Or see the index

Theodor Fontane
(1819–1898)
Der echte Dichter
(Wie man sich früher ihn dachte)
Ein Dichter, ein echter, der Lyrik betreibt,
Mit einer Köchin ist er beweibt,
Seine Kinder sind schmuddlig und unerzogen,
Kommt der Mietszettelmann, so wird tüchtig gelogen,
Gelogen, gemogelt wird überhaupt viel,
»Fabulieren« ist ja Zweck und Ziel.
Und ist er gekämmt und gewaschen zuzeiten,
So schafft das nur Verlegenheiten,
Und ist er gar ohne Wechsel und Schulden
Und empfängt er pro Zeile ‘nen halben Gulden
Oder pendeln ihm Orden am Frack hin und her,
So ist er gar kein Dichter mehr,
Eines echten Dichters eigenste Welt
Ist der Himmel und – ein Zigeunerzelt.
Theodor Fontane poetry
kempis.nl poetry magazine
More in: Archive E-F, Theodor Fontane

Uitreiking Du Perronprijs aan Ramsey Nasr
Ramsey Nasr heeft de E. du Perronprijs gewonnen voor zijn bundel ‘Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst’.
De acteur, dichter/schrijver en regisseur krijgt de prijs op 10 mei uit handen van de Tilburgse wethouder Marjo Frenk van cultuur. Naast Nasr waren Rachida Lamrabet en Nazmiye Oral genomineerd.
Ramsey Nasr (1974) werd voor een periode van 4 jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. Mijn nieuwe vaderland is een bundel met gedichten, essays en lezingen. Volgens de jury doet Nasr in deze bundel wat van een Dichter des Vaderlands verwacht mag worden. “Hij geeft een cultuurkritische en pijnlijke diagnose van het hedendaagse Nederland. Hij deinst er niet voor terug om zich in scherpe bewoordingen uit te laten over maatschappelijke misstanden en neemt daarbij zijn rol als publieke intellectueel serieus. Daarmee getuigt hij een erfgenaam van Du Perron te zijn.”
De E. du Perronprijs is een initiatief van de gemeente Tilburg, de School of Humanities van Tilburg University en het brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc). De prijs wordt voor de 22e keer uitgereikt en is vernoemd naar schrijver Edgar du Perron, die in Nederlands-Indië opgroeide. Perron schreef onder andere over de, volgens hem, te tamme houding van het volk ten opzichte van het opkomend nationaalsocialisme. De E. du Perronprijs is bedoeld voor mensen of instellingen die met een cultuuruiting in brede zin een bijdrage leveren aan de multiculturele samenleving. Eerdere winnaars waren werd de E. du Perronprijs uitgereikt aan onder anderen Max Velthuijs, Hafid Bouazza, Kader Abdolah, Guus Kuijer, Adriaan van Dis en Abdelkader Benali.
De E. du Perronprijs wordt 10 mei om 21.15 uur bij bkkc in Tilburg uitgereikt. Voorafgaand aan de uitreiking zal Paul Scheffer, hoogleraar Europese Studies aan Tilburg University, de tweede E. du Perronlezing uitspreken.
Aanmelden voor de prijsuitreiking en meer informatie via de website van de universiteit.
kempis.nl poetry magazine
More in: - Art & Poetry News 2012, Eddy du Perron, THE TALK OF THE TOWN

Theodor Fontane
(1819–1898)
Mein Herze, glaubt’s, ist nicht erkaltet
Mein Herze, glaubt’s, ist nicht erkaltet,
Es glüht in ihm so heiß wie je,
Und was ihr drin für Winter haltet,
Ist Schein nur, ist gemalter Schnee.
Doch, was in alter Lieb’ ich fühle,
Verschließ ich jetzt in tiefstem Sinn,
Und trag’s nicht fürder ins Gewühle
Der ewig kalten Menschen hin.
Ich bin wie Wein, der ausgegoren:
Er schäumt nicht länger hin und her,
Doch was nach außen er verloren,
Hat er an innrem Feuer mehr.
Theodor Fontane poetry
kempis.nl poetry magazine
More in: Archive E-F, Theodor Fontane

Nominaties E. du Perronprijs:
Rachida Lamrabet, Ramsey Nasr en Nazmiye Oral
Het relaas van een Marokkaanse Belg die zijn weg probeert te vinden in de hedendaagse seculiere westerse wereld, geëngageerde gedichten waarin het hedendaagse Nederland de maat wordt genomen, en een debuutroman over een ontheemd jong meisje in een dorpje aan de Turkse kust zijn genomineerd voor de E. du Perronprijs 2011. De uitreiking is op 10 mei in Tilburg. Paul Scheffer, hoogleraar Europastudies, verzorgt de E. du Perronlezing bij de uitreiking. De genomineerde auteurs zijn Rachida Lamrabet, Ramsey Nasr en Nazmiye Oral.
Rachida Lamrabet schreef De man die niet begraven wilde worden (De Bezige Bij Antwerpen, 2011) waarin zij de lezer op geraffineerde wijze confronteert met een groot aantal problemen van de multiculturele samenleving. Haar perspectief en thema’s zijn verrassend en brengen de veellagige werkelijkheid van de hedendaagse seculiere westerse wereld waarin de moslim allochtoon zijn of haar weg moet zien te vinden subtiel in kaart.
In Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst (De Bezige Bij, 2011) doet Ramsey Nasr wat van een dichter des vaderlands verwacht mag worden: hij geeft een cultuurkritische en pijnlijke diagnose van het hedendaagse Nederland.
In Zehra (De Bezige Bij, 2011) verhaalt Nazmiye Oral over een ontheemd jong meisje in een dorpje aan de Turkse kust, De wereld aan herinneringen die ze in zich draagt vermengen zich met de indrukken van haar nieuwe bestaan in een aanvankelijk nogal argwanende gemeenschap.
De E. du Perron lezing die de prijs omlijst, wordt uitgesproken door Paul Scheffer, hoogleraar Europastudies aan Tilburg University. Scheffer gaat in op de vraag wat de gevolgen kunnen zijn van de voorspelde verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie van het Westen naar het Oosten. Hij stelt daarbij ook de vraag hoe in de opkomende machten naar ons deel van de wereld wordt gekeken.
De E. du Perronprijs is een initiatief van de Gemeente Tilburg, het brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc), en de School of Humanities van Tilburg University. De E. du Perronprijs is bedoeld voor mensen of instellingen die met een cultuuruiting in brede zin een bijdrage leveren aan de multiculturele samenleving. Net als Du Perron in zijn tijd, signaleren zij grenzen en doorbreken ze scheidsmuren die wederzijds begrip tussen verschillende bevolkingsgroepen in de weg staan.
E. du Perronlezing Paul Scheffer & Uitreiking E. du Perronprijs op 10 mei 2012 om 19.30 uur
bij bkkc, Spoorlaan 21, Tilburg. Organisatie: het brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc), de gemeente Tilburg en Tilburg University.
kempis.nl poetry magazine
More in: - Art & Poetry News 2012, Eddy du Perron

Museum Meermanno
verwerft Bibliotheca Thurkowiana minor
Vandaag, vrijdag 13 april vindt de overdracht plaats van een belangrijke nieuwe aanwinst voor Museum Meermanno | Huis van het boek: de Bibliotheca Thurkowiana Minor, een zeer aantrekkelijke miniatuurbibliotheek die werd opgericht door Guus en Luce Thurkow. De bibliotheek bevat 1515 miniatuurboeken en is een aanvulling op de collectie bijzondere boekvormen van het museum en uiteraard een fenomeen op zich.
Het was de wens van Guus Thurkow (1942-2011) en van het museum dat zijn miniatuurbibliotheek getoond zou worden aan het publiek en bewaard zou blijven voor toekomstige generaties. Met de genereuze steun van Fonds 1818 en de Vrienden van het museum is dit nu gerealiseerd.
Van 1984 tot 2003 verzorgden Guus en Luce Thurkow onder de naam ‘The Catharijne Press’ een antiquariaat en uitgeverij van miniatuurboeken. Op 1 januari 2001 besloten zij een bibliotheek voor miniatuurboeken te laten bouwen naar het voorbeeld van beroemde 17de- en 18de-eeuwse Nederlandse poppenhuizen. Uitgaande van de maximale grootte van een miniatuurboek van 3 inch oftewel 76 mm werd als maatvoering gekozen voor een schaal van 1 op 4.

Met medewerking van diverse specialisten werd deze Bibliotheca Thurkowiana Minor reeds binnen een jaar voltooid. De bibliotheek omvat twintig boekenkasten met zes planken en is verder ingericht met een aard- en een hemelglobe, een werktafel en stoel voor de bibliothecaris, een boekentrap en een standbeeld van Don Quichote, de beschermheer van de bibliotheek.
De collectie is klassiek ingedeeld in rubrieken als Historia Naturalis en Musica, en een enkele meer moderne categorie als Photographia. De afdeling Erotica is vanzelfsprekend achter een geheime toegang verborgen.
Zowel de inhoud als de verschijningsvorm van de boeken is zeer divers: van Prediker tot Het kleine insektenboek van Godfried Bomans en van buidelboek tot leporello, een modern gevouwen boek. Het oudste object in de verzameling is een kleitablet uit 1803 vóór Christus. Van deze boeken zijn er 59 unica: werken gedrukt in een oplage van slechts één exemplaar en enige handschriften. Vele hiervan zijn speciaal voor deze bibliotheek gemaakt, waaronder een xylotheek (verzameling houtmonsters) en een miniatuur wastafeltje, inclusief schrijfstift. Al deze werken zijn samengebracht onder het motto van de bibliotheek, een zinsnede uit Cervantes’ Don Quichote: ‘Ellos son gigantes’ (‘Zij zijn reuzen’).
Deze miniatuurbibliotheek is voorlopig beperkt toegankelijk. Iedere woensdagmiddag om 13.00 uur opent een museummedewerker de kast en toont diverse voorbeelden van miniatuurboeken.

Museum Meermanno | Huis van het boek – Prinsessegracht 30, Den Haag
kempis.nl poetry magazine
More in: - Art & Poetry News 2012, Book lovers

Ton van Reen
EEN NOG SCHONERE SCHIJN VAN WITHEID
Een winterverhaal
5
“Alles mag je weten,” zei grootmoeder, “maar jongens hebben soms geheimen.”
“Dus het ging over jou,” zei moeder opgelucht, omdat alles wat wij te vertellen hadden, terwijl zij buiten met de lakens vocht, niets met haar van doen had. “Ik dacht al dat het over mij ging. Ik zag wel dat jullie me uitlachten.”
“We zouden niet durven,” zei grootmoeder.
Mijn moeder pakte de kam en liep naar haar slaapkamer om haar verwaaide haren te kammen. Wij bleven stil wachten. Wij wisten wat het betekende, vooral als het lang duurde. Soms zag ik mijn moeder als de deur van haar slaapkamer openstond en ze voor de spiegel van de commode zat, soms wel tien minuten. Dan was het altijd alsof ze haar haren kamde voor de grote en sprekende foto van mijn zo vroeg gestorven vader, wiens foto ze zo naar de spiegel had gekeerd dat het was of hij naar haar keek. Het leek alsof ze het voor hem deed. Ze maakte zich mooi voor hem. Door een kier van de deur bleef ik kijken, ademloos. En als ik wist dat zij wist dat ik er stond, liep ik fluitend of zingend naar beneden, spelend dat ik niets had gezien, maar de tranen stonden dik in mijn keel van ontroering.
“Je mag alles weten, mam,” zei ik, toen ze terugkwam in de keuken, haar haren mooi alsof ze naar de kerk ging. “Maar je weet alles al.”
“Ja, ik weet alles,” zei ze, kijkend naar de lakens die zacht als was waren geworden.
Ik liep naar buiten, net of ik naar de konijnen ging kijken, tenslotte wist ik dat van kinderen werd verwacht dat ze zich groot hielden en dat ze nooit klein moesten zijn. Ik speelde dat ik naar de wolken ging kijken, die misschien sneeuw zouden brengen. Of misschien liep ik gewoon naar buiten omdat kinderen soms buiten moeten zijn. Ik zweer het, kinderen moeten soms naar buiten geschopt worden, omdat geen mens snapt wat er in hun hoofden omgaat. Buiten kunnen ze pas alleen zijn. En ze weten dat daarbinnen de anderen over hen praten. Maar of grootmoeders en moeders echt iets van hun kinderen snappen, betwijfel ik.
Ik zweer het, als ik nu naar binnen zou gaan op fluistervoeten, in de sokken die mijn grootmoeder voor me heeft gebreid, zal ik horen dat ze over mij praten, grootmoeder en moeder. Maar ik mag het niet horen omdat wat ze zeggen niet voor mijn oren bestemd is en omdat het tegen de spelregels is. Ik loop buiten alleen maar wat rond om de tranen in mijn ogen te laten bevriezen. En er valt genoeg te lachen. Ik hoor de arbeiders van de steenfabriek met hun gore moppen waar ik geen bal van snap, maar die toch heel lollig moeten zijn.
Ik moet sterk zijn. Want straks komen mijn broers thuis. Ze moeten echt niet denken dat ik een hamster of een hond ben, alleen maar omdat ik een beetje verdrietig ben. Ik begin met terugslaan. Ik sla ze gewoon op hun kop. Ik weet alles.
EINDE
Het verhaal Een nog schonere schijn van witheid van Ton van Reen werd uitgegeven op 26 februari 2012 in opdracht van De Bibliotheek Maas en Peel, ter gelegenheid van de heropening van de bibliotheek in Maasbree. Teksten uit het verhaal zijn aangebracht op glazen wanden.
© Ton van Reen
Proza van Ton van Reen:
Geen oorlog roman
De moord novelle
De gevangene novelle
Lachgas roman
Landverbeuren roman
De zondvloed novelle
Katapult, de ondergang van Amsterdam roman
Bevroren dromen roman
Het diepste blauw roman
Concert voor de Führer roman
Het winterjaar roman
In het donkere zuiden verhalen
Thuiskomst novelle
Roomse meisjes roman
Zomerbloei novelle
Wie zo van vrouwen houdt verhaal
Gevallen ster roman
Brandende mannen roman
De bende van de bokkenrijders roman 12+
Gestolen jeugd roman 12+
Vlucht voor het vuur jeugdroman
Dwars door het glas jeugdroman
Voor meer informatie: www.tonvanreen.nl
kempis.nl poetry magazine
More in: Reen, Ton van, Ton van Reen




Bookstores: Boekhandel v/h Van Gennep
Oude Binnenweg 131b – 3012 JD Rotterdam
Books. The last chapter? Photos: anton k. 2012
kempis.nl poetry magazine
More in: Bookstores

Primo Levi
(1919-1987)
The Survivor
Once more he sees his companions’ faces
Livid in the first faint light,
Gray with cement dust,
Nebulous in the mist,
Tinged with death in their uneasy sleep.
At night, under the heavy burden
Of their dreams, their jaws move,
Chewing a non-existant turnip.
‘Stand back, leave me alone, submerged people,
Go away. I haven’t dispossessed anyone,
Haven’t usurped anyone’s bread.
No one died in my place. No one.
Go back into your mist.
It’s not my fault if I live and breathe,
Eat, drink, sleep and put on clothes.’
Primo Levi poetry
kempis.nl poetry magazine
More in: Archive K-L, Primo Levi

theodor fontane by max liebermann
Theodor Fontane
(1819–1898)
Memento
Geliebte, willst du doppelt leben,
So sei des Todes gern gedenk
Und nimm, was dir die Götter geben,
Tagtäglich hin wie ein Geschenk.
Mach dich vertraut mit dem Gedanken,
Daß doch das Letzte kommen muß,
Und statt in Trübsinn hinzukranken,
Wird dir das Dasein zum Genuß.
Du magst nicht länger mehr vergeuden
Die Spanne Zeit in eitlem Haß,
Du freust dich reiner deiner Freuden
Und sorgst nicht mehr um dies und das.
Du setzest an die rechte Stelle
Das Hohe, Göttliche der Zeit,
Und jede Stunde wird dir Quelle
Gesteigert neuer Dankbarkeit.
Theodor Fontane poetry
kempis.nl poetry magazine
More in: Archive E-F, Theodor Fontane




Books. The last chapter?
Bookstores :
Müller & Böhm – Literaturhandlung im Heine Haus
Bolkerstraße 53, Düsseldorf
photos: kemp=mag 2012
kempis.nl poetry magazine
More in: Bookstores

Ton van Reen
EEN NOG SCHONERE SCHIJN VAN WITHEID
Een winterverhaal
3
Vanachter het raam keken grootmoeder en ik toe hoe de gebeurtenis zich ging ontknopen. Ik verwachtte dat moeder aan de witte zeilen zou opstijgen en misschien zelfs tot boven de kersenbomen zou worden geblazen, zo wild gingen de lakens tekeer in de wind. En misschien zou ze wel over het dak van het kippenhok van buurman Hermans vliegen, en dan zou zijn zoon die een beetje gek was naar haar zwaaien. En misschien vloog ze wel over de drooghokken van de steenfabriek, waarin de uit leem gevormde stenen stonden te bevriezen in plaats van te drogen zodat de arbeiders die later weer allemaal weg moesten gooien. En misschien …, stel je toch voor dat ze met al haar lakens aan de bliksemafleider aan de top van de schoorsteen van de steenfabriek zou blijven hangen! Adembenemend, maar het zou kunnen! Het zou kunnen!!! Met moeder wist je het immers nooit. Een voor een werden de lakens uit haar handen gerukt en zeilden naar de boomgaard, alsof ze wilden ontkomen aan de zoveelste wasbeurt die ze nog doorzichtiger zou maken. Ze waren oud. Ze waren al van grootmoeder geweest. Twee generaties kinderen hadden ertussen geslapen.
Moeder won. Met de hark trok ze de lakens uit de takken, plukte ten slotte het laken van mijn zusje uit de kersenboom en klopte het af met een hardheid die op afstraffen leek. Triomfantelijk kwam ze naar binnen met het witrozige laken dat het kleinste was, maar het dapperst was geweest. Dat had je altijd: ik was ook het kleinst, en daarom moest ik altijd het hardst vechten tegen mijn oudere broers, die dachten dat ik een hamster of een hond was die je af en toe gewoon stiekem kon meppen als je een pestbui had.
Moeder zette de stijve lakens rechtop tegen de muur achter de kachel, waarna ze op een vreemde manier, vol schuldgevoel, in elkaar begonnen te zakken, ontmoedigd door de wetenschap dat ze opnieuw zouden worden gekookt en gestoomd tot ze weer kraakhelder zouden zijn en weer aan de wasdraad buiten zouden worden uitgehangen, hun uiterste witte witheid tonend, zodat de hele straat kon zien dat wij toch een proper gezin vormden ondanks het feit dat we drie jongens hadden die elke week op school tijdens de godsdienstles van de pastoor te horen kregen dat jongens nooit met zichzelf mochten spelen, omdat je dan langzaam krom ging groeien doordat het nat dat uit je piemel kwam afgetapt ruggenmerg was. Jongens die dat deden waren voorbestemd voor de hel of zouden in dit leven al gestraft worden doordat ze later alleen nog maar arbeider bij de steenfabriek of turfgraver in de Peel konden worden. Tja, waarschijnlijk had de pastoor gelijk, want de arbeiders die op het tasveld van de steenfabriek werkten, aan de overkant van de straat, waren allemaal wat grauw en mager en hadden dus de straf om arbeider te zijn zelf verdiend door als jongen in bed niet te slapen maar met zichzelf te spelen. En als ze het nou maar gebiecht hadden, want de pastoor wilde altijd van alle jongens weten hoe vaak ze het hadden gedaan, maar dat hadden ze waarschijnlijk niet gedurfd, ik ook niet trouwens, dus het was hun verdiende straf om in weer en wind stenen te vormen die later weer, als ze bevroren waren, moesten worden weggegooid. Vreemd volk, die arbeiders. Als ik in het poortje bij de straat stond, kon ik de schunnige moppen horen die ze aan elkaar vertelden. Het was geen leuke gedachte dat ik later een van hen zou moeten zijn en al dat gebazel van hen een leven lang zou moeten horen.
wordt vervolgd
Het verhaal Een nog schonere schijn van witheid van Ton van Reen werd uitgegeven op 26 februari 2012 in opdracht van De Bibliotheek Maas en Peel, ter gelegenheid van de heropening van de bibliotheek in Maasbree.
kempis.nl poetry magazine
More in: Reen, Ton van, Ton van Reen

Theodor Fontane
(1819–1898)
Das Fischermädchen
Steht auf sand’gem Dünenrücken
Eine Fischerhütt’ am Strand;
Abendrot und Netze schmücken
Wunderlich die Giebelwand.
Drinnen spinnt und schnurrt das Rädchen,
Blaß der Mond ins Fenster scheint,
Still am Herd das Fischermädchen
Denkt des letzten Sturms und – weint.
Und es klagen ihre Tränen:
»Weit der Himmel, tief die See,
Doch noch weiter geht mein Sehnen,
Und noch tiefer ist mein Weh.«
Theodor Fontane poetry
kempis.nl poetry magazine
More in: Archive E-F, Theodor Fontane
Thank you for reading KEMP=MAG - kempis.nl poetry magazine - magazine for art & literature