• INDEX
  • ABOUT US
  • LINKS
  • AGENDA
  •        HOME  


    In this category:

    Or see the index

    All categories

    1. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
    2. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, dead poets corner
    3. KEMP = MAG POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
    4. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
    5. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
    6. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
    7. NEWS & EVENTS – art & poetry news, talk of the town, repression of writers & artists
    8. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
    9. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
    10. _




    1. Subscribe to new material: RSS

    Art & Poetry News 2009

    «« Previous page · Karl Marx Universiteit: Nieuwe roman van Tymen Trolsky (Jasper Mikkers) · Museum De Pont Tilburg: Suspect – hedendaagse kunstenaars en film noir · Gratis Lesbrief Kinderstadsdichten · Masterclass Stadsdichten voor kinderen · Nederlands Fotomuseum Rotterdam: This Is War! Robert Capa at Work. Gerda Taro · Bonnefantenmuseum Maastricht expositie Elizabeth Peyton: Live Forever · Museum De Lakenhal Leiden: Van Doesburg and the International Avant-Garde · Fotomuseum Den Haag: Sally Mann. The Family And The Land · Toptalent tijdens LILA LITERAIR · John Heartfield in Museum De Fundatie Zwolle · Gemeentemuseum Den Haag: Cézanne – Picasso – Mondriaan · Gemeentemuseum Den Haag: Jan Schoonhoven. Reliëfs en tekeningen

    »» there is more...

    Karl Marx Universiteit: Nieuwe roman van Tymen Trolsky (Jasper Mikkers)

    De nieuwe roman van TYMEN TROLSKY

    KARL MARX UNIVERSITEIT
    roman over een revolutie

    Vanaf 17 november 2009 in de boekhandel

    Parijs beleefde in mei 1968 de gewelddadigste dagen sinds de Tweede Wereldoorlog: de Meirevolutie. Daarna raakte Nederland in beroering. Het studentenprotest bereikte zijn hoogtepunt in de bezetting van de Katholieke Hogeschool Tilburg in mei 1969.

    In de roman Karl Marx Universiteit, roman over een revolutie beschrijft Tymen Trolsky (pseudoniem van schrijver en dichter Jasper Mikkers) de botsing tussen de studentenbeweging en de gevestigde macht. Tegen de achtergrond van een liefde tussen een oudere journalist en een studente wordt het verhaal verteld van protest en strijd: protest tegen oorlog en armoe in de Derde Wereld, strijd voor meer democratie in het universitair onderwijs.

    Onderwerp van de roman zijn de gebeurtenissen die zich afspeelden tussen mei 1968 (de Mei-revolutie in Parijs) en mei 1969 (bezetting van de Katholieke Hogeschool Tilburg). Op het omslag is de bekendste foto uit die jaren afgedrukt: de voorgevel van gebouw A met daarop de naam KARL MARX universiteit. Kernachtiger dan in deze naam zijn sfeer en karakter van eind jaren zestig nooit uitgedrukt.


    Het boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Aspekt uit Soesterberg. Deze uitgeverij legt zich vooral tot op non-fictie: boeken met een historisch onderwerp. In mindere mate op fictie: romans en verhalen. Karl Marx Universiteit, roman over een revolutie verenigt beide aspecten.
    De revolutie die zich eind jaren zestig in Tilburg voltrok, verdiende het te worden vastgelegd. Dat was een van de motieven om dit boek te schrijven. Een andere overweging was: niet eerder was Tilburg – en niet alleen de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg – het toneel van grote tegenstellingen, van idealisme, strijd, dramatiek en tragiek. Die tegenstellingen bestonden in een afwijzing door de na-oorlogse generatie van de cultuur en maatschappelijke waarden en normen van de oudere generaties. De macht van kerk en oude (katholieke) politiek werd gebroken of in elk geval aangevallen en afgewezen.

    Het is 40 jaar geleden dat de Katholieke Hogeschool Tilburg, nu Universiteit van Tilburg, door studenten werd bezet.

    De universiteit wijdt op 26 november twee symposia aan het studentenactivisme van eind jaren zestig en opent een tentoonstelling.

    ISBN-13: 978-90-5911 -902-4

    Formaat 13,5 x 21,5 cm

    Omvang 450 pagina’s

    Paperback € 24,95

     

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e 

    More in: Art & Poetry News 2009, Jasper Mikkers


    Museum De Pont Tilburg: Suspect – hedendaagse kunstenaars en film noir

    Jesper Just, A Vicious Undertow, 2007 (Still)

     

    M U S E U M   D E   P O N T   T I L B U R G

     S  u  s  p  e  c  t

    hedendaagse kunstenaars en film noir

     Rossella Biscotti

    Keren Cytter

    Jesper Just

     7 november 2009 t/m 10 januari 2010

     

    Er klinkt een geweerschot!   Een gangster met gleufhoed, een femme fatale en een detective op een slecht verlichte regenachtige straathoek. Het silhouet van een rokend pistool. Een donkere ‘voice-over’ verslaat….

    De tentoonstelling Suspect, samengesteld door gastconservatoren Nikkie Herberigs en Imke Ruigrok, heeft als inspiratiebron de film noir uit de jaren veertig. Gebaseerd op de misdaadromans uit de jaren dertig, geschoten in zwart-wit en met een donkere sfeer en veel contrast afgeleid van de Duitse expressionistische cinematografie.  Het is geen thematentoonstelling, maar een zoektocht naar de wijze waarop het medium film, in het bijzonder deze film uit de jaren veertig en haar klassieke elementen worden gebruikt door drie hedendaagse kunstenaars. De titel Suspect verwijst niet alleen naar de obscure sfeer die we kennen uit deze klassieke film, maar ook naar de vraag wie de verdachte is in situaties waar de grenzen tussen goed en kwaad lijken te vervagen.

    Film noir in bredere zin verwijst niet naar een specifiek genre, maar eerder naar een sfeer of thematiek. Drie hedendaagse kunstenaars: Rossella Biscotti, Keren Cytter en Jesper Just, ieder vertegenwoordigd met een videowerk, geven invulling aan deze thematiek en gebruiken specifieke elementen uit de filmindustrie op geheel eigen wijze. Zo speelt Jesper Just in het werk A Vicious Undertow (2007), waarin een driehoeksverhouding tussen twee vrouwen en een man centraal staat, met de archetypische rolverdeling van man en vrouw en breekt hij met bestaande cinematografische conventies. De hoofdpersoon in Continuity (2005) van Keren Cytter raakt verstrikt in een verhaal dat hij zelf heeft gesponnen. Cytter gebruikt filmische aspecten uit onder andere de film noir, waarmee ze desoriëntatie en spanning weet over te brengen. In het werk The Undercover Man (2008) speelt Rossella Biscotti met ons besef van werkelijkheid en illusie en de manier waarop historische feiten worden geïnterpreteerd en gecommuniceerd. Hiervoor deconstrueert ze het waargebeurde verhaal van undercover agent Joseph Pistone en zijn periode bij de maffia, in de jaren negentig verfilmd in de Hollywoodfilm Donnie Brasco.

    Film noir in enge zin is een term die gebruikt werd voor Amerikaanse films na de crisisjaren van de jaren dertig, waarin het volk het vertouwen verliest in de staat en andere overkoepelende overheidsorganen. Misdaad, maffia en rebellie worden door media verheerlijkt en romans waarin de misdadiger, zijn liefje en de detective een intrigerend kat-en-muis-spel spelen kennen gretig aftrek. Tegen deze achtergrond, waarin de ‘kleine man’ de held is en het systeem corrupt, ontstaat deze donkere film. De zeer herkenbare contrastrijke belichting en vervreemdende omgevingen blijken een onuitputtelijke inspiratiebron voor vele generaties filmmakers. Nog steeds verschijnen er met regelmaat hedendaagse varianten als Sin City, Black Dahlia en Public Enemies die tegenwoordig ‘neo noir’ genoemd worden.

    Deze drie hedendaagse kunstenaars proberen ons op het verkeerde been te zetten, stellen vragen over waarheidsvinding en hoe spanning wordt geconstrueerd en zoeken hiervoor inspiratie in de (klassieke) filmindustrie.

    Speciaal voor deze tentoonstelling wordt een aantal gerestaureerde klassieke film noirs uit de archieven opgediept. In de Filmfoyer Tilburg wordt hiermee een parallel programma georganiseerd. Bezoekers van dit speciale programma krijgen op vertoon van het filmkaartje gratis toegang tot De Pont.

    W e b s i t e   M u s e u m   D e   P o n  t

      

     Keren Cytter, Continuity, 2005 (still)

     k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009


    Gratis Lesbrief Kinderstadsdichten

    Lesbrief Kinderstadsdichten

    Cultuurconcepten ontwikkelde voor docenten een lesbrief om het thema ’stadsdichten’ te behandelen in de klas. Aan de hand van de lestips werken de leerlingen op een nieuwe manier toe naar een eigen stadsgedicht (en presentatie via de voordracht). De lesbrief is met name geschikt voor groep 6-7-8 van het basisonderwijs en klas 1-2 van het voortgezet onderwijs.

    Download gratis lesbrief op website www.cultuurconcepten.nl

    Cultuurconcepten is een van de organisatoren van de Tilburgse Kinderstadsdichtwedstrijd 2009, een wedstrijd waarin kinderen worden uitgedaagd om te schrijven over hun stad. De winnaar van deze dichtwedstrijd wordt de allereerste Kinderstadsdichter van Tilburg. Kinderen tot 14 jaar uit Tilburg en omstreken die graag gedichten schrijven en het ook leuk vinden om ze voor te dragen, worden uitgenodigd om met een gedicht mee te dingen naar de titel van Kinderstadsdichter. Zij kunnen voor 15 december 2009 een grappig, ontroerend of pakkend gedicht over Tilburg insturen dat past binnen het thema: ik schrijf – mijn stad.

    De verkiezing van Kinderstadsdichter wordt georganiseerd door Stichting Dr. P.J. Cools, Cultuurconcepten.nl en Bibliotheek Midden-Brabant.

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009, Children's Poetry, City Poets / Stadsdichters, Kinderstadsdichters / Children City Poets


    Masterclass Stadsdichten voor kinderen

    Masterclass Stadsdichten voor kinderen

    Op woensdagmiddag 9 december 2009 verzorgt Frank van Pamelen een masterclass Stadsdichten voor kinderen in Bibliotheek Midden-Brabant (Centrum). Dit gebeurt in het kader van de Tilburgse Kinderstadsdichtwedstrijd. Tijdens de masterclass kan een beperkt aantal kinderen oefenen op het schrijven en voordragen van een eigen stadsgedicht. Frank van Pamelen was van 2007 tot 2009 stadsdichter van Tilburg, en heeft daarmee een ruime ervaring met het thema.

    Frank van Pamelen: schilderij van Ivo van Leeuwen

    Aanmelden voor de masterclass kan door een mail met je naam, adres en leeftijd te sturen naar: kinderstadsdichter(at)stichtingcools.nl (at=@). Er is maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, inschrijvingen worden daarom behandeld op volgorde van binnenkomst. Zorg dus dat je je op tijd aanmeldt!

    De verkiezing van Kinderstadsdichter wordt georganiseerd door Stichting Dr. P.J. Cools, Cultuurconcepten.nl en Bibliotheek Midden-Brabant.

    Voor meer informatie zie website www.cultuurconcepten.nl

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009, Children's Poetry, City Poets / Stadsdichters, Kinderstadsdichters / Children City Poets


    Nederlands Fotomuseum Rotterdam: This Is War! Robert Capa at Work. Gerda Taro

    Photo: Robert Capa

    Nederlands Fotomuseum Rotterdam

    T h i s   I s   W a r

    Robert Capa at Work

    Gerda Taro

    10 oktober 2009 t/m 3 januari 2010

    Deze internationaal reizende dubbeltentoonstelling brengt het werk van Robert Capa, de grote oorlogsfotograaf als ook medeoprichter van Magnum Photos, weer samen met dat van de jonggestorven fotografische belofte Gerda Taro. Ruim 250 foto’s – waarvan veel vintage en onbekend werk – magazines, nieuw ontdekte documenten, contactvellen en persoonlijke brieven geven inzicht in de werkwijze van deze twee oorlogsfotografen van het eerste uur.

    Robert Capa (1913-1954) is, zonder enige twijfel, een van de belangrijkste fotografen van de twintigste eeuw. Veel van zijn beroemde foto’s van de grote oorlogen van de eerste helft van de vorige eeuw behoren tot het collectieve geheugen: de ‘Vallende Soldaat’ van de Spaanse Burgeroorlog en zijn foto’s van de landing van de Amerikaanse troepen op D-Day. Vooral de publicatie van deze foto’s in ongeëvenaarde hoeveelheden in internationale nieuwsmagazines als Match, Picture Post, Regards, Vu en Life heeft deze beelden tot iconen gemaakt.

    In de tentoonstelling wordt het werk van Capa gepresenteerd in combinatie met dat van Gerda Taro (1910-1937). Taro en Capa waren geliefden en werkten nauw samen. Taro ontwikkelde een geheel eigen stijl en een goede reputatie. In een extreem productief jaar van fotograferen aan de frontlinie – Taro maakte dramatische en de meest gepubliceerde foto’s van de Spaanse Burgeroorlog – kwam Taro haar complete oeuvre tot stand. In juli 1937 werd ze de eerste vrouwelijke fotograaf die omkwam in de actie. Voor het eerst is nu haar werk te zien.

    Over beide fotografen zijn uitgebreide begeleidende catalogi bij Steidl Publishers verschenen.

    Website Nederlands Fotomuseum Rotterdam

     

    Photo: Gerda Taro

     k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009


    Bonnefantenmuseum Maastricht expositie Elizabeth Peyton: Live Forever

    BONNEFANTENMUSEUM

    MAASTRICHT

    #

     Live Forever:

    Elizabeth Peyton

    18 oktober 2009 – 21 maart 2010

    Vanaf haar eerste portretten van 19e eeuwse helden tot meer recente werken, bevolkt met vrienden uit de wereld van muziek, mode en literatuur, presenteert Elizabeth Peyton zich als een hedendaags ‘schilder van het moderne leven’ zoals Charles Baudelaire het bedoelde. Peytons miniatuur portretten vangen de tijdgeest in een artistieke taal die onmiskenbaar de laat 20e eeuwse urbane sensitiviteit weerspiegelen. Samengesteld door het New Museum in New York, presenteert het museum met Live Forever: Elizabeth Peyton het eerste omvattende overzicht van Peytons oeuvre in Nederland, met werk van de laatste 18 jaar beginnende bij een kleinschalig portret van Napoleon Bonaparte tot dat van mode/ontwerper Marc Jacobs.
    Live Forever: Elizabeth Peyton werd georganiseerd door het New Museum, New York.

    Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus, in samenwerking gepubliceerd bij het New Museum en Phaidon, Live Forever : Elizabeth Peyton, met een brede selectie werken, foto’s and werkmateriaal van de kunstenares.

    Website Bonnefantenmuseum Maastricht

     

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009


    Museum De Lakenhal Leiden: Van Doesburg and the International Avant-Garde

    Theo van Doesburg, Simultaneous Counter-Composition, 1929-30, olieverf op doek, 50,1 x 49,8cm, Digital image © 2009, The Museum of Modern Art, New York/ Scala, Florence

     

    MUSEUM DE LAKENHAL LEIDEN

     V a n   D o e s b u r g

    and the International Avant-Garde:

    Constructing a New World

    20 oktober 2009 t/m 3 januari 2010


    In nauwe samenwerking met Tate Modern in Londen presenteert Stedelijk Museum De Lakenhal van 20 oktober ’09 t/m 3 januari ’10 in Leiden een groots opgezette tentoonstelling over Theo van Doesburg (1883-1931) en zijn invloed op de internationale avant-garde. Onvermoeibaar en vol van geestdrift verrichtte Van Doesburg baanbrekend werk als initiator, ambassadeur, promotor en organisator van de nieuwe kunst. De meer dan 300 werken van circa 80 kunstenaars – onder wie El Lissitzky, László Moholy-Nagy, Gino Severini, Kurt Schwitters, Hans en Sophie Arp, Hans Richter, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár en Alexander Archipenko – zijn afkomstig van musea uit de hele wereld en voor een groot deel nog nooit in Nederland te bewonderen geweest.

    Multidisciplinair als Van Doesburg was, als schilder, architect, vormgever, typograaf, kunstcriticus, dichter, redacteur en uitgever, streefde hij naar veranderingen in alle disciplines en vooral naar een synthese van kunst en leven: een ‘constructeur van het nieuwe leven’. In 1917 richtte hij in Leiden het tijdschrift De Stijl op, een platform van de gelijknamige kunstbeweging, waar kunstenaars en architecten als onder anderen Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár, J.J.P. Oud en Gerrit Rietveld op zoek waren naar een harmonische en universele stijl. Als redacteur van het blad werd Van Doesburg al snel de spreekbuis van de groep en vanaf 1920 reisde hij naar België, Frankrijk en Duitsland om De Stijl te promoten. Hij gaf lezingen, schreef artikelen in internationale tijdschriften, gaf ‘De Stijl’ cursussen in Weimar aan studenten van het Bauhaus, organiseerde congressen en tentoonstellingen, richtte tijdschriften en kunstenaarsgroepen op, raakte bevriend met buitenlandse kunstenaars als de constructivist El Lissitzky en dadaïst Kurt Schwitters en wist vooral veel kunstenaars aan zich te binden. Door al die activiteiten werd hij een van de centrale figuren binnen de Europese avant-garde.
    Hij was de man van de contrasten, van de polemieken; weerstanden waren voor hem om te overwinnen en niet om uit de weg te gaan. Vriendschappen eindigden wel eens in flinke ruzies. Ook in de kunst zijn er tegenstellingen te ontdekken in zijn interesses in het constructivisme én Dada, dat als een antikunst beweging het tegenovergestelde was. Hij schiep alter ego’s als de dadaïstische dichter I.K. Bonset en de Italiaanse schrijver Aldo Camini. Tijdens de Dada-optredens in Duitsland en vervolgens in Nederland, met zijn derde vrouw Nelly en de kunstenaars Schwitters en Huszár, genoot hij van de ophef die ze veroorzaakten.
    De tentoonstelling neemt het hele museum in beslag en zet Van Doesburg neer als een onvermoeibare, veelzijdige en centrale persoon binnen de internationale avant-garde. Schilderijen, beelden, maquettes, meubels, affiches, films, typografische ontwerpen en tijdschriften geven een beeld van de levendige internationale kunstwereld waarin de verschillende disciplines steeds meer met elkaar verweven raakten. Er is werk te zien van onder anderen El Lissitzky, László Moholy-Nagy, Gino Severini, Karl Peter Röhl, Werner Gräff, Walter Dexel, Kurt Schwitters, Hans en Sophie Arp, Raoul Hausmann, Hans Richter, Henryk Berlewi, Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, Alexander Archipenko.

    Er verschijnt een rijk geïllustreerde Engelstalige catalogus Van Doesburg and The International Avant-Garde. Constructing a New World, onder redactie van Gladys Fabre en Doris Wintgens Hötte (240 pagina’s met 250 kleurafbeeldingen; € 25).

    Van 4 februari tot 16 mei 2010 is de tentoonstelling te zien in Tate Modern Londen.

     

    Theo van Doesburg, Compositie III, 1917, Glas-in-Lood, uitgevoerd door Vennoootschap Crabeth, Den Haag, 40 x 40 cm, Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden, Bruikleen Instituut Collectie Nederland,(schenking Van Moorsel)

     

    Theo van Doesburg: architect, vormgever, typograaf

    Hoe veelzijdig een mens kan zijn, is duidelijk te zien aan Theo van Doesburg (1883-1931). Hij was niet alleen een beeldende kunstenaar, promotor van De Stijl en dichter, maar ook architect, vormgever en typograaf. Het was niet voor niets dat hij een groot belang hechtte aan disciplines als architectuur en (grafische) vormgeving. Van Doesburg was de oprichter van het tijdschrift De Stijl (Leiden, 1917), een platform van de gelijknamige kunstbeweging. Hierin waren kunstenaars en architecten verenigd en Van Doesburg zag in deze samenwerking een voorbeeld van zijn gewenste synthese van kunst en maatschappij.

    Theo van Doesburg, Counter Composition VI , 1925, olieverf op doek, 50 x 50 cm, © Tate, London 2009

    Van Doesburg vindt al snel in de architect J.J.P. Oud een medestander voor een integratie van schilderkunst, design en architectuur en hij krijgt van Oud diverse opdrachten om glas-in-loodramen te ontwerpen. Deze ontwerpen zijn door het gebruik van eenvoudige, geometrische vormen ook van groot belang voor zijn visie op kunst. Voor verschillende interieurs maakt hij voorstellen voor kleurschema’s. In zijn jaren in Duitsland (1921-1923) komt hij in contact met de Russische constructivisten, onder wie El Lissitzky. In het constructivisme ziet Van Doesburg een verwante artistieke visie. Ook zij vinden dat de nieuwe kunst toepasbaar moet zijn op de architectuur, stedenbouw, industriële vormgeving en typografie. In 1923 verhuist Van Doesburg naar Parijs. Hier ontwerpt hij met de architect Cornelis van Eesteren voor een expositie enkele maquettes van een ‘ideaal huis’, het Maison d’Artiste en voor het Maison Particulier. Enkele jaren later, in 1926, vragen Hans en Sophie Arp zijn hulp bij het inrichten van Café Aubette in het Franse Straatsburg. Van Doesburg neemt al snel de leiding en maakt van de Aubette een architectonische beleving van de vierde dimensie, voorbij de ruimte van de driedimensionale ruimte. Hij ontwerpt de Aubette als een dynamische arena voor eten, drinken, dansen en filmvoorstellingen.
    Niet alleen architectuur maar ook de grafische vormgeving had zijn belangstelling; in deze discipline wordt hij beïnvloed door kunstenaars als El Lissitzky, László Moholy-Nagy en Kurt Schwitters. Hij ontwerpt diverse omslagen voor tijdschriften en affiches, waarbij het accent op de typografie komt te liggen. Van Doesburg en andere Stijlleden hebben een voorkeur voor een typografie die de mogelijkheden van de letter en tekst benadrukt. Naast deze wat statische stijl past Van Doesburg ook een onconventioneler typografie toe zoals in het, door hem uitgegeven, dadaïstische tijdschrift Mécano. Zijn klankgedichten die hij voordraagt tijdens Dada-voorstellingen, plaatst Van Doesburg in het tijdschrift De Stijl als ‘letterklankbeelden’, waarbij de typografie vormt geeft aan de vrije gedichten.
    In nauwe samenwerking met Tate Modern in Londen presenteert Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, van 20 oktober 2009 t/m 3 januari 2010, een groots opgezette tentoonstelling over Theo van Doesburg en zijn invloed op de internationale avant-garde:
    Van Doesburg and the International Avant-Garde: Constructing a New World
    Onvermoeibaar en vol van geestdrift verrichtte hij baanbrekend werk als initiator, ambassadeur, promotor en organisator van de nieuwe kunst. De meer dan 300 werken van circa 80 kunstenaars –  onder wie El Lissitzky, László Moholy-Nagy, Gino Severini, Kurt Schwitters, Hans en Sophie Arp, Hans Richter, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár en Alexander Archipenko – zijn afkomstig van musea uit de hele wereld en voor een groot deel nog nooit in Nederland te bewonderen geweest.


    Theo van Doesburg, Cornelis van Eesteren, Model Maison d’Artiste,1923, reconstructie 1982, Collectie Gemeentemuseum Den Haag

     

    Nelly (Pétro) van Doesburg-van Moorsel

    Als ‘vrouw van’, maar vooral ook als ‘weduwe van’ heeft Nelly van Doesburg-van Moorsel zich ingezet voor de idealen van haar man Theo van Doesburg: het internationaal promoten van de nieuwe kunst.

    Nelly van Moorsel (1899-1975) was pianiste, opgeleid aan het conservatorium, toen ze in 1920 tijdens een lezing in de Haagse Kunstkring de kunstenaar Theo van Doesburg ontmoette. Na enkele maanden brak de 21-jarige Nelly met haar familie om het avontuur aan te gaan met de zestien jaar oudere Van Doesburg, die op dat moment nog getrouwd was met zijn tweede vrouw Lena.

    Theo van Doesburg,Portret van Pétro (Nelly van Doesburg), ca. 1922, olieverf op karton op paneel,Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden,bruikleen Instituut Collectie Nederland (Schenking Van Moorsel)

    Theo en Nelly vestigden zich in april 1921 in Weimar (Duitsland). In 1919 was het Bauhaus hier van start gegaan en Van Doesburg zag kansen om binnen dit internationale kunstenaarsklimaat zijn ideeën van de Stijl uit te dragen. Hij gaf ‘De Stijl’cursussen en oefende veel invloed uit op jonge kunstenaars. Nelly speelde daarbij een belangrijke rol. Haar haren geknipt in een strakke coupe en zwaar opgemaakt, ontwikkelde zij zich aan de zijde van haar altijd in zwart en wit geklede ‘Doesje’ tot een ware muze van de moderne kunstenaars. Zij liet zich ook als pianiste niet onbetuigd en droeg met haar piano-uitvoeringen in belangrijke mate bij aan Dada-avonden in Duitsland. Met Kurt Schwitters en Vilmos Huszár gaan de Van Doesburgs in 1923 op Dada-toernee in Nederland. Nelly, alias Pétro, speelde tijdens deze optredens muziek van eigentijdse componisten als Jacob van Domselaer, Daniel Ruynemann en Erik Satie.

    In 1923 verhuisden Nelly en Theo naar Parijs. Ze probeerde haar muziekcarrière verder op te bouwen, maar wordt uiteindelijk een danseres in een operette om zo wat geld te verdienen.

    Nelly maakte zelf ook enkele schilderijen onder de naam Cupera (afgeleid van Küpper, de officiële naam van Theo) en organiseerde in 1929 de ESAC-tentoonstelling (Exposition Sélectes d’Art Contemporain) in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Daarbij bracht ze werk in van onder anderen Hans Arp, Marcelle Chan, Joaquin Torres-Garcia, Jean Crotti, Gino Severini – allen kunstenaars die zij persoonlijk kende.  Door de erfenis van haar vader verbeterde hun financiële situatie en met dit geld werd begonnen aan een door Van Doesburg ontworpen huis in Meudon. Dit was in 1930 gereed, maar Theo kon er maar kort wonen; wegens astma moest hij kuren in Zwitserland, waar hij in 1931 overleed.

    Tijdens zijn leven was Nelly Theo zeer toegewijd; ze steunde hem in zijn idealen om de nieuwe kunst te verspreiden. Na zijn overlijden zet ze deze missie voort. Ze beheert niet alleen zijn nalatenschap, maar promoot ook Van Doesburg en de denkbeelden van De Stijl. Ze maakt doelmatig gebruik van haar uitgebreide netwerk dat ze had opgebouwd in de jaren met Theo. Voor de Tweede Wereldoorlog raakte ze bevriend met Peggy Guggenheim, waarna ze een tijd Peggy’s adviseur was voor kunstaankopen. Na de oorlog woonde ze twee jaar in de Verenigde Staten, waar ze ook als promotor van De Stijl actief was. Mede door haar doortastendheid werden in binnen- en buitenland diverse exposities gehouden waaronder de grote tentoonstelling in 1951 in het Stedelijk Museum over De Stijl en een solotentoonstelling van Theo van Doesburg in 1968 in het Van Abbemuseum te Eindhoven. Ze leidde een druk sociaal leven als ook een boeiend liefdesleven met interessante minnaars onder wie Apithy, de latere president van Benin, en de beroemde architect Mies van der Rohe. Maar ze koos voor haar onafhankelijkheid; ze had haar hart al aan één man gegeven, haar ‘Does’.


    Gerrit Rietveld, Rood-blauwe leunstoel 1918, beukenhout, triplex, 88 x 60 x 66 cm, Collectie Centraal Museum Utrecht, schenking 1959, Image & copyright Centraal Museum Utrecht/ foto Axel Funke

     

    In nauwe samenwerking met Tate Modern in Londen presenteert Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, van 20 oktober 2009 t/m 3 januari 2010, een groots opgezette tentoonstelling over Theo van Doesburg en zijn invloed op de internationale avant-garde:

    Van Doesburg and the International Avant-Garde: Constructing a New World

    Onvermoeibaar en vol van geestdrift verrichtte hij baanbrekend werk als initiator, ambassadeur, promotor en organisator van de nieuwe kunst. De meer dan 300 werken van circa 80 kunstenaars – onder wie El Lissitzky, László Moholy-Nagy, Gino Severini, Kurt Schwitters, Hans en Sophie Arp, Hans Richter, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár en Alexander Archipenko – zijn afkomstig van musea uit de hele wereld en voor een groot deel nog nooit in Nederland te bewonderen geweest.
    Samenstellers tentoonstelling: Gladys Fabre, Vicente Todolí en Doris Wintgens Hötte.

    Van 4 februari t/m 16 mei 2010 is de tentoonstelling te zien in Tate Modern Londen.

     


    MUSEUM DE LAKENHAL LEIDEN

    Van Doesburg and the International Avant-Garde:

    Constructing a New World

    20 oktober 2009 t/m 3 januari 2010

     W e b s i t e   M u s e u m    D e   L a k e n h a l
     

    Kurt Schwitters, Mz. 285 Pillenz (oorspr: Für Nelli), collage, gouache, stof op papier, 18 x 14,1 cm, particuliere collectie

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009, Theo van Doesburg


    Fotomuseum Den Haag: Sally Mann. The Family And The Land

    Sally Mann, Candy Cigarette, 1989, gelatinezilverdruk, 66 x 76 cm;

    courtesy Gagosian Gallery

     

    FOTOMUSEUM DEN HAAG

    The Family And The Land

    Sally Mann

     26 september 2009 t/m 10 januari 2010

     

    Slechts weinig fotografen – vroeger en nu – kunnen tippen aan Sally Manns scherpe blik, haar technische virtuositeit en de heldere zeggingskracht die ze put uit haar onderwerpen. Of het daarbij gaat om mensen of andere thema’s, het zijn onderwerpen die ze observeert met een passie die niet is te onderscheiden van liefde. (Reynolds Price in Time Magazine, 2001)

    Alles aan de foto’s van Sally Mann (Lexington, VA, VS 1951) ademt sfeer; of het nu de portretten van haar opgroeiende kinderen zijn, de natuur om haar heen of de dood en vergankelijkheid die ze op bijzondere wijze in beeld brengt. Door het gebruik van antieke camera’s en 19e-eeuwse fotografische processen krijgt haar werk een bijna tastbare authenticiteit. Haar unieke kijk op de wereld en de wijze waarop ze die weet te verbeelden, hebben haar één van de belangrijkste fotografen van de Verenigde Staten gemaakt. In het Fotomuseum Den Haag zijn dit najaar de vijf bekendste series van deze eigenwillige fotografe te zien, waarin haar twee grote liefdes centraal staan: The Family and The Land.

    Na haar studie te hebben voltooid, keert Mann terug naar haar geboortestad Lexington in Virginia, waar ze zich toelegt op de fotografie. Met de serie Immediate Family (1984 – 1994) wordt ze in één klap wereldberoemd. Tien jaar lang legt ze haar eigen kinderen vast op haar farm in Virginia, ze volgt hun ontwikkeling van kind naar puber, hoe ze zwemmen en spelen en hoe hun lichaam verandert. Vanuit conservatief-christelijke hoek klinken afkeurende en negatieve geluiden vanwege de manier waarop ze haar kinderen heeft geportretteerd, maar Mann zelf ziet niets controversieels in deze serie. Ze laat slechts door de ogen van een begenadigd fotografe en liefhebbende moeder haar opgroeiende kinderen zien.

    Na tien jaar haar kinderen te hebben gefotografeerd, verplaatst ze haar lens naar de natuur en het landschap van haar geboortestaat Virginia in de gelijknamige serie uit 1993 – 1994. Voor de serie Deep South (1996 – 1998) gaat ze naar de zuidelijke staten, waar de geschiedenis en de Burgeroorlog alomtegenwoordig is. “Deze foto’s gaan over de rivieren van bloed, van tranen, van zweet die de Afrikaanse slaven achterlieten in de donkere grond van hun ondankbare nieuwe thuis”. Het historische landschap brengt ze in beeld met een 19e-eeuwse camera en evenzo oude ontwikkelmethodes als het collodionprocédé. De foto’s die gemarkeerd worden door lichtvlekken en focusverschillen geven het landschap een spookachtige uitstraling, die de aanwezigheid van het verleden zichtbaar maakt.

    Van opgroeiende kinderen, de natuur en het aanwezige verleden, verlegt Sally Mann in de serie What Remains (2000 – 2004)haar focus naar dood en vergankelijkheid. Wanneer een voortvluchtige man zelfmoord pleegt op haar erf, raakt ze gefascineerd door het eeuwige proces waarin de natuur alles weer tot zich neemt en in normale staat terugbrengt. Ze graaft haar overleden windhond op om te fotograferen wat er nog van haar over is na 18 maanden onder de grond. Deze fascinatie zet haar ertoe nog een stap verder te gaan om dit onomkeerbare proces vast te leggen: in de tuin van een forensisch instituut fotografeert ze de lijken die tussen de bomen, planten en struiken liggen te wachten tot ze in de juiste staat van ontbinding zijn voor de onderzoeken van het instituut. De serie Faces uit 2004 is een hoopvolle afsluiting na What Remains, waarmee Mann de cirkel weer rond maakt: gebruikmakend van het Collodionprocedé portretteert ze haar inmiddels volwassen kinderen. Ook in deze serie is de waarde van haar antieke technieken evident: het maakt de beelden authentiek op een manier die met de computer nooit te bereiken is. En dat voel je meteen bij het zien van haar werk.

     Website Fotomuseum Den Haag

      

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e   

    More in: Art & Poetry News 2009


    Toptalent tijdens LILA LITERAIR

    L I L A    L I T E R A I R

    6 november 2009

     

    Rashid Novaire, Driek van Wissen,

     Jean Pierre Rawie en Ton van Reen

     

    Toptalent in overvloed tijdens Lila Literair

    Rashid Novaire, Driek van Wissen, Jean Pierre Rawie en Ton van Reen. Ter afsluiting van de luisterrijke literaire avond volgt een boekenfeest met muziek van Gino en Jiri Taihuttu, de folkgroep Parelmoer en Bert van den Bergh.

    Limburg is klaar voor een nieuw literair evenement dat gaat plaatsvinden op 6 november om 20.00 uur ’t Raodhoes in Blerick. De Stichting Lalibela, BlariaCultura en Cultureel Centrum ’t Raodhoes in Blerick hebben de handen ineengeslagen om het literatuur- en cultuurminnende publiek een onvergetelijke avond te bezorgen.

    Maar liefst vier topauteurs laten het achterste van hun tong zien. Ze vertellen over hun eigen werk en gaan met elkaar in gesprek over hun visie op literatuur.

    In de eerste sessie kruisen Ton van Reen en Rashid Novaire de degens. Van Reen werd in 2007 door het Limburgs Dagblad en L1 uitverkozen tot de grootste Limburgse schrijver aller tijden. Hij is dé chroniqueur van het rijke Roomse leven, maar zijn maatschappelijke betrokkenheid reikt veel verder dan de grenzen van zijn eigen streek. De jonge Rashid Novaire timmert al tien jaar aan de weg met grenzeloze verhalen en een tomeloze verbeeldingskracht. Afgelopen zomer werd hij gekozen tot president van de Zomerparkfeesten in Venlo.

    Na de pauze zorgen de twee markantste dichters van Nederland voor verbaal vuurwerk. Voormalig Dichter des Vaderlands Driek van Wissen vertelt over zijn werk met de ernst van een vakman en tegelijkertijd de innemende humor en relativeringszin van een artiest. Rawie is niet alleen vanwege zijn flamboyante uitstraling een icoon, ook zijn werk spreekt bij een breed publiek tot de verbeelding. Op milde, ironische toon bezingt hij op geheel eigen wijze de klassieke thema’s. Rawie en Van Wissen debuteerden in 1976 samen en raakten sindsdien steeds beter op elkaar ingespeeld. Zij maken er op 6 november zonder twijfel een boeiend spektakel van.

    Na de voordrachten en discussies van de auteurs kunt u nader kennismaken met de auteurs en hun werk op de boekenmarkt. Daar staat ook een boekenkraam van Boeken Steunen Mensen en een informatiestand van Stichting Lalibela.

    Om 22.30 uur nemen diverse topartiesten het roer over om er een spetterend muzikaal feest van te maken. Gino en Jiri Taihuttu, de folkgroep Parelmoer en Bert van den Bergh zorgen voor een mooie ambiance.

    Voor € 12,50 bent u getuige van een uniek spektakel in Limburg én levert u een bijdrage aan de projecten van de door Ton van Reen opgerichte Stichting Lalibela. De stichting zet zich in voor de armsten van de armsten in het Ethiopische stadje Lalibela en probeert hen op weg te helpen naar een zelfstandige toekomst. Zie voor meer informatie www.stichtinglalibela.nl.

    Alle auteurs en artiesten treden belangeloos op, zodat de opbrengst van de kaartverkoop ten goede komt aan het goede doel.

    Kaarten zijn te verkrijgen bij ´t Raodhoes in Blerick, Boekhandel Koops in Venlo en via lilaliterair.stichtinglalibela.nl.

    www.stichtinglalibela.nl

     

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009


    John Heartfield in Museum De Fundatie Zwolle

     MUSEUM DE FUNDATIE ZWOLLE

    John Heartfield (1891-1968)

    Fotografie als wapen

    20 september 2009 t/m 3 januari 2010

    Zeventig jaar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en vierendertig jaar na de laatste grote expositie van zijn werk in Nederland toont Museum de Fundatie een omvangrijke selectie uit het eigenzinnige oeuvre van de Duitse kunstenaar John Heartfield. Heartfield, politiek geëngageerd kunstenaar en vlijmscherp satiricus, werd in 1891 in Berlijn geboren als Helmut Herzfeld. Hij veranderde in 1916 zijn naam in John Heartfield. Heartfield trad toe tot de Berlijnse tak van de dada-beweging en maakte kennis met de kunstenaar George Grosz.

     

     De samenwerking met Grosz leidde in 1916 tot de door hen geclaimde uitvinding van de fotomontage, het combineren van bestaande foto’s in één beeld. In de jaren twintig ontwikkelde Heartfield de fotomontage tot een uiterst effectief propagandistisch strijdmiddel. Tussen 1930 en 1938 maakte hij montages voor het communistische weekblad Arbeiter Illustrierte Zeitung (AIZ). Deze vormen het hoogtepunt van Heartfields kunstenaarschap en zijn het resultaat van een jarenlange ontwikkeling op artistiek en politiek gebied.

    De expositie Fotografie als wapen laat zien hoe de beeldende kunst aan de ene kant kan functioneren als ceremoniemeester van de macht en aan de andere kant een wapen kan zijn in de strijd tegen onrecht. De strijd die Heartfield in de jaren dertig heeft gevoerd tegen het opkomend nationaal-socialisme en vóór het communisme is een verhaal van grote persoonlijke moed en een reuzentalent om datgene te verbeelden wat het voorstellingsvermogen van zijn tijdgenoten ver te boven ging. Op de tentoonstelling ligt de nadruk op de fotomontages die Heartfield maakte voor de AIZ. Daarnaast zijn er ook werken te zien uit zijn dada-periode, alsmede boekontwerpen voor Malik Verlag en – hier voor het eerst getoond! – een reeks fotomontages uit Heartfields periode als balling in Londen. De expositie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Akademie der Künste in Berlijn, waar de nalatenschap van John Heartfield wordt bewaard.

    Website Museum de Fundatie

     

     kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    More in: Art & Poetry News 2009, Dada


    Gemeentemuseum Den Haag: Cézanne – Picasso – Mondriaan

    Paul Cézanne (1839-1906), La Montagne Sainte-Victoire, 1888, olieverf op doek, 83 x 72 cm,

    collectie Stedelijk Museum Amsterdam, verworven met steun van de VVHK

     

    GEMEENTEMUSEUM DEN HAAG

    Cézanne – Picasso – Mondriaan

    In nieuw perspectief

    17 oktober 2009 t/m 24 januari 2010

    Cézanne is de ‘vader van de moderne kunst’. Hij werd, hoe ironisch ook, vaak geweigerd op de Parijse salons, maar geldt nu als een van de belangrijkste kunstenaars van zijn periode. Picasso en Mondriaan zijn in zijn voetsporen getreden en gedrieën zijn zij verantwoordelijk voor misschien wel de meest beslissende ontwikkeling in de kunstgeschiedenis: het ontstaan van de abstracte kunst. Deze drie revolutionaire meesters zijn in het najaar van 2009 onderwerp van een grootse, internationale tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Hier wordt op spectaculaire wijze duidelijk gemaakt hoe de schilderkunst rond 1900 in een stroomversnelling raakte. Het resultaat is een boeiend verhaal waarin de toeschouwer wordt meegenomen van de zinnelijke en kleurrijke doeken van Cézanne via de felgekleurde – soms humoristische – werken van Picasso naar de uiterst subtiele schilderkunst van Mondriaan.

    Geen andere laat-negentiende eeuwse kunstenaar had zoveel en zo’n blijvende invloed op zijn opvolgers als Paul Cézanne: met zijn subtiele kleurgevoel en zijn gedurfde composities brak hij een lans voor de generaties na hem. Voor het eerst sinds een halve eeuw is er weer werk van de Franse meester in ons land te zien, waaronder de wereldberoemde, sensuele Baadsters en de landschappen met de Mont Sainte-Victoire, bij het kleine dorpje Vauvenargues in de Franse Provence, als middelpunt.

    Pablo Picasso (1881-1973), Twee staande naakte vrouwen, 1908,

    olieverf op gemaroufleerd karton, 41 x 33 cm, particuliere collectie

    Vanaf zijn komst naar Parijs, toen hij nauwelijks twintig jaar was, had Pablo Picasso tot aan het eind van zijn leven een grote bewondering voor Cézanne. Hij beschouwde zichzelf graag als diens (artistieke) zoon. Hij wilde zo graag in de voetsporen treden van zijn grote inspiratiebron, dat hij jaren later het kasteel, Château de Vauvenargues, betrok aan de voet van de Mont Sainte-Victoire. Het ging hem hierbij niet zozeer om een kunstzinnige navolging, maar echt om de fysieke plek waar Cézanne zijn werk had vervaardigd. Later, na zijn dood in 1973, zou Picasso er ook begraven worden.

    Mondriaan was, vrijwel tegelijk met Picasso, ook bezig met zijn zoektocht naar het ideale kunstwerk. Hoewel hij uit de Nederlandse traditie komt waarin de Haagse School hoogtij vierde, had hij van jongs af aan veel interesse in de internationale schilderkunst. Zo haalde hij zijn opvatting van Kubisme in eerste instantie uit de krant. Een tentoonstelling over het kubisme in het Stedelijk Museum opende hem in 1911 definitief de ogen. Daar zag hij pas wat kubisme écht inhield en ontdekte hij de lijn die door Cézanne was ingezet en door Picasso werd doorgetrokken. Mondriaan besloot naar Parijs te gaan om de ontwikkelingen in de kunst met eigen ogen te zien. Van daaruit kwam hij een stap dichterbij de essentie van kleur en vorm. Het is voor het eerst dat de relatie van Mondriaan tot Picasso en Cézanne zo uitvoerig tegen het licht wordt gehouden.

    Deze najaarstentoonstelling van het Gemeentemuseum geeft een uniek inzicht in de ontwikkeling van de moderne Westerse kunst waarin deze drie meesters ieder hun eigen baanbrekende rol hebben gespeeld. Met bijzondere bruiklenen van over de hele wereld, uit Washington (The National Gallery of Art), New York (The Metropolitan Museum of Modern Art) en Parijs (Centre Georges Pompidou) is deze tentoonstelling van grote kwaliteit.

    Bij de tentoonstelling verschijnt een Nederlandstalige, rijk geïllustreerde catalogus met bijdragen van Hans Janssen, Franz-W. Kaiser, Brigitte Leal, Sylvie Patin, Anne Roquebert en Benno Tempel

    Website Gemeentemuseum Den Haag

     

    Piet Mondriaan (1872-1944), Bloeiende appelboom, 1912,

    olieverf op doek, collectie Gemeentemuseum Den Haag

    k e m p i s   p o e t r y   m a g a z i n e

    More in: Art & Poetry News 2009


    Gemeentemuseum Den Haag: Jan Schoonhoven. Reliëfs en tekeningen

    GEMEENTEMUSEUM DEN HAAG

    Jan Schoonhoven

    R e l i ë f s   e n   t e k e n i n g e n

    12 september 2009 t/m 28 februari 2010

    Zijn negen-tot-vijf baan bij de PTT zorgde voor de regelmaat in zijn leven die Jan Schoonhoven nodig had. Het is eenzelfde regelmaat die zijn reliëfs en tekeningen zo ontzettend herkenbaar maakt. In zijn vrije tijd ontwikkelde hij zich ondertussen tot het boegbeeld van de Nederlandse Nul-beweging en kunstenaar van internationaal aanzien. Het Gemeentemuseum, dat een belangrijk overzicht van het werk van Schoonhoven bezit, wijdde precies 25 jaar geleden voor de laatste keer een solotentoonstelling aan hem. De intieme expositie die dit najaar in het Tritonkabinet te zien is, toont zowel reliëfs als tekeningen, die tot de sleutelwerken behoren in het oeuvre van één van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van de afgelopen vijftig jaar.

    Jan Schoonhoven (Delft, 1914-1994) maakt al van kleins af aan tekeningen en gaat later dan ook naar de m.o.-tekenopleiding in Den Haag. Uiteindelijk komt hij niet als tekenleraar voor de klas te staan, maar werkt hij zijn hele leven bij de PTT. De zekerheid van een inkomen heeft hem altijd in staat gesteld als kunstenaar onafhankelijk te zijn – wat goed past in het beeld van Schoonhoven als iemand die orde en regelmaat zeer hoog acht. Die orde en regelmaat vormen vanaf de jaren zestig, wanneer hij definitief tot een eigen stijl komt, de kern van zijn werk.

    Schoonhoven vormt met Armando, Henk Peeters en Jan Henderikse in de eerste helft van de jaren zestig de Nul-groep, de Nederlandse tak van de internationale Zero movement. Het uitgangspunt van Zero was om terug te keren naar een essentie, bijvoorbeeld door te werken met alledaagse materialen – waarvan in de tentoonstelling een reliëf gemaakt van toiletrollen getuigt. Schoonhoven ziet het ruimtelijke werk van Piero Manzoni en Lucio Fontana en begint met het vervaardigen van reliëfs. Langzaam maar zeker verworden zijn schilderijen tot sculpturen: objecten met gelijke vlakverdeling, een herhaling van patronen die door de toch altijd zichtbare hand van de maker nooit mechanisch wordt. ‘Je moet streven naar een minimum, maar anoniem gaat het nooit’. Deze uitspraak van Jan Schoonhoven vat zijn zoektocht in de kunst misschien nog wel het beste samen.

     

    Het Gemeentemuseum Den Haag is reeds in de jaren vijftig van de vorige eeuw begonnen met het verwerven van reliëfs, tekeningen en grafiek van Schoonhoven. Gaandeweg is een zorgvuldig aangelegde collectie ontstaan, die meerdere malen te zien is geweest in solo- of groeps-tentoonstellingen. Zo organiseerde het Gemeentemuseum in 1964 een van de eerste exposities van de Nul-groep. Onlangs is de collectie aangevuld met een bijzondere achterglasschildering uit 1937, die in deze tentoonstelling voor het eerst aan het publiek wordt getoond.

    De laatste jaren neemt de belangstelling voor het werk van Schoonhoven sterk toe en mag het rekenen op snel groeiende internationale aandacht. Samen met Constant, wiens Nieuw Babylon ook sinds enige tijd in binnen- en buitenland grote attentie geniet, wordt hij dan ook gezien als de belangrijkste Nederlandse kunstenaar van de tweede helft van de 20e eeuw. Zowel het oeuvre van Constant als Schoonhoven is rijk vertegenwoordigd in de museumcollectie.

    De verzameling geeft op dit moment een prachtig overzicht van de ontwikkeling van Schoonhoven en laat zien hoe vorm en betekenis zich langzaam maar zeker concentreerden in herhalingen en patronen, in schaduwspelen en verbeeldingen van vorm en vormloosheid. De tentoonstelling bestaat uit werken uit een particuliere collectie en uit de collectie van het Gemeentemuseum. Daarnaast wordt ook de bijzondere documentaire Jan Schoonhoven – Beambte 18977 van Sherman de Jesus uit 2005 op zaal vertoond. Op die manier kan het publiek, precies vijfentwintig jaar na zijn laatste solotentoonstelling in het Gemeentemuseum, in het Tritonkabinet weer genieten van de wereld van Jan Schoonhoven.

    Website Gemeentemuseum Den haag

     kempis poetry magazine – magazine for art & literature

    More in: Art & Poetry News 2009


    Older Entries »« Newer Entries

    Thank you for reading KEMP=MAG - kempis.nl poetry magazine - magazine for art & literature