldert. Het zou niet zijn laatste rustplaats zijn: die vond hij in 1924 in zijn geliefde Bosvoorde.

Op de linkerflap en op de harde cover staat deze snelle schets die Rik van Nel maakte rond 1909
Een triest leven
Terecht laat Eric Min zijn verhaal niet eindigen met de dood van zijn hoofdpersoon. Je zou, schrijft hij, een apart boek kunnen maken over het leven van Nel. In plaats daarvan wijdt hij er zijn laatste hoofdstuk aan.
De nog geen 30 jaar oude weduwe had in 1916 nog een lang leven voor zich. Eigenlijk een heel triest leven. Ze hertrouwde met een man die haar krankzinnig wilde laten verklaren, vreesde door hem vermoord te worden, raakte zwaargewond (zelfmoordpoging?) en wist zich uiteindelijk uit deze destructieve relatie te bevrijden.
Een derde huwelijk was gelukkiger, hoewel ze ook daarin zware tijden beleefde met een adoptiefzoon die het criminele pad op ging. Voeg daarbij de jarenlange juridische strijd met de ooit zo vriendelijke Brusselse galeriehouder over de nalatenschap van Wouters, dan kan men zich iets voorstellen van de ellende die de vrouw mee heeft moeten maken.
Nel Wouters overleed op 11 augustus 1971. In het rouwbericht stonden – naast de namen van de kleinkinderen – alleen de namen van haar eerste en haar derde man. En die van Rik Wouters met de grootste letters.
Munch en Bacon
Aan het begin van dit artikel had ik het over drie kunstenaars die mijn speciale belangstelling hebben. Naast Rik Wouters zijn dat Edvard Munch en Francis Bacon. Ik geef onmiddellijk toe dat die twee – hoe onderling verschillend ook – meer gemeen hebben met elkaar dan met Wouters. Zo spelen in hun werk melancholie, eenzaamheid en dood een grote rol. Rik Wouters zou je eerder een verheerlijker van het leven kunnen noemen, iemand die op de eerste plaats overal schoonheid zag in de hem omringende werkelijkheid. Zelfs als hij alle reden had tot zelfbeklag.
Overigens besef ik ook wel dat de beperking tot het genoemde trio betrekkelijk is. Zo ga ik misschien ook nog eens die biografie lezen die Eric Min schreef over James Ensor – zowel vanwege diens werk als merkwaardige levensgang. En, o ja, Balthus hoort er eigenlijk ook bij.
Rik Wouters. Een biografie. Door Eric Min. De Bezige Bij. Isbn 978-90-8542-174-0. Prijs € 39,90.
kempis.nl poetry magazine
Filed under: NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica,FICTION & NON-FICTION - books, literary history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, dead poets corner, etc.,NONFICTION: ESSAYS & STORIES,Joep Eijkens

Gemeentemuseum Den Haag
James Ensor
Universum van een fantast
t/m 13 juni 2011
Het indrukwekkende oeuvre van de Belgische expressionist James Ensor (1860-1949) is een ware maskerade. Een parade van groteske figuren, een dolle optocht van feestgangers met maskers, geschminkte vrouwengezichten, skeletten en carnavaleske poppen in felle- of juist pastelkleuren.

De schilderijen van Ensor zitten vol uitersten. Aanvankelijk maakte de kunstenaar furore met zijn realisme, geraffineerde natuurgetrouwe voorstellingen van interieurscènes en strandgezichten. Later vond de grote omwenteling naar zijn fantasiewereld plaats. Ensor staat bekend om zijn veelzijdig en sensitief kleurgebruik, zijn vrije manier van schilderen, zijn fantasie en zijn onthulling van de lachwekkende mensheid. Ensor is geboren en getogen in Oostende, als telg uit een middenstandsgezin met een Belgische moeder en Engelse vader. Het Gemeentemuseum Den Haag eert James Ensor met een groots overzicht in het voorjaar van 2011; een blik in het universum van een fantast.



Zijn leven lang stond Ensor in de schijnwerpers. Juist met het doorbreken van conventionele thema’s en het aanboren van nieuwe onderwerpen in de schilderkunst was James Ensor een echte pionier en vernieuwer. Vanwege het moderne karakter van zijn werk werd hij niet overal onmiddellijk geaccepteerd en werd hij zelfs geweigerd op tentoonstellingen. Om toch te kunnen exposeren, richtte hij in 1884 de tentoonstellingsvereniging Les XX op met gelijkgestemde kunstenaars. Kort na de Eerste Wereldoorlog werd Ensor al opgenomen in de canon van de moderne kunst en hoort hij met Edvard Munch, Ernst Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Oskar Kokoschka tot de top van de Europese expressionistische kunst. Samen met René Magritte en Paul Delvaux behoort hij tot de voorhoede van de klassiek moderne Belgische kunst van internationale naam en faam.

In de eerste plaats was Ensor een uitzonderlijk colorist, met gedurfde kleurcontrasten en tonaliteit. Ensor gebruikte lichtwerking in zijn schilderijen als emotioneel en expressief onderdeel van de voorstelling. In zijn groteske schilderijen gebruikt hij het masker als instrument van een expressionistisch demasqué, waarin hij de ware boosaardige en lachwekkende aard van de mensheid onthult. Ook was Ensor een buitengewoon grafisch talent, daarvan getuigen zijn tekeningen en etsen, die ook in de tentoonstelling te zien zijn. Boeiend is het contrast tussen zijn pasteus en uit kleur opgebouwde schilderijen en zijn juist minutieus en scherp getekende werken op papier, met voorstellingen van mensenmassa’s waarbij je over de hoofden zou kunnen lopen.


In de tentoonstelling is speciale aandacht voor de binding van Ensor met Nederland. Al op jonge leeftijd reisde Ensor door Nederland en raakte er geïnspireerd door de oude Hollandse meesters. Ensor werd in die tijd veel met Rembrandt vergeleken, in zijn Oestereetsers (1882) bijvoorbeeld, zien we kenmerken van stillevens uit die tijd. Het werk van Ensor werd in Nederland al snel goed ontvangen en zelfs tentoongesteld en verzameld. Bovendien had hij een bijzondere relatie met Jan Toorop in een tijd waarin zij beiden een cruciale artistieke ontwikkeling doormaakten.

De tentoonstelling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, met dank aan het Nationaal Archief/collectie Spaarnestad Photo en dankzij de steun van de Vlaamse Overheid.


Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde publicatie met bijdragen van Saskia de Bodt, Herwig Todts en Doede Hademan, uitgeverij Ludion, € 24,90 (softcover) en € 34,90 (hardcover)

Photos: Anton K. 2011
• Website Gemeentemuseum Den Haag
kempis.nl poetry magazine
Filed under: NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica

Bert Bevers
De weg naar Rapallo
In memoriam Wouter Weylandt
(1984-2011)
Het kaarsje dat ik brandde toen je daar zo plots
op asfalt lag smeult zachtjes na. Een hard hoofd,
maar niet het jouwe. We zullen om je rouwen.
Plaatsnamen zoemen. Middelburg. Juist een jaar
geleden won je daar een etappe in de Giro, ook
een derde. Maar tevens Nokere. En Valladolid.
We zien je daar nog staan. Onder je kuifje wuif je
met je ogen een zegelied naar huis. Kruibeke.
Gullegem, weer Gullegem. Sint-Niklaas, Ichtegem.
Je moest hier niet eens zijn. Je zou naar de Vuelta.
Rapallo bleek te ver. Waarom denk ik toch vooral
aan tuinmannen en Isfahan? Ik wist niet dat
er zo veel bloed uit een jong hoofd stromen kan.
© Bert Bevers, 9 mei 2011
kempis.nl poetry magazine
Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY - classic, modern, experimental & visual poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.,POETRY ARCHIVE,Archive A-B,KEMP = MAG POETRY LIBRARY - classic, modern, experimental & visual poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.,MODERN POETRY,Bevers, Bert,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica

Feestelijke inhuldiging zesde gedicht van
Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen
op unieke plek in Antwerpen-Hoboken
Met zijn zesde gedicht laat Stadsdichter Peter Holvoet Hanssen zijn literaire sporen na in Hoboken. Aanleiding hiervoor is het 875 jarige bestaan van het district. Samen met dichters Bert Bevers en Frank de Vos schreef hij het gedicht ‘De Inwijkeling’. Op zondag 8 mei 2011 krijgt de eerste strofe van het gedicht een vaste plek, in de Schelde aan de aanlegsteiger van het Veer Hoboken-Kruibeke en wordt het feestelijk ingehuldigd.
Het district Hoboken bestaat 875 jaar. Ter gelegenheid van deze verjaardag schreef Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen samen met dichters Frank de Vos, zelf inwoner van Hoboken, en Bert Bevers het gedicht ‘De Inwijkeling’.
Op een wel zeer originele manier krijgt het collectieve vers nu een permanente plek in het district. De eerste paragraaf van de ‘De Inwijkeling’, het deel van het gedicht dat Peter Holvoet-Hanssen schreef, is bevestigd aan een betonnen constructie in de Schelde naast de aanlegsteiger van het Veer Hoboken-Kruibeke. De metalen platen waarop het gedicht gedrukt staat, komen gedeeltelijk onder water te staan bij hoog water. Ook dit keer is het ontwerp van de hand van de vaste ontwerper van de Stadsdichter, Jelle Jespers.
Op zondag 8 mei vindt de officiële inhuldiging van het gedicht plaats aan het Veer Hoboken-Kruibeke op het einde van de Leo Boschaertlaan. Om 11.45 uur maakt de veerboot de oversteek van Hoboken naar Kruibeke en keert om 12 uur terug. Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen staat op de kade klaar om bij aankomst van de veerboot het gedicht voor te dragen. Het hele gebeuren wordt begeleid met een dixieband en afgesloten met een drankje, aangeboden door het district Hoboken.
Het zesde stadsgedicht is geschreven in december 2010 en prijkt sindsdien al integraal op twee canvassen in Hoboken. Een grote versie van het gedicht pronkt naast de Onze-Lieve-Vrouwekerk aan de Kioskplaats, een ander canvas is te bewonderen ter hoogte van de Antwerpsesteenweg 195. Beide canvassen blijven daar minstens een jaar te zien.
Inhuldiging van het gedicht ‘De Inwijkeling’
· Op zondag 8 mei 2011
· Aan de aanlegsteiger van het Veer Hoboken-Kruibeke op het einde van de Leo Boschaertlaan in Hoboken
· Om 11.45 uur maakt de veerboot de oversteek naar Kruibeke, om 12 uur. keert hij terug naar Hoboken.
· Bij aankomst van het veer draagt Peter Holvoet-Hanssen zijn gedicht voor.
· Aansluitend wordt er een drankje aangeboden.
De Inwijkeling
Oksel van de Schelde. Stervensklaar ben ik er aangespoeld.
Landbouwers, ze baarden zeebouwers en doopten ze in naam
van de Zwarte God in het schuim van Den Beer. Geen korenaar
die nog wiegt maar in de schaduw van de volle maan een reus.
Luistert naar het polderbos, metaalmoe. Rafelig de eik
maar weerspannig als de melkkar van Patrasche. Ik schuil en hoor:
“Morgen schijnt de zon als gisteren, een ster die schiet in ‘t goud.”
Shana was hier – parkkiosk, wat groen – met Jessy en Yanice
en drie dichters, voor de foto. Een vos komt uit zijn hol. Schrijft:
Met een erehaag van woorden besmeren wij je boke
met de navel van de wereld, beetgaar, veelkleurig.
Hoe wijdbeens soms, stonden wij in verlopen tijd:
een knellende schoen, kortademig van huis tot stad gelopen.
Dan een beverhoofd. Die snor! Zijn antwoord is van ebbenhout:
Boke, bootje, Congoboot. Je bent verslavend als
een medicijn. Het hart moet rustig zijn, en kan dat
in een oude kroeg. Daar ginder achter in de polder
ligt een oot met Congob af. De oot zal nooit verloren
gaan. Ballades van inwijkelingen weerklinken er
met harde moed. Alsof je hier niet geboren hoeft te zijn
om hier vandaan te willen komen …
© stadsgedicht Antwerpen 2010, 12 december 2010, Peter Holvoet-Hanssen, Frank De Vos en Bert Bevers

kempis.nl poetry magazine
Filed under: KEMP = MAG POETRY LIBRARY - classic, modern, experimental & visual poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.,POETRY ARCHIVE,Archive G-H,NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica

5de Nacht van de Poëzie
opgedragen aan Simon Vinkenoog (1928-2009)
Zaterdag 2 april 2011 Gent
‘Al die Nachten in Vlaanderen waren een gigantisch drama, en toch had het wel wat’ Tom Lanoye
‘Pas sinds een paar honderd jaar verbeeldt de dichter zich dat hij niet thuishoort op de kermis en in het circus. Maar daar heeft hij eigenlijk altijd gestaan.’ Gerrit Komrij
De eerste editie van de Nacht van de Poëzie in 1973 is inmiddels een mythe. Met een pistoolschot opende Marcel van Maele de eerste Nacht voor een uitverkocht Vorst Nationaal. Het gebeuren zelf was een ongelooflijke chaos. Het publiek liet luidkeels zijn waardering en afkeuring blijken. Guido Lauwaert schreef als organisator nog drie legendarische edities op zijn naam, in 1975, 1980 en 1984, met gasten als Allen Ginsberg, Hugo Claus, Simon Vinkenoog, William Burroughs, Johnny the Selfkicker, Gust Gils en John Massis.
Zaterdag 2 april 2011 krijgt de geschiedenis van de Vlaamse Nacht van de Poëzie in de Gentse Vooruit een nieuw hoofdstuk. Lauwaert vond in Knack (dat zich ook engageerde in de vier vorige edities) en het Vlaams-Nederlands Huis deBuren twee trekkers om een vijfde editie te realiseren. Samen met Kunstencentrum Vooruit en het Poëziecentrum en Vooruit beloven ze nieuw circus van spraakmakende dichters die zoals vanouds met entr’actes worden afgewisseld.
Het was de uitdrukkelijke wens van Guido Lauwaert om een nieuwe curator aan te stellen die de bakens uitzet voor deze vijfde editie. De keuze viel op Michaël Vandebril die voor de Stad Antwerpen reeds vele poëzie-initiatieven heeft ontplooid: van het stadsdichterschap, over de Donderdagen van de Poëzie tot het nieuwe Felix Poetry Festival. Vandebril maakt samen met Willy Tibergien (Poëziecentrum) de uiteindelijke selectie die op Gedichtendag 2011 werd bekendgemaakt.
Vandebril: “Ik wil als curator de ziel van de historische Nachten van de Poëzie bewaren: de dichter die met zijn gedichten op een podium de strijd aangaat met het publiek. Ook de lange, uitputtende duur van de originele Nachten wordt aangehouden: twaalf uur lang krijgen niet minder dan 50 dichters minder dan tien minuten tijd om een blijvende indruk na te laten. Vooruit wordt voor de gelegenheid omgetoverd tot een ‘serre chaude’, een warme broeikas vol vreemde planten, dieren en dichters, een verwijzing naar de eerste poëziebundel van Maurice Maeterlinck. In 2011 is het honderd jaar geleden dat de Gentse auteur de Nobelprijs voor literatuur ontving.”
Remco Campert – Leonard Nolens – Gerrit Komrij – Ramsey Nasr – Delphine Lecompte – Nora Gomringer – Peter Holvoet-Hanssen – Adriaan de Roover – Roger De Neef – Diana Ozon –Thomas Möhlmann – Paul Bogaert – Ingmar Heytze – Laurence Vielle – Inge Braeckman – Benno Barnard – Lies Van Gasse – Joost Zwagerman – Maarten Inghels – F.Starik – Dirk van Bastelaere – Eva Gerlach – Elvis Peeters – Didi de Paris – Saskia de Jong – Ruth Lasters – Arjen Duinker – Jess De Gruyter – Mark Insingel – Tjitske Jansen – Christophe Vekeman – Steven Grietens – ACG Vianen – NoN – Andy Fierens – Antoine Boute – Bart Stouten – Astrid Lampe – Erik Jan Harmens – Rick De Leeuw – Kenny de Thaey – Willie Verhegghe – Peter Verhelst – Coenraed de Waele – Vrouwkje Tuinman – Sylvie Marie – David Troch – Théophile de Giraud – Mustafa Stitou – Jan Mysjkin – Pjeroo Roobjee – Johan de Boose – Stijn Vranken – Menno Wigman – Johan Joos – Roland Jooris – Bart FM Droog – Pat Donnez – Jan Bucquoy – Stefan Hertmans – Jules Deelder
Eregast van de 5de Nacht van de Poëzie is de Engelse dichter Michael Horovitz (°1935), één van de laatste survivors van de legendarische poëzienacht in de Royal Albert Hall (Londen), 11 juni 1965. Op de zogenaamde International Poetry Incarnation stond ook de 36-jarige Simon Vinkenoog naast beat poets Allen Ginsberg, Lawrence Ferlinghetti, Gregory Corso en enkele andere internationale dichters. Vinkenoog was zo enthousiast over deze nacht dat hij een jaar later, in 1966, Poëzie in Carré (Amsterdam) organiseerde en dat zelfde jaar ook nog eens meewerkte aan Poëzie in het Paleis in Brussel. Deze drie nachten zijn de voorlopers van de eerste Nacht van de Poëzie die Guido Lauwaert in 1973 in Vorst Nationaal organiseerde. De 5de Nacht van de Poëzie wordt opgedragen aan gangmaker Simon Vinkenoog (1928-2009). Zijn weduwe Edith Ringnalda zal zijn gedichten laten weerklinken in Vooruit.
Horovitz, door Ginsberg “a Cockney, Albionic, New Jerusalem, Jazz Generation, Sensitive Bard” genoemd, is nog steeds als dichter en organisator actief. Hij is inspirator en organisator van de fameuze Poetry Olympics en leidt al meer dan 45 jaar New Departures, volgens Times Literary Supplement “the most substantial avant-garde magazine in Great Britain.” Dichter-troubadour Horovitz treedt op de 5de nacht van de Poëzie op met zijn band The William Blake Klezmatrix. Spot de jonge Horovitz en Vinkenoog naast Ginsberg, Corso en Ferllinghetti in de beroemde documentaire Wholly Communion van Peter Whitehead.
5de Nacht van de Poëzie en De Sprekende Ezels, organisatoren van vrije podia in Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven, bieden dichters die de hoop koesteren het podium van de Nacht van de Poëzie te bestijgen, de kans van hun leven. Schrijf u nu in voor de voorrondes op desprekendeezels.wordpress.com en win één van de 21 plaatsen op het vrije podium in het Vooruit-café. Het publiek en een professionele dichtersjury stuurt uiteindelijk één dichter naar het grote podium in de concertzaal.

kempis.nl poetry magazine
Filed under: NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica

Biografie Willem Elsschot
door Vic van de Reijt
4 maart 2011
Elsschot. Leven en werken van Alfons De Ridder is het levenswerk van letterkundige Vic van de Reijt. Willem Elsschot (pseudoniem van Alfons de Ridder) (1882-1960) werd bekend als schrijver maar was vóór alles reclameman. Zijn zakelijke correspondentie overtreft in omvang vele malen zijn literaire brievenproductie. Vic van de Reijt kreeg toegang tot het zakelijke archief van Alfons De Ridder, en zocht uit hoe het zakenleven de schrijver beïnvloed heeft.
Vic van de Reijt, Elsschot. Leven en werken van Alfons De Ridder, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2011, 400 blz., 29,95 euro, ISBN 978-90-253-6812-8

Willem Elsschot
Willem Elsschot is het pseudoniem van Alfons de Ridder. Geboren in Antwerpen als zoon van een bakker doorloopt de kleine Alfons met goed gevolg de lagere school en gaat naar het Athenée Royal. Daar blijkt hij niet goed genoeg mee te kunnen komen, omdat een groot aantal vakken in het Frans gegeven wordt, een taal die hij in tegenstelling tot veel van zijn medeleerlingen niet van huis uit heeft meegekregen. Dankzij zijn leraar Nederlands Pol de Mont ontwikkelt hij een grote liefde voor de literatuur. Dit kan niet verhinderen dat De Ridder in 1898 zonder diploma van school verwijderd wordt. Toen had hij al wel zijn eerste gedicht geschreven. In 1899 ontmoet de negentienjarige De Ridder op de kermis Fine. Zij raakt zwanger van hem. In 1901 wordt hun zoon Walter geboren. Inmiddels is De Ridder toegelaten tot het Hoger Handelsinstituut. Hij bezit nog niet de middelen om Fine te huwen. Terwijl hij zijn opleiding afmaakt, blijft Fine met Walter bij haar ouders wonen. De Ridder gaat de handel in, en vertrekt in 1906 naar Parijs. Dankzij goede handelsbetrekkingen met de Schiedamse scheepswerf Gusto kan hij in 1907 verhuizen naar Nederland. Hij trouwt met Fine en gaat met zijn gezin in Rotterdam wonen. Aan zijn collega’s vertelt hij veel over zijn periode in Parijs. Zijn collega Anna van der Tak spoort hem aan deze verhalen op te schrijven, hetgeen in 1913 resulteert in de publicatie van Villa des Roses als feuilleton in het tijdschrift Groot Nederland. De Ridder gebruikt hierbij voor het eerst zijn pseudoniem Willem Elsschot. Inmiddels is het gezin teruggekeerd naar België, Brussel. Na de Duitse inval zoeken zij een veilig onderkomen in Antwerpen, waar hij als secretaris van het Oogstbureel gaat werken. In 1933, nadat voor het eerst tien gedichten van Elsschot in Forum gepubliceerd zijn (waaronder zijn beroemdste gedicht Het huwelijk, met daarin de onvergetelijke regels: ‘Maar tussen droom en daad/ staan wetten in de weg/ en praktische bezwaren’) wordt Elsschot bezocht door Menno ter Braak, redacteur van Forum. Dichter Jan Greshoff moedigt Elsschot aan tot publicatie van Kaas (1933). In de Tweede Wereldoorlog is het voor Elsschot moeilijk zijn gezin te onderhouden. In 1941 komt hij in contact met Snoeck-Ducaju & Zoon, de uitgever van Snoeck’s Almanakken. Elsschot houdt zich bezig met de promotie van de almanakken. Zijn literaire carrière ontwikkelt zich intussen gestaag. Totdat hij in 1947 een gedicht schrijft over collaborateur August Borms. Het gedicht verwoest Elsschots reputatie. Hij breekt verbitterd zijn schrijversactiviteiten af en wijdt zich geheel aan het zakendoen. Het is voor Elsschot dan ook een complete verrassing dat hij in 1951 de Constantijn Huygensprijs toegekend krijgt voor zijn literaire oeuvre. In 1957 verschijnt Elsschots Verzameld werk, dat in korte tijd drie drukken krijgt. Op 31 mei 1960 zakt Elsschot op straat in elkaar en overlijdt korte tijd later.

Een fragment uit Elsschot. Leven en werken van Alfons de Ridder van Vic van de Reijt
DANK U, HEREN, de laatste jaren 1950-1960
Kort samengevat zijn levens altijd triest. Zo ook dat van Alfons De Ridder, bakkerszoon gezegend met grote intelligentie, die desondanks op zijn zestiende zonder diploma de middelbare school verliet. Zwierf daarna door Antwerpen, schreef middelmatige verzen en maakte op zijn achttiende een leeftijdgenote zwanger – en ongelukkig. Voltooide alsnog een studie in de handels- en consulaire wetenschappen, week uit naar Parijs en daarna naar Rotterdam. Schreef inmiddels mooie verzen, die ongepubliceerd bleven. Aanvaardde een betrekking als handelscorrespondent en huwde alsnog zijn jeugdliefde. Schreef onder het pseudoniem Willem Elsschot een mooie roman en maakte daarna carrière als directeur-uitgever van een Wereldtijdschrift, waaraan door de Eerste Wereldoorlog een einde kwam. Werd na die oorlog succesvol als vennoot bij een goedlopend reclamebureau, maar mislukte als schrijver. Begon een eigen zaak in de jaren dertig en brak alsnog door als literair auteur, totdat opnieuw een oorlog tussenbeide kwam. Bouwde tijdens en na de oorlog zijn zaak opnieuw op en kreeg wederom erkenning als schrijver. Totdat een gedicht over een collaborateur zijn reputatie besmette. Werkt sindsdien uitsluitend in de reclame.
Het schrijven verving voor De Ridder het geloof, waaraan het hem volstrekt ontbrak. Nu dat schrijverschap was weggevallen, kwam er leegte en ontevredenheid voor in de plaats. Zelfs het zakenleven, hoe succesvol ook, bood niet langer soelaas, want dat succes bestond uitsluitend bij de gratie van zijn zelfrespect als literair auteur. Maar Elsschot was uitgeschreven, zoals hij herhaaldelijk liet weten: ‘Dat ik niet schrijf betekent dat ik in schrijven geen zin heb. En dàt betekent misschien dat ik op ’t ogenblijk niet schrijven kàn.’
In interviews begon Elsschot zich tegen zijn alter ego, de reclameman, af te zetten. ‘Ik houd niet van dat werk, meneer,’ zei hij tegen Carmiggelt. ‘Daarom heb ik “Kaas” geschreven. Het gaat eigenlijk over mijn publiciteitsbranche, maar ik heb er een kaaszaak van gemaakt, daar dat nog weerzinwekkerder is. Je gaat er naar ruiken en zo…’ Nooit eerder had hij deze interpretatie aan zijn inmiddels vijftien jaar oude roman gegeven. Tegenover Frans Buyens vulde hij zijn motief verder aan. Kaas was zijn meest geslaagde boek, want het was hem gelukt daarin uit te beelden: ‘de pijnlijke gemoedstoestand en tragiek van een man die door de omstandigheden gedwongen wordt een vak uit te oefenen dat helemaal in strijd is met zijn karakter, zijn aanleg, zijn temperament.’ Ook andere journalisten schreven het allemaal braaf op, waarmee ze de mythe voedden van de gekwelde kunstenaar die tot op hoge leeftijd gedwongen was via reclamewerk in zijn onderhoud te voorzien.
De werkelijkheid was aanzienlijk genuanceerder. Financiële zorgen kende De Ridder allerminst. Zoon Jan was in dienst getreden bij de scheepsmakelaardij van zijn oom John Eastwick in Parijs, en daarmee was het laatste kind de deur uit. De inkoop van tapijten en schilderijen hield gelijke tred met de aanvoer van barriques Bordeaux-wijn door het kelderluik, waarbij de editie 1947 van het Château Margaux een tijd lang de grote favoriet was. Hard werken hoefde De Ridder niet meer, maar de zaken gingen hem te gemakkelijk af om ze zomaar te laten lopen. En aan pensioenopbouw had hij nooit gedaan.
De spoorwegreclame hield hij, met steun van De Decker de Brandeken, in een ijzeren greep. Manmoedig bleef hij vasthouden aan de klassieke emaillen reclameplaten (‘propres, nettes et solides’) en verzette hij zich tegen nieuwe bedreigingen als schadegevoelige lichtreclame en reclame op glazen en marmeren platen. Tegelijkertijd breidde hij zijn domein uit naar de colportagewagentjes en, vanaf 1957, de sigarettenautomaten. De advertentie-acquisitie voor de Snoeck’s Almanakken gebeurde rechtstreeks via de telefoon of via het systeem van direct marketing: soms gingen er twintig lange, identieke verkoopbrieven de deur uit naar geselecteerde bedrijven, waarbij De Ridder verwees naar de verschillende doelgroepen die met de Snoeck’s bereikt werden en altijd het gezamenlijke oplagecijfer van 350.000 exemplaren benadrukte, waarvan nooit een exemplaar onverkocht bleef. Uiteraard bleef hij ook persoonlijke bezoeken afleggen, het meest probate middel om een klant te overtuigen. ‘Liet je vader praten, dan werd er verkocht,’ aldus Walter De Ridder.

► Bron website Uitgeverij Athenaeum
kempis.nl poetry magazine
Filed under: NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica,FICTION & NON-FICTION - books, literary history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, dead poets corner, etc.,BOOKS,Willem Elsschot

MARCEL BROODTHAERS,
MARCEL BROODTHAERS
door FREDDY DE VREE
Was de Belgische beeldende kunstenaar MARCEL BROODTHEARS [1924-1976] een surrealist, een dadaïst of toch vooral een volbloed ironicus? De meningen zijn verdeeld. Ongetwijfeld is de ongrijpbare Broodthaers een van de meest intrigerende en invloedrijke figuren uit de vaderlandse kunstgeschiedenis. Soms oogt zijn werk bedrieglijk eenvoudig. Opgebouwd aan de hand van de allernoodzakelijkste objecten [steenkool, eieren, mosselen, friet] wordt het vaak gemerkt door de kleuren van de Belgische vlag. Ander werk blijft dan weer even mysterieus als zijn schepper. In het nu heruitgegeven mozaïekachtige essay Marcel Broodthaers, Marcel Broodthaers, dat algauw een cultstatus kreeg, vatte Freddy de Vree voor het eerst Broodthaers’ oeuvre in al zijn nuances. Hij verwerkte ook lange gesprekken met de kunstenaar en zijn vrouw Maria Gilissen. Ludo Bekkers schreef een nawoord.
FREDDY DE VREE [1939-2004] publiceerde vanaf de jaren zestig talloze essays, vertalingen, prozateksten, pastiches en gedichten. Dertig jaar lang was hij een toonaangevend producer voor Radio 3, het huidige Radio Klara. Hij stond ook bekend als een groot kenner en vriend van auteurs als Hugo Claus en Willem Frederik Hermans [over wie hij in 2002 het hommageboek 'De aardigste man ter wereld' publiceerde]. Verder schreef hij monografieën over beeldende kunstenaars als Pierre Alechinsky, Andy Warhol, Roland Topor en Marcel Broodthaers. Voor zijn poëzie ontving De Vree in 1972 de Prijs van de Vlaamse Poëzie en in 1976 de Arkprijs van het Vrije Woord.
MARCEL BROODTHAERS, MARCEL BROODTHAERS door FREDDY DE VREE Op 16-05-2011 verschijnt een heruitgave bij Uitgeverij Voetnoot als deel 8 in de serie Belgica, een reeks kortere teksten en verhalen uit de Vlaamse en Franstalige Belgische literatuur. De serie Belgica staat onder redactie van Dirk Leyman, € 8,00 Paperback , 2011
kempis.nl poetry magazine
Filed under: NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Marcel Broodthaers
Het maken van een 360° VR-panorama met opensource software
door Hans Hermans
Laat je niet afschrikken door de lengte en de vele te doorlopen stappen in deze tutorial. Met wat oefening is een complete flashpanorama in drie kwartier te maken.
Een complete omschrijving hoe je een virtual reality panorama kunt maken kun je vinden op mijn site, klik hiervoor op de link onderaan. Tevens kun je hier ook de werkwijze vinden voor het maken van een little planet.
Een 360° VR-panorama is een panorama samengesteld uit meerdere foto’s welke met een speciale viewer bekeken kan worden. Hierbij wordt het panorama op een zodanige wijze gepresenteerd dat je als kijker met de muis om je heen kunt kijken en waarbij je de indruk krijgt alsof je werkelijk op de locatie aanwezig bent.
De VR-panorama’s zijn opgebouwd uit 16 foto’s. Op deze 16 foto’s wordt de gehele omgeving vastgelegd, dus 360° rond en 180° van onder naar boven. Deze worden vervolgens met het opensourceprogramma Hugin samengevoegd tot één panorama. Meestal maak ik echter de gehele panorama in drie verschillende belichtingen welke later met HDR software samengevoegd worden tot één optimaal belichte panorama. In het laatste geval is deze dus opgebouwd uit 48 foto’s. Het aantal te maken foto’s om de gehele omgeving vast te leggen is afhankelijk van de gebruikte camera en lens. Ik gebruik een 10mm lens (komt overeen met een 15mm lens op een compact of full frame camera).
Fotograferen
Bij het fotograferen kun je de foto’s het beste in het RAW formaat fotograferen, indien dit wordt ondersteund door je camera. Als je de volledige omgeving (dus 360° rond en 180° van onder naar boven) wilt vast leggen in één enkele panorama komt het erg nauw hoe de camera ronddraait bij het maken van de verschillende foto’s. Om de verschillende foto’s naadloos aan elkaar te kunnen plakken dient de camera exact over het brandpunt van de lens te draaien (het nodal point). Hiervoor zul je een speciale statiefkop nodig hebben zoals de Nodal ninja. Indien je echter enkel 360° rond fotografeert (dus niet 180° van onder naar boven) en het onderwerp zich niet te dichtbij bevindt, is het echter goed mogelijk de foto’s uit de hand te nemen. Er zullen dan wel kleine aansluitingsfouten in de panorama zitten, maar deze zullen nauwelijks zichtbaar zijn. Hoe dichterbij het onderwerp zich bevindt, hoe groter deze afwijkingen zullen zijn.
Verder is erg belangrijk dat de instellingen van de camera bij alle foto’s exact hetzelfde zijn, de camera moet dus volledig op handmatig ingesteld worden (isowaarde, sluitertijd, diafragma, scherpstelling en witbalans). Hierbij wordt voor de belichting de gemiddelde belichting van de complete omgeving genomen. Om deze te bepalen richt je de camera op wat je denkt dat een gemiddeld belicht deel in de omgeving is. Hierop stel je de belichting van de camera in. Vervolgens richt je de camera op het lichtste deel van de omgeving en noteer je hoeveel overbelichting de camera aangeeft (meestal is dit ongeveer twee stops). Vervolgens richt je de camera op het donkerste deel van de panorama en bekijk je hoeveel onderbelichting de camera aangeeft. Als de onderbelichting overeenkomt met de overbelichting heb je de camera juist ingesteld. Tevens kun je het diafragma het beste zo klein mogelijk houden omdat dit de scherptediepte van de foto ten goede komt.
Om een volledig goed belichte panorama te krijgen kun je het beste alle foto’s drie maal nemen in drie verschillende belichtingen (-2 stops, 0 stops, +2 stops). Door deze drie belichtingen later samen te voegen kun je een panorama creëren welke zowel in de donkerste als de lichtste delen juist belicht is. Dit is echter enkel mogelijk indien je vanaf statief werkt, omdat elke drie gemaakte foto’s pixelnauwkeurig overeen moeten komen om deze later precies goed samen te kunnen voegen. Deze werkwijze wordt later besproken.
► Lees verder over VR-panorama fotografie op de website: Hans Hermans Fotografie
kempis.nl poetry magazine
Filed under: EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Hans Hermans Photos,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica
.jpg)

.jpg)










.jpg)
The weighty body

The weighty body

The weighty body – LA Raeven

The weighty body

The weighty body – Ronny Delrue

Francis Marshall

Hans Langner

Willem van Genk

Museum Dr. Guislain Gent
At Museum Dr. Guislain there is the permanent collection on the evolution of psychiatry and the collection of Outsider Art. Since 2002 this Art collection includes the former collection De Stadshof. The temporary exhibition ‘The weighty body – Fat or thin, vanity or insanity’ will be on view through May 8. A visit to this museum is very much worth while and is an excellent exercise in humbleness. Feb. 2011, Anton K.
► Website Museum Dr. Guislain Gent

kempis.nl poetry magazine
Filed under: EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Anton K. Photos & Observations,NEWS & EVENTS - art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists,Art & Poetry News 2011,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,L.A. Raeven

Frans Masereel, les sabots en 1905, drawing 1955
Masereels fellow townsman Leo Remourchamps remembers to be awakened on the street side of our house in the Kortrijksestraat, in full winter, at 5 in the morning, by the clogs of the workers, sucked up from the impoverished surroundings, in a fast march towards the distant, dusty and ruthless spinning and weaving mills upon which Gent has build its fame.
anton k.
kempis.nl poetry magazine
Filed under: EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Frans Masereel,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica
3 panorama’s: Kortrijk 1, 2 en 3
Het maken van een 360° VR-panorama met opensource software
door Hans Hermans
Laat je niet afschrikken door de lengte en de vele te doorlopen stappen in deze tutorial. Met wat oefening is een complete flashpanorama in drie kwartier te maken.
Een complete omschrijving hoe je een virtual reality panorama kunt maken kun je vinden op mijn site, klik hiervoor op de link onderaan. Tevens kun je hier ook de werkwijze vinden voor het maken van een little planet.
Een 360° VR-panorama is een panorama samengesteld uit meerdere foto’s welke met een speciale viewer bekeken kan worden. Hierbij wordt het panorama op een zodanige wijze gepresenteerd dat je als kijker met de muis om je heen kunt kijken en waarbij je de indruk krijgt alsof je werkelijk op de locatie aanwezig bent.
De VR-panorama’s zijn opgebouwd uit 16 foto’s. Op deze 16 foto’s wordt de gehele omgeving vastgelegd, dus 360° rond en 180° van onder naar boven. Deze worden vervolgens met het opensourceprogramma Hugin samengevoegd tot één panorama. Meestal maak ik echter de gehele panorama in drie verschillende belichtingen welke later met HDR software samengevoegd worden tot één optimaal belichte panorama. In het laatste geval is deze dus opgebouwd uit 48 foto’s. Het aantal te maken foto’s om de gehele omgeving vast te leggen is afhankelijk van de gebruikte camera en lens. Ik gebruik een 10mm lens (komt overeen met een 15mm lens op een compact of full frame camera).
Fotograferen
Bij het fotograferen kun je de foto’s het beste in het RAW formaat fotograferen, indien dit wordt ondersteund door je camera. Als je de volledige omgeving (dus 360° rond en 180° van onder naar boven) wilt vast leggen in één enkele panorama komt het erg nauw hoe de camera ronddraait bij het maken van de verschillende foto’s. Om de verschillende foto’s naadloos aan elkaar te kunnen plakken dient de camera exact over het brandpunt van de lens te draaien (het nodal point). Hiervoor zul je een speciale statiefkop nodig hebben zoals de Nodal ninja. Indien je echter enkel 360° rond fotografeert (dus niet 180° van onder naar boven) en het onderwerp zich niet te dichtbij bevindt, is het echter goed mogelijk de foto’s uit de hand te nemen. Er zullen dan wel kleine aansluitingsfouten in de panorama zitten, maar deze zullen nauwelijks zichtbaar zijn. Hoe dichterbij het onderwerp zich bevindt, hoe groter deze afwijkingen zullen zijn.
Verder is erg belangrijk dat de instellingen van de camera bij alle foto’s exact hetzelfde zijn, de camera moet dus volledig op handmatig ingesteld worden (isowaarde, sluitertijd, diafragma, scherpstelling en witbalans). Hierbij wordt voor de belichting de gemiddelde belichting van de complete omgeving genomen. Om deze te bepalen richt je de camera op wat je denkt dat een gemiddeld belicht deel in de omgeving is. Hierop stel je de belichting van de camera in. Vervolgens richt je de camera op het lichtste deel van de omgeving en noteer je hoeveel overbelichting de camera aangeeft (meestal is dit ongeveer twee stops). Vervolgens richt je de camera op het donkerste deel van de panorama en bekijk je hoeveel onderbelichting de camera aangeeft. Als de onderbelichting overeenkomt met de overbelichting heb je de camera juist ingesteld. Tevens kun je het diafragma het beste zo klein mogelijk houden omdat dit de scherptediepte van de foto ten goede komt.
Om een volledig goed belichte panorama te krijgen kun je het beste alle foto’s drie maal nemen in drie verschillende belichtingen (-2 stops, 0 stops, +2 stops). Door deze drie belichtingen later samen te voegen kun je een panorama creëren welke zowel in de donkerste als de lichtste delen juist belicht is. Dit is echter enkel mogelijk indien je vanaf statief werkt, omdat elke drie gemaakte foto’s pixelnauwkeurig overeen moeten komen om deze later precies goed samen te kunnen voegen. Deze werkwijze wordt later besproken.
► Lees verder over VR-panorama fotografie op de website: Hans Hermans Fotografie
kempis.nl poetry magazine
Filed under: EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Hans Hermans Photos,EXHIBITION - art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.,Historia Belgica
Thank you for reading KEMP=MAG - kempis.nl poetry magazine - magazine for art & literature